Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Vermesting & Verzuring / Stikstofdepositie

Stikstofdepositie

Vermestende depositie omvat de droge en natte depositie van stikstofhoudende verbindingen op de bodem. Depositie is het resultaat van grensoverschrijdende luchtverontreiniging, waar zowel Vlaamse als buitenlandse emissiebronnen toe bijdragen.

De indicator geeft gemodelleerde waarden van stikstofdepositie weer voor Vlaanderen, samengesteld uit depositie van stikstofoxiden (NOy-depositie) en van ammoniakale stikstof (NHx-depositie). De modellering gebeurde met het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS, dit is de Vlaamse versie van het Operationeel Prioritaire Stoffen model. Het model berekent concentraties en deposities van vermestende stoffen met een geografische resolutie van 1x1 km2. Invoergegevens voor het model zijn: meteorologische gegevens, emissiegegevens van punt- en oppervlaktebronnen binnen en buiten Vlaanderen en gegevens over de receptorgebieden. Grensoverschrijdend transport van emissies (import en export) wordt hierbij in rekening gebracht.
Alle voorgestelde depositieresultaten zijn berekend met het VLOPS-model versie 18. De depositieresultaten worden jaarlijks geactualiseerd t.e.m. het jaar x-2. Dit is het meest recente jaar waarvoor emissiecijfers van Vlaanderen beschikbaar zijn. De emissies van buiten Vlaanderen zijn beschikbaar tot jaar x-3. Voor jaar x-2 worden bijgevolg Vlaamse emissie en meteogegevens van jaar x-2 gecombineerd met niet-Vlaamse emissies van jaar x-3. De emissiedata van buiten Vlaanderen zijn afkomstig van EMEP (European Modelling and Evaluation Programme). 

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema vermesting en andere milieuthema’s. De stikstofverbindingen die leiden tot vermestende depositie spelen ook een rol bij het thema verzuring, het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden in de rol van ozonprecursor) en het thema zwevend stof (precursoren van secundair fijn stof).

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: juni 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Line Vancraeynest

Laatste 4 jaren blijft stikstofdepositie op zelfde niveau

Vermesting is één van de belangrijkste oorzaken van het huidig verlies van biodiversiteit in Vlaanderen. Heides, schraalgraslanden en sommige bostypes zijn zeer gevoelig voor stikstofvermesting via depositie. De veranderingen in de levensgemeenschappen worden meestal gekenmerkt door de overheersing van één of enkele stikstofminnende soorten (bv. vergrassing van heide). Hoge stikstofdeposities tasten de vitaliteit van bossen aan.

In 2016 bedroeg de gemiddelde stikstofdepositie in Vlaanderen 23,4 kg N/ha. De stikstofdepositie daalt in de tijd (-42 % tussen 1990 en 2016 en -27 % tussen 2000 en 2016) door de inspanningen om de emissie van stikstofverbindingen te beperken. De laatste 4 jaren is de totale stikstofdepositie quasi onveranderd. NHx- levert de grootste bijdrage tot de totale stikstofdepositie (56 % in 2016).  

Op lange termijn zijn natuurgerichte depositienormen of kritische lasten vermesting richtinggevend voor het toekomstig milieubeleid inzake vermestende depositie. Hoever de huidige stikstofdepositie hiervan verwijderd is, is zichtbaar in de indicator 'Overschrijding kritische lasten vermesting'. De mediane kritische lastwaarde voor de meest kwetsbare ecosystemen zoals heide, naaldbos en loofbos bedraagt 11, 10 en 15 kg N/ha. Deze waarden kunnen dus als lange termijn ecologische doelstellingen gebruikt worden.

Import van buiten Vlaanderen en sectoren landbouw en transport leveren grootste bijdrage

Vermesting is voor een groot deel het gevolg van grensoverschrijdende luchtverontreiniging. In 2016 was 46 % van de totale vermestende depositie in Vlaanderen het gevolg van import. Daarom wordt de discussie over maatregelen voor emissiereductie eveneens in internationale context gevoerd. Binnen Vlaanderen valt het grootste deel van de vermestende depositie  toe te schrijven aan de sectoren landbouw (40 %) en transport (9 %).

De bijdragen van import en de verschillende sectoren vertonen een verschillend beeld voor de afzonderlijke depositiecomponenten NOy en NHx, onder meer doordat ze een verschillende verblijftijd hebben in de atmosfeer. Stikstofoxiden kunnen over lange afstanden getransporteerd worden en daardoor speelt de import de grootste rol bij de NOy-depositie (66 %). De sector transport levert met 23 % de tweede grootste bijdrage.

De depositie van ammoniakale stikstof geeft een ander beeld. NH3 verdwijnt sneller uit de atmosfeer door droge depositie nabij de bronnen of door omzetting naar ammoniumzouten. Daardoor is de import van buiten Vlaanderen veel geringer (37 %) en hebben NH3-emissiereducties binnen Vlaanderen een directer depositieverlagend effect. In Vlaanderen speelt de landbouwsector de voornaamste rol (59 %) in de NHx-depositie.

Stikstofdepositie ongelijk verspreid over Vlaanderen, gebiedsgerichte aanpak aangewezen  

Door het effect van lokale emissiebronnen, is de depositie zeer ongelijk gespreid in Vlaanderen. In 2016 situeren de hogere deposities zich voornamelijk in landbouwintensieve gebieden in West-Vlaanderen, het noorden van  Antwerpen en in beperktere mate het noorden van Oost-Vlaanderen. Ook in het noorden van Limburg is de depositie verhoogd, dit is te verklaren door de nabijheid van Nederlands Limburg en het Duitse Ruhrgebied met hoge emissies. Bepaalde autosnelwegen tekenen zich af als gebieden met verhoogde depositie (> 30 kg N/ha).

Door de ongelijk gespreide depositie vormen de huidige depositiewaarden in sommige NATURA 2000-gebieden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen. Om hieraan te verhelpen dient het generieke stikstofreductiebeleid aangevuld te worden met een gebiedsgerichte emissiereductie van bronnen met een te grote impact op nabijgelegen natuurgebieden.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid