Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Andere biologische kwaliteitselementen

Andere biologische kwaliteitselementen

Naast macro-invertebraten en vissen worden nog andere biologische kwaliteitselementen opgevolgd. Tot de macrofyten worden alle met het blote oog zichtbare planten gerekend die leven onder water, op het wateroppervlak of langs de oever. Hieronder vallen zowel macro-algen, mossen, varens als hogere planten. Fytoplankton is een verzamelnaam voor de in het oppervlaktewater zwevende plantaardige micro-organismen. Doorgaans worden ze algen of (micro)wieren genoemd. Deze organismen zijn in principe ééncelligen, maar bij veel soorten zijn de cellen verenigd tot kolonies of draden. Als maat voor de biomassa van fytoplankton wordt het chlorofyl a gehalte in het oppervlaktewater bepaald. Met de term fytobenthos worden de microscopische, eencellige algen bedoeld die vastgehecht leven op de bodem, op de oever of op waterplanten. Voor de kwaliteitsbeoordeling op basis van fytobenthos wordt in Vlaanderen gebruikgemaakt van de diatomeeën (kiezelwieren). Zij vormen immers vaak de meest voorkomende en diverse groep binnen het fytobenthos en ze staan bekend als een goede indicator voor waterkwaliteit.

De beoordeling wordt voor elk biologisch kwaliteitselement uitgedrukt in de vorm van een Ecologische Kwaliteitscoëfficiënt (EKC) die een waarde tussen 0 en 1 kan aannemen, waarbij 1 een zeer goede ecologische toestand vertegenwoordigt en 0 een zeer slechte ecologische toestand. De EKC-score is de basis voor de verdere indeling in kwaliteitsklassen.

De figuren die de huidige toestand en de evolutie tonen, zijn enkel gebaseerd op de meetresultaten van de Vlaamse waterlichamen. Dat zijn de grotere watersystemen met een afstroomgebied groter dan 50 km². De bemonstering van de Vlaamse waterlichamen gebeurt in cycli van 3 jaar.

Om te voldoen aan de vereisten van de Europese kaderrichtlijn Water zouden alle waterlichamen minstens goed moeten scoren. Voor de natuurlijke waterlichamen gaat het dan over de klassen “goed” en “zeer goed”, voor de sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen over de klasse “goed en hoger”. Om de interpretatie van de figuren te vergemakkelijken wordt de klasse “goed en hoger” toegevoegd aan de klasse “goed”.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2015
Actualisatie: Driejaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Ondanks een lichte verbetering blijft de doelafstand groot

Zowel voor de macrofyten, het fytoplankton als het fytobenthos is de toestand van de Vlaamse waterlichamen licht verbeterd. Vergeleken met de situatie in 2007-2009 ligt in 2013-2015 het percentage waterlichamen met een slechte kwaliteit lager terwijl het percentage waterlichamen behorend tot de klassen “goed” of “zeer goed” gestegen is. Deze evolutie is in overeenstemming met die voor de macro-invertebraten en de vissen en mag vooral toegeschreven worden aan de inspanningen om de fysisch-chemische waterkwaliteit te verbeteren.

Toch blijft de afstand tot het uiteindelijke doel groot. Zo behaalde slechts 15 % van de beoordeelde waterlichamen de doelstelling voor macrofyten, voor fytoplankton was dat 47 % en voor fytobenthos 24 %. En ondanks alle maatregelen zijn de percentages waterlichamen met een slechte of ontoereikende kwaliteit voor de drie biologische kwaliteitselementen nog steeds groter dan 20 %.

Forse inspanningen blijven dus nodig om de einddoelstelling te halen. Naast de verdere reductie van de vuilvrachten die in het oppervlaktewater terechtkomen, is het ook nodig om waterlopen een meer natuurlijke inrichting te geven (bv. hermeandering, natuurvriendelijke oeverinrichting …).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid