Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Vermesting & Verzuring / Potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie wordt gedefinieerd als de totale aanvoer van stikstof (N) en zwavel (S) vanuit de atmosfeer. Dit gebeurt via verschillende processen (natte, droge en occulte depositie), en onder verschillende vormen: geoxideerde zwavelverbindingen of SOx (SO2 en SO42-), geoxideerde stikstofverbindingen of NOy (NOx (= NO + NO2), NO3-, HNO3 …) en gereduceerde stikstofverbindingen of NHx (NH3 en NH4+). De term ‘potentieel’ slaat op het feit dat gereduceerde stikstof (NHx) pas verzurend is in bodem of water na microbiële omzetting tot nitraat. 

Deze indicator toont gemiddelde gemodelleerde depositiewaarden, berekend met behulp van het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS. Het model berekent concentraties en deposities van verzurende stoffen met een geografische resolutie van 1 x 1 km2. Invoergegevens voor het model zijn: meteorologische gegevens, emissiegegevens van punt- en oppervlaktebronnen binnen en buiten Vlaanderen en gegevens over receptorgebieden. Grensoverschrijdend transport van emissies (import en export) wordt hierbij in rekening gebracht.

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema verzuring en andere milieuthema’s. De stikstof- en/of zwavelverbindingen die leiden tot verzurende depositie spelen ook een rol bij het thema vermesting (enerzijds NH3-emissie vanuit mest en anderzijds vermestende depositie van NH3 en NH4+), het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden hebben een rol als ozonprecursor) en het thema zwevend stof (aerosoldeeltjes zoals ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat die als reactieproducten ontstaan uit de verzurende emissies dragen bij aan de concentraties secundair fijn stof). 

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Weinig evolutie in verzurende depositie in de laatste vijf jaar

Gemiddeld over Vlaanderen werd de totale verzurende depositie tussen 1990 en 2017 met 60 % gereduceerd, met 2 170 Zeq/ha in 2017 (Figuur 1). VLAREM II vermeldt streefwaarden voor totale verzurende depositie die naargelang het vegetatie- en bodemtype variëren van 1 400 tot 2 400 Zeq/(ha.j).

De afname t.o.v. 1990 ligt in lijn met de daling van de verzurende emissie in Vlaanderen en de omringende gebieden (zie indicator Potentieel verzurende emissie). Vooral de SOx-depositie nam in zeer sterk af (-87 % t.o.v. 1990). De NOy- en NHx-deposities daalden met respectievelijk 41 % en 43 %. De laatste vijf jaar stagneert de verzurende depositie echter, in 2017 en 2013 werden gelijkaardige waarden voor totale verzurende depositie opgetekend.

Bijdrage van NHx aan verzurende depositie stijgt

Het aandeel van NHx in de verzurende depositie in Vlaanderen steeg van 34 % in 1990 naar 48 % in 2017. Het aandeel van SOx daalde in dezelfde periode van 42 naar 13 %. In 2017 maakte NOy en halogeenzuren en organische zuren elk 13 % uit van de totale verzurende depositie.

De decompositiecomponenten NHx, NOy en SOx hebben een verschillende verblijfsduur in de atmosfeer: waar NOy en SOx over lange afstand getransporteerd kunnen worden verdwijnt NHx veel sneller uit de atmosfeer door bv. droge depositie. Ruim twee derde van de NHx-depositie in Vlaanderen wordt veroorzaakt door Vlaamse ammoniakuitstoot, één derde is afkomstig van import. Het omgekeerde geldt voor NOy- en SOx-depositie (zie indicator aandeel van import en sectoren in de verzurende depositie). De uitstoot van ammoniak in Vlaanderen draagt dus in sterke mate bij tot de verzurende depositie.

Verzurende depositie nog te hoog op verschillende plaatsen in Vlaanderen

Om de nadelige effecten van de verzurende depositie op vegetatie en bodem in te schatten is niet zozeer de gemiddelde depositiewaarde over Vlaanderen richtinggevend, maar wel de spreiding van deze waarden. Uit de spreidingskaart voor 2017 (Figuur 3) blijkt dat de depositiewaarden sterk variëren over Vlaanderen. De hoogste waarden worden teruggevonden in landbouwintensieve gebieden zoals het centrum van West-Vlaanderen en het noorden van de provincie Antwerpen.  

Op verschillende plaatsen zijn de huidige depositiewaarden nog te hoog voor diverse vegetatiesoorten en voor het instandhouden van de biodiversiteit. Dit blijkt o.a. ook uit de overschrijdingen van de kritische last verzuring. De kritische last is een natuurgerichte depositienorm, die weergeeft wat de maximaal toelaatbare depositie per eenheid van oppervlakte is voor een bepaald ecosysteem zonder dat er – volgens de huidige kennis – schadelijke effecten optreden. In sommige Natura 2000-gebieden vormen de huidige depositiewaarden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen.

Meer info

Alle voorgestelde depositieresultaten zijn berekend  met het VLOPS19. VLOPS is de Vlaamse versie van het Operationeel Prioritaire Stoffen model.  De depositieresultaten worden jaarlijks geactualiseerd t.e.m. het jaar x-2. Dit is het meest recente jaar waarvoor emissiecijfers van Vlaanderen beschikbaar zijn. De emissies van buiten Vlaanderen zijn beschikbaar tot jaar x-3. Voor jaar x-2 worden bijgevolg Vlaamse emissie en meteogegevens van jaar x-2 gecombineerd met niet-Vlaamse emissies van jaar x-3. De emissiedata zijn afkomstig van EMEP (European Modelling and Evaluation Programme).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid