Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Milieu & Gezondheid / DALY's milieuverstoring

Totaal verloren gezonde levensjaren (DALY’s) door milieuverstoringen

Het leefmilieu beïnvloedt onze gezondheid. De DALY is een indicator die hier gebruikt wordt om de totale ziektelast van een populatie als gevolg van milieuverstoringen te beschrijven. DALY’s staan voor Disability-Adjusted Life Years of potentieel verloren gezonde levensjaren. De indicator combineert het aantal jaren dat men verliest door vroegtijdig te sterven met het aantal jaren geleefd met een ziekte. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en de Wereldbank ontwikkelden de DALY-eenheid om de ziektelast tussen landen of regio’s te vergelijken. DALY’s (of afgeleide indicatoren) laten toe om de wijzigende impact van het milieu op te volgen en eventuele effecten van beleidsbeslissingen rond volksgezondheid op een meetbare manier te evalueren.

Blootstelling aan milieuvervuilende stoffen of polluenten leidt tot een waaier van gezondheidseffecten die variëren in ernst en duur. Zo kan een verhoogde blootstelling aan lood mentale achterstand bij jonge kinderen of een verhoogde bloeddruk bij volwassenen veroorzaken, terwijl een verhoogde blootstelling aan ozon aanleiding kan geven tot chronische ademhalingseffecten en sterfte. Voor Vlaanderen werden DALY’s berekend voor 14 stressoren waarvoor voldoende informatie rond blootstelling en gezondheidseffect(en) beschikbaar was: fijn stof, ozon, atmosferisch benzeen, koolstofmonoxide, dioxines in voedsel, elektromagnetische straling, geluid door transport, hitte, lood, radon, schimmels en vocht, UV, formaldehyde en passief roken. De DALY-berekening kon niet gebaseerd worden op cijfers van één welbepaald jaar maar eerder op een periode rond het jaar 2010.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2015
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Een gezond levensjaar minder door milieuverstoring

Blootstelling aan milieuvervuilende stoffen resulteert in een totale jaarlijkse gezondheidsimpact van 102 492 verloren gezonde levensjaren (of DALY’s). Dit betekent dat elke inwoner in Vlaanderen bij levenslange blootstelling aan huidige pollutieniveaus gemiddeld één gezond levensjaar (of 1 DALY) verliest. Let wel dat dit gemiddelde waarden betreft. De gezondheidsimpact bij gevoelige groepen, zoals astmapatiënten die blootgesteld worden aan verhoogde ozonconcentraties, is wellicht groter.

Fijn stof grootste aandeel in gezondheidsimpact

Als gevolg van een doorgedreven Europees beleid met emissiemaatregelen zijn de concentraties fijn stof (jaargemiddelde PM2,5-concentratie en jaargemiddelde PM10-concentratie) en de hiermee gepaarde externe gezondheidskosten van fijn stof sinds 2005 sterk gedaald in Vlaanderen. Toch was fijn stof anno 2010 nog steeds verantwoordelijk voor ruim twee derde van de gezondheidsimpact in Vlaanderen. Er zijn aanwijzingen dat het vooral de kleinere stofdeeltjes (PM2,5; of deeltjes met aerodynamische diameter < 2,5 µm) zijn die het diepst kunnen doordringen in het lichaam en de grootste gezondheidsschade veroorzaken. Zo verklaart vroegtijdige sterfte door langetermijnblootstelling aan PM2,5 bijna negentig procent van de gezondheidsimpact van fijn stof.

Volgens een grootschalige Europese studie is de huidige Europese PM2,5-grenswaarde van 25 µg/m3 (jaargemiddelde) te hoog om significante gezondheidseffecten te vermijden. Er bestaat immers geen veilige waarde voor PM2,5 waaronder absolute bescherming van de gezondheid kan gegarandeerd worden. Als het PM2,5-jaargemiddelde zou dalen van 16 µg/m3 (2010) tot de gezondheidsrichtwaarde van 10 µg/m3 zoals vooropgesteld door de WGO en het visionair scenario van de Milieuverkenning 2030, kan één vierde van de DALY’s (of 24 756 DALY’s) vermeden worden. Fijn stof behoudt dan nog altijd het grootste gezondheidsaandeel maar het verschil met de andere polluenten verkleint. Bijkomende inspanningen zijn nodig om een verdere daling van de PM2,5-concentraties te garanderen. Definitieve Europese doelstellingen om PM2,5-emissies per land te verlagen (herziening van de richtlijn 2001/81/EG inzake de nationale emissieplafonds) worden pas ten vroegste verwacht in 2016.

Een daling van de gezondheidsimpact van fijn stof kan door de concentraties en/of de blootstelling eraan te verminderen. De belangrijkste sectoren die fijn stof uitstoten zijn de huishoudens (vnl. via gebouwenverwarming), transport, industrie en landbouw (vnl. via ammoniakemissies). Een maatregel om emissiereducties te realiseren is onder andere de nieuwe Europese emissieregels voor middelgrote stookinstallaties. Blootstelling aan fijn stof kan men verder ook beperken door het instellen van lage-emissiezones (LEZ). De stad Antwerpen is de eerste Vlaamse stad die een LEZ invoert in het najaar van 2016. Verder kan men ook zijn persoonlijk gedrag aanpassen door te sporten in een groene omgeving, grote verkeersaders met de fiets te mijden en de woning te ventileren aan de zijde waar minder verkeer passeert.

Geluidshinder en passief roken op twee en drie 

Uit het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek (SLO, 2013) blijkt dat de Vlaming geluid door wegverkeer ervaart als de belangrijkste bron van hinder. Een verhoogde blootstelling aan verkeersgeluid kan leiden tot ernstige hinder, ernstige slaapverstoring en hart- en vaatziekten. Het Pact 2020 stelt als doel dat Vlaanderen inzake geluidshinder even goed scoort als andere economische topregio’s in Europa. Op basis van de resultaten van het SLO engageert Vlaanderen zich daarom om het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluidsoverlast via verkeer te doen dalen met 15 % tegen 2020 (ten opzichte van 2010).

Ondanks de relatief beperkte gezondheidsernst zijn de DALY’s voor geluidshinder de op één na belangrijkste factor in de totale milieulast van Vlaanderen (7 %). Dit komt omdat een groot deel van de bevolking blootgesteld is aan verkeersgeluid, onder meer door het dichte wegennetwerk, het groeiende wagenpark en stijgend aantal gereden kilometers en de hoge bevolkingsdichtheid. In uitvoering van de Europese richtlijn Omgevingslawaai worden geluidskaarten opgemaakt voor Vlaanderen, die de basis leggen voor het formuleren van actieplannen. Momenteel worden geluidsactieplannen geconcretiseerd voor de agglomeraties Gent, Antwerpen en Brugge. Maatregelen die geluidsbelasting verminderen kunnen zowel de geluidsbron (o.a. via snelheidsreductie, stillere banden en wegdek,…), de geluidsoverdracht (o.a. plaatsen van geluidsschermen en aandacht voor stiltegebieden in ruimtelijke planning) als de geluidsontvanger (o.a. via isolatie van woningen) aanpakken. Naast verbeteren van de belangrijkste lokale knelpunten inzake geluidshinder (zogenaamde zwarte punten) is het aangewezen om voldoende in te zetten op doortastende maatregelen die een impact hebben voor gans Vlaanderen. Voorbeelden zijn het systematisch kiezen voor een geluidsvriendelijker wegdek en een slimme ruimtelijke ordening (Milieuverkenning 2030).

Blootstelling aan omgevingstabaksrook wordt gerelateerd aan kanker, hartziekten en infecties aan de luchtwegen. Sinds januari 2010 geldt een algemeen rookverbod op openbare plaatsen en op de werkvloer. Dit verbod werd in juli 2011 ook uitgebreid tot cafés. Deze maatregelen kunnen het aandeel van omgevingstabaksrook in de DALY-berekening voor Vlaanderen (6 %) wellicht verminderen. Informeren en sensibiliseren van de bevolking rond de gevolgen van (mee)roken blijft echter essentieel (vb. tabak campagnes van expertisecentrum Vlaams Instituut Gezond Leven).
De overige elf stressoren hebben een gezamenlijk aandeel van 16 % in de totale milieulast van Vlaanderen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid