Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Vermesting & Verzuring / Potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie wordt gedefinieerd als de totale aanvoer van stikstof (N) en zwavel (S) vanuit de atmosfeer. Dit gebeurt via verschillende processen, namelijk natte, droge en occulte depositie, en onder verschillende vormen: geoxideerde zwavelverbindingen of SOx (SO2 en SO42-), geoxideerde stikstofverbindingen of NOy (NOx (= NO + NO2), NO3-, HNO3 …) en gereduceerde stikstofverbindingen of NHx (NH3 en NH4+). De term ‘potentieel’ slaat op het feit dat gereduceerde stikstof (NHx) pas verzurend is in bodem of water na microbiële omzetting tot nitraat. 

Deze indicator toont gemiddelde gemodelleerde depositiewaarden, berekend met behulp van het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS. VLOPS staat voor de Vlaamse versie van het Operationeel Prioritaire Stoffen model. Het model berekent concentraties en deposities van verzurende stoffen met een geografische resolutie van 1 x 1 km2. Invoergegevens voor het model zijn: meteorologische gegevens, emissiegegevens van punt- en oppervlaktebronnen binnen en buiten Vlaanderen en gegevens over receptorgebieden. Grensoverschrijdend transport van emissies (import en export) wordt hierbij in rekening gebracht. Alle voorgestelde depositieresultaten zijn berekend  met het VLOPS-model versie 18.  De depositieresultaten worden jaarlijks geactualiseerd t.e.m. het jaar x-2. Dit is het meest recente jaar waarvoor emissiecijfers van Vlaanderen beschikbaar zijn. De emissies van buiten Vlaanderen zijn beschikbaar tot jaar x-3. Voor jaar x-2 worden bijgevolg Vlaamse emissie en meteogegevens van jaar x-2 gecombineerd met niet-Vlaamse emissies van jaar x-3. De emissiedata zijn afkomstig van EMEP (European Modelling and Evaluation Programme).

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema verzuring en andere milieuthema’s. De stikstof- en/of zwavelverbindingen die leiden tot verzurende depositie spelen ook een rol bij het thema vermesting (enerzijds NH3-emissie vanuit mest en anderzijds vermestende depositie van NH3 en NH4+), het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden hebben een rol als ozonprecursor) en het thema zwevend stof (aerosoldeeltjes zoals ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat die als reactieproducten ontstaan uit de verzurende emissies dragen bij aan de concentraties secundair fijn stof). 

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: juni 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Line Vancraeynest

Weinig evolutie in verzurende depositie in de laatste 4 jaar

Als gevolg van verzuring neemt de bodemkwaliteit af, wordt schade berokkend aan vegetatie en wordt de biodiversiteit aangetast. De mate waarin ecosystemen schade ondervinden door verzuring hangt af van de hoeveelheid verzurende depositie en van het type bodem waarop de verzurende componenten terechtkomen.

Gemiddeld over Vlaanderen werd de totale verzurende depositie tussen 1990 en 2016 met 60 % gereduceerd. Deze positieve evolutie ligt in lijn met de daling van de verzurende emissie in Vlaanderen en de omringende gebieden (zie indicator: ‘Potentieel verzurende emissie’). Vooral de SOx-depositie nam in deze periode zeer sterk af (-86 %). De NOy- en NHx-deposities daalden met respectievelijk 41 % en 47 %.

De laatste 5 jaren was er weinig evolutie in de deposities.

In 2016 staat NHx in voor 45 % van de verzurende depositie, NOy voor 27 % en SOx voor 15 %. De halogeenzuren en organische zuren dragen voor 13 % bij.

Verzurende depositie nog te hoog op verschillende plaatsen in Vlaanderen

Uitgemiddeld over Vlaanderen bedroeg de verzurende depositie in 2016 2 115 Zeq/ha. VLAREM II vermeldt streefwaarden voor totale verzurende depositie die naargelang het vegetatie- en bodemtype variëren van 1 400 tot 2 400 Zeq/(ha.j).

Om de nadelige effecten van de verzurende depositie op vegetatie en bodem in te schatten is niet zozeer de gemiddelde depositiewaarde over Vlaanderen richtinggevend, maar wel de spreiding van deze waarden. Uit de spreidingskaart voor 2016 blijkt dat de depositiewaarden sterk variëren over Vlaanderen. De hoogste depositiewaarden worden teruggevonden in de  Antwerpse agglomeratie, maar vooral ook in landbouwintensieve gebieden zoals het centrum van West-Vlaanderen en het noorden van de provincie Antwerpen.  Op verschillende plaatsen zijn de huidige depositiewaarden nog te hoog voor diverse vegetatiesoorten. Dit blijkt ook uit de overschrijdingen van de kritische last verzuring (zie indicator: oppervlakte natuur met overschrijding van de kritische last verzuring). De kritische last is een natuurgerichte depositienorm, die weergeeft wat de maximaal toelaatbare depositie per eenheid van oppervlakte is voor een bepaald ecosysteem zonder dat er – volgens de huidige kennis – schadelijke effecten optreden. In sommige Natura 2000-gebieden vormen de huidige depositiewaarden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen. Om hieraan te verhelpen dienen gebiedsgericht emissiebronnen met een te grote impact op nabijgelegen natuurgebieden  gereduceerd te worden.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid