Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Vermesting & Verzuring / Aandeel import en sectoren in de potentieel verzurende depositie

Aandeel import en sectoren in de potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie wordt gedefinieerd als de totale aanvoer van stikstof (N) en zwavel (S) vanuit de atmosfeer. Dit gebeurt via verschillende processen, namelijk natte, droge en occulte depositie (o.a. via nevel en mist). Deze indicator geeft het aandeel van import van buiten Vlaanderen en van de verschillende sectoren weer tot de potentiële verzurende depositie. Deze aandelen zijn indicatief en gebaseerd op gemodelleerde depositiewaarden berekend met het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS (zie ook indicator: Potentieel verzurende depositie). 

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema verzuring en andere milieuthema’s. De stikstof- en/of zwavelverbindingen die leiden tot verzurende depositie spelen ook een rol bij het thema vermesting (enerzijds NH3-emissie vanuit mest en anderzijds vermestende depositie van NH3 en NH4+), het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden hebben een rol als ozonprecursor) en het thema zwevend stof (aerosoldeeltjes zoals ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat, die als reactieproducten ontstaan uit de verzurende emissies, dragen bij aan de concentraties secundair fijn stof).
Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Import van buiten Vlaanderen en sector landbouw leveren grootste bijdrage

Verzuring is voor een groot deel het gevolg van grensoverschrijdende luchtverontreiniging. In 2017 was 48 % van de totale verzurende depositie in Vlaanderen het gevolg van import (Figuur 1). Daarom wordt de discussie over maatregelen voor emissiereductie ook in internationale context gevoerd. Binnen Vlaanderen valt het grootste deel van de verzurende depositie  toe te schrijven aan de sector landbouw (35 %). Transport draagt voor 8 % bij, industrie en huishoudens voor 4  en 2 %.

Depositie van NOy en SOx voor ruim 60 % afkomstig van buiten Vlaanderen

De bijdrage van import vertoont een verschillend beeld voor de afzonderlijke depositiecomponenten SOx, NOy en NHx. Dit komt door de verschillende verblijftijden van verzurende stoffen in de atmosfeer. Vooral NOy en SO2 kunnen over lange afstanden getransporteerd worden.

Bij NOy-depositie speelt de import daardoor de grootste rol, in 2017 is 66% van de depositie in Vlaanderen afkomstig van buiten Vlaanderen (Figuur 2). De sector transport levert met 23 % de tweede grootste bijdrage, alle overige sectoren samen dragen voor ongeveer 11 % bij tot de NOy-depositie.

SOx-depositie wordt voor 61 % veroorzaakt buiten Vlaanderen (Figuur 3), de andere voornaamste bronnen zijn de sectoren industrie (18 %), energie (10 %) en huishoudens (7 %).

Bijdrage import is beperkter voor depositie ammoniak

Ammoniak verdwijnt sneller uit de atmosfeer, door droge depositie nabij de bronnen of door omzetting naar ammoniumzouten. Daardoor is de import van buiten Vlaanderen geringer (33 % in 2017; Figuur 4) en hebben NH3-emissiereducties binnen Vlaanderen een directer depositieverlagend effect. In Vlaanderen speelt de landbouw de belangrijkste rol (63 %) in depositie van ammoniak.

Op Vlaams niveau biedt gebiedsgerichte aanpak van de ammoniakuitstoot kansen om zowel de verzurende als de vermestende depositie in kwetsbare gebieden terug te dringen. In sommige Natura 2000-gebieden vormen de huidige depositiewaarden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen. Om dit te verhelpen dienen gebiedsgericht emissiebronnen met een te grote impact op nabijgelegen natuurgebieden gereduceerd te worden.

 

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid