Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Milieu & Gezondheid / Blootstelling aan PCB's bij jongeren

Blootstelling aan polychloorbifenylen jongeren

Polychloorbifenylen of PCB’s zijn persistente organische polluenten die vroeger vooral gebruikt werden in transformatoren, condensatoren, hydraulische systemen, verf, inkt en isolatiematerialen. De productie van PCB’s is in België verboden sinds 1979 en uiterlijk tegen eind 2010 zouden alle bestaande PCB-houdende producten op een gecontroleerde manier verwijderd moeten zijn. Slechte opslag, ongelukken en (moedwillige) vergissingen met bijvoorbeeld transformatorolie hebben ervoor gezorgd dat PCB’s in ons milieu terecht gekomen zijn. Ook zorgt verbranding van chloorhoudende materialen (verbrandingsovens of illegaal stoken) voor het vrijkomen van PCB’s in de lucht.

Ongeveer 90 % van de PCB’s komt in het menselijk lichaam terecht via voeding (vooral vetrijke voeding van dierlijke oorsprong). Blootstelling gebeurt ook door inademing en contact met verontreinigde bodem. Het PCB-gehalte in het lichaam stijgt met de leeftijd en wordt opgestapeld in het vetweefsel. PCB-blootstelling is schadelijk voor het immuun- en het zenuwstelsel. Bij kinderen kan het leiden tot neurologische ontwikkelingsstoornissen, met effecten op hun speelgedrag, hun taalontwikkeling en hun beleving van emoties. Ook werken PCB’s hormoonverstorend, wat kan zorgen voor een laag geboortegewicht. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) klasseert PCB’s als waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens.

Deze indicator toont de gemiddelde concentraties van de merker PCB, een mengsel van drie soorten PCB’s (PCB138, PCB153 en PCB180). De merker PCB is een goede maat voor de totale PCB-belasting in het menselijk lichaam en werd gemeten in het serum van jongeren (14-15 jaar) tijdens drie Vlaamse Humane Biomonitoringscampagnes (FLEHS I, 2002-2006; FLEHS II, 2007-2011 en FLEHS III, 2012-2015). Het geometrisch gemiddelde (GM) wordt hier gebruikt als maat voor de gemiddelde PCB-blootstelling. Trends in de merker PCB worden besproken aan de hand van gezondheidskundige toetsingswaarden (GTW’s) afgeleid voor niet-kankereffecten (o.a. neurologische en motorische ontwikkeling).

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: april 2017
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Gemiddelde PCB-concentratie bij jongeren daalt

Het geometrisch gemiddelde (GM) van het PCB-mengsel (∑PCB(138+153+180)) daalde in de drie campagnes. Tussen de tweede (FLEHS II) en de eerste (FLEHS I) campagne nam het GM met een vierde af, tijdens de derde (FLEHS III) en de tweede campagne ging het om een daling met bijna de helft (47 %). De totale afname over de drie campagnes heen bedroeg 60 %. Verdere opvolging is nodig om te evalueren of deze trend zich voortzet.

Vlaanderen kent geen wettelijke norm voor PCB-depositie, wel wordt de depositie van 12 dioxineachtige PCB’s gemonitord op een aantal meetplaatsen (zie indicator Depositie van dioxines en PCB’s). PCB’s zijn opgenomen in het Verdrag van Stockholm dat een verminderde blootstelling aan persistente organische polluenten (POP’s) beoogt. Naast het verbod op PCB-productie is er een Vlaamse norm voor biota in oppervlaktewater, en zijn er streefdoelen voor PCB merkers in grondwater en bodem en Europese richtlijnen die maximumgehaltes in dierlijke producten vastleggen.

Waarschijnlijk geen nadelige gezondheidseffecten 

In de eerste en de derde biomonitoringscampagne werden bij alle deelnemers gemiddelde PCB-concentraties gemeten die onder de ondergrens van de gezondheidskundige toetsingswaarde (GTW) liggen (blauwe balken). Voor deze serumconcentraties worden er waarschijnlijk geen nadelige gezondheidseffecten verwacht. De ondergrens geeft de laagste toetsingswaarde aan in het bereik van alle toepasselijke GTW’s bij wetenschappelijke instanties. Effecten op neurologische en motorische ontwikkeling bij PCB-blootstelling in de baarmoeder, maar ook immunologische en hormoonverstorende gezondheidseffecten werden meegenomen bij de afleiding van deze toetsingswaarden.

Moeilijke inschatting gezondheidseffect voor sommigen

In de tweede campagne liggen de PCB-waarden van 0,5 % van de deelnemers boven de bovengrens GTW (oranje balken). Bij dergelijke blootstelling aan PCB’s verhoogt het risico op mogelijke gezondheidseffecten en zijn eventueel blootstellingsreductiemaatregelen nodig. In de derde campagne ligt geen enkele waarde meer boven de bovengrens GTW, wel bevinden 1,5 % van de deelnemers zich in de zone tussen onder- en bovengrens (gearceerde balken). Voor deze blootstellingsniveaus is de mate waarin er gezondheidseffecten kunnen optreden moeilijker in te schatten, en afhankelijk van de gekozen wetenschappelijke instantie.

Aandacht gevoelige groepen en zelf geteeld voedsel

Sommige groepen mensen zijn gevoeliger aan PCB-blootstelling dan andere. Dit is zeker het geval voor zuigelingen en baby’s, meisjes en vrouwen van vruchtbare leeftijd. In figuur 1 werden de waarden van toepassing op meisjes geselecteerd, maar wordt geen informatie gegeven over PCB-blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Ook is het risico op o.a. PCB-blootstelling hoger wanneer men voedsel van eigen kweek (groenten, eieren, dieren) eet. Een Code van Goede Praktijk geeft aanbevelingen en preventieve maatregelen om de blootstelling via deze weg te verminderen.

Over de methodologie

Het opzet van FLEHS I was verschillend van FLEHS II en III. In FLEHS II en III lag de nadruk op het identificeren van referentiewaarden voor Vlaanderen (spreiding van de deelnemers over geheel Vlaanderen), terwijl in FLEHS I metingen gebeurden in acht afgelijnde aandachtsgebieden in Vlaanderen (landbouw, industrie, stedelijk,…) met elk een verschillend type milieudruk. Om de evolutie na te gaan, worden de resultaten van de campagnes naast elkaar gelegd. Hierbij moet rekening gehouden worden met een aantal verschillen in meetmethode.

PCB’s worden, naargelang hun effecten, opgedeeld in dioxineachtige en niet-dioxineachtige PCB’s. De dioxineachtige PCB’s vertonen effecten vergelijkbaar met de dioxines (polychloordibenzodioxines en -furanen). De drie gemeten merker-PCB’s (PCB138, PCB153 en PCB180) behoren tot de groep van de niet-dioxineachtige PCB’s. Zij vertegenwoordigen ongeveer 40 tot 60 % van het totale PCB-mengsel en zijn dus een goede maat voor de totale PCB-belasting in het menselijk lichaam.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid