Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Vermesting & Verzuring / Potentieel verzurende emissie

Potentieel verzurende emissie

Deze indicator toont het verloop van de potentieel verzurende emissie in Vlaanderen. De emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx, uitgedrukt als NO2) en ammoniak (NH3) worden bij elkaar geteld tot de som van potentieel verzurende emissie. Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq), waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht. De term potentieel verzurende emissie wordt gebruikt omdat de actuele verzuring ook sterk afhangt van de processen die zich afspelen op het traject tussen emissie en depositie en van de diverse processen in de bodem en het (oppervlakte)water.

NH3, NOx en SO2 spelen naast hun rol als potentieel verzurende stof ook een rol bij de vorming van secundair fijn stof via aerosolvorming. NOx is een ozonprecursor en NH3 en NOx hebben een vermestend effect.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Verzurende emissie sterk teruggedrongen

Tussen 1990 en 2017 daalde de verzurende emissie met 70  %. Dit komt vooral door de sterke daling van de SO2-emissie (-89 %). De NH3- en NOx-emissies daalden in deze periode met 56 en 57 %.

De amendering van het protocol van Göteborg in 2012 leidde tot aangescherpte emissieplafonds tegen 2020 voor België. In een beslissing van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) (27/04/2012) werd de verdeling van de inspanningen over de gewesten vastgelegd voor de stationaire bronnen, voor de niet-stationaire bronnen dient deze verdeling nog te gebeuren. Voor Vlaanderen bedragen de plafonds voor stationaire bronnen 56,9 kton voor NOx, 41,2 kton voor NH3 en 44,5 kton voor SO2.

Weinig evolutie in de NH3-emissie in het laatste decennium

De NH3-emissie leverde in 2017 de grootste bijdrage (43,0 kton of 46 %) aan de totaal verzurende emissie in Vlaanderen en is voor 95 % toe te schrijven aan de landbouw. Daling van de veestapel, lagere stikstofinhoud van het veevoeder, emissiearme aanwending van dierlijke mest op akkers en weiden, emissiearme stallen en toenemende mestverwerking zorgde voor een daling van de NH3-emissie met 28 % ten opzichte van 2000. Het laatste decennium stagneert de emissie echter, o.a. omdat de licht stijgende veestapel, de mestverwerking en de uitbreiding van emissiearme stallen elkaar in evenwicht houden.

NOx-emissie daalt geleidelijk verder

NOx-emissie levert met 98,8 kton in 2017 de tweede grootste bijdrage (39 %) tot de totaal verzurende emissie. De uitstoot daalt elk jaar licht, in vergelijking met 2016 is de NOx-emissie ruim 4 % gedaald.

De sector transport draagt voor meer dan de helft bij aan de NOx-emissie (52 % of 51,8 kton in 2017). Het hoge aandeel dieselwagens in het personenwagenpark speelt hierbij een rol. Dieselwagens stoten namelijk meer NOx uit dan benzinewagens.  Bovendien liggen NOx-emissies in reële rijomstandigheden een stuk hoger dan in de testomstandigheden vastgelegd voor de EURO-normering. In 2017 reed 56 % van de personenwagens op diesel. Dit is een daling in vergelijking met de periode 2011-2012, toen 63 % van het wagenpark op diesel reed. De belasting op inverkeersstelling (BIV) in 2012 en de verdere vergroening van de verkeersbelasting in 2016 droegen o.a. bij aan de ontdieselijking. Meer informatie over NOx-emissie van de sector transport en de specifieke maatregelen om deze te doen dalen is te vinden in de indicatoren ‘Emissie van ozonprecursoren’ en ‘Emissie van luchtpolluenten door transport’.

De sector industrie heeft het tweede grootste aandeel in de NOx-emissie (20 % in 2017). De emissie daalde tijdens de financieel-economische crisis in 2008-2009. In 2010 trok de economie terug aan met stijgende NOx-emissies tot gevolg. Na 2010 kenden de emissies een licht dalend verloop. In 2009 werd een milieubeleidsovereenkomst (MBO) afgesloten met de chemische nijverheid, het afgesproken emissieplafond tegen 2013 werd tijdig gehaald. Ook met de glasindustrie werd in 2009 een MBO voor NOx-emissiereductie afgesloten.

De emissies van de sectoren energie en landbouw hebben een aandeel van 9 en 10 %. Bij de sector energie werd reeds de grootste emissiereductie gerealiseerd (-77 % t.o.v. 2000). Een MBO 2005-2009 met de elektriciteitssector voorzag vanaf 2008 in strengere emissieplafonds. In 2010 ondertekenden de Vlaamse overheid en de elektriciteitsproducenten een nieuwe MBO voor de periode 2010-2014. De NOx-emissie van de huishoudens en handel en diensten is gerelateerd aan de verwarmingsbehoefte en lag in 2014-2017 (net als in 2011) lager dan in de  voorgaande jaren omwille van de zachte winters.

Grootste daling bij SO2-emissie 

In 1990 had de SO2-emissie het grootste aandeel (43 %) in de verzurende emissie, tegen 2017 was dit de kleinste bijdrage (16 %) met 28,1 kton. De SO2-emissie daalde het sterkst tussen 1990 en 2010, onder invloed van opeenvolgende EU-richtlijnen die het zwavelgehalte beperken in brandstoffen voor transport, industriële processen en energieopwekking.

De sectoren industrie en energie zijn de voornaamste SO2-emissiebronnen (aandeel van 51 % en 34 %). De industriële emissies komen vooral van de metaalsector en overige industrie, en in mindere mate van de chemie. De emissies daalden door de overschakeling op brandstoffen met minder zwavel en door de MBO’s met de chemische nijverheid en de glasindustrie (zie ook NOx-emissie).

In de sector energie komt de voornaamste bijdrage van petroleumraffinaderijen en deze emissie daalde door de aanscherping van de emissiegrenswaarden in VLAREM II en door de MBO’s afgesloten met de elektriciteitsproducenten (zie ook NOx-emissie).

Huishoudens dragen via de gebouwenverwarming in 2017 voor 10 % bij aan de SO2-emissie. De overschakeling naar gasvormige brandstoffen en de daling van het zwavelgehalte van stookolie resulteerde in een sterke emissiedaling. De bijdrage van de sector transport is kleiner dan 1 %, omdat brandstof voor wegverkeer nog amper zwavel bevat. Ook de SO2-emissie van de binnenvaart daalde in 2011 door de verlaging van het zwavelgehalte van binnenvaartdiesel van 0,1 % naar 0,001 %.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid