Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Milieu & Gezondheid / Externe gezondheidskosten fijn stof

Externe gezondheidskosten door fijn stof

Blootstelling aan fijn stof (PM2,5 en PM10) in de lucht heeft een negatieve invloed op de gezondheid. Er kunnen effecten optreden op de luchtwegen en op het cardiovasculair systeem, die leiden tot ziekte en vroegtijdige sterfte. Men maakt een onderscheid tussen korte- en langetermijneffecten. Bij de kortetermijneffecten van fijn stof horen bv. hospitalisaties door hartproblemen of gebruik van bronchodilatoren. Vroegtijdige sterfte en chronische bronchitis zijn langetermijneffecten van fijn stof. De kosten die  gepaard gaan met ziekte en vroegtijdige sterfte zijn niet (volledig) inbegrepen in de prijs van de milieuverstorende activiteit, maar worden (deels) gedragen door de maatschappij. Het zijn dan ook ‘externe’ kosten. Indicatoren m.b.t. externe kosten zijn nuttig om op een monetaire schaal afwegingen van beleidsmaatregelen te ondersteunen. De onzekerheid op de schatting van de externe gezondheidskosten is relatief groot. De indicator dient dan ook eerder relatief gebruikt te worden om verschillende situaties te vergelijken, bv. om evoluties in de tijd te evalueren.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: januari 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Externe gezondheidskosten door fijn stof dalend

De externe kosten zijn berekend op basis van de ExternE-benadering met een waardering voor een verloren levensjaar gelijk aan 40 000 euro (euro2000). De eerste figuur toont dat, ondanks de stijgende bevolkingscijfers, de totale externe gezondheidskost gerelateerd aan de blootstelling van fijn stof in Vlaanderen gedaald is in de periode 2005-2015. Deze daling is statistisch significant. In 2015 was de externe gezondheidskost door fijn stof 29 % lager dan in 2005, maar bedroeg in Vlaanderen wel nog steeds ongeveer 4 miljard euro.

Zowel binnenlandse als buitenlandse emissies beïnvloeden de concentratie en zo de impact en externe kosten van fijn stof in Vlaanderen. De gestage daling van de externe kosten is vooral te danken aan een doorgedreven Europees beleid, dat zowel de emissies in het binnenland als in de ons omringende landen reduceert. Ook de meteorologische condities spelen een rol in de concentratie en dus de impact van fijn stof.

Acute blootstelling aan fijn stof ook belangrijk in externe gezondheidskosten

Naast de totale externe kosten van fijn stof (PM2,5 en PM10), toont de figuur ook de afzonderlijke externe kosten door enerzijds langetermijnblootstelling en anderzijds kortetermijnblootstelling, en dit voor zowel PM2,5 als PM10. Bij de gezondheidsimpact uitgedrukt in DALY’s (verloren gezonde levensjaren) is de langetermijnblootstelling aan PM2,5 veruit de belangrijkste factor (88 % in 2015), zie de indicator Verloren gezonde levensjaren door blootstelling aan fijn stof. De impact van acute blootstelling aan PM2,5 op de DALY’s is klein (1 %). Uitgedrukt in monetaire termen is het belang van de verschillende impacts anders. Het aandeel van de langetermijnblootstelling aan PM2,5 in de externe gezondheidskosten is een stuk kleiner, 54 % in 2015. De acute blootstelling aan fijn stof (PM2,5 en PM10) neemt met 35 % een belangrijk aandeel in van deze externe kosten. In de meest recente studie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO, 2013) worden symptoomdagen met problemen met de lagere luchtwegen niet meer meegerekend in de externe gezondheidskosten, in tegenstelling tot in de hier gehanteerde ExternE-methode. Deze aanpassing zou het aandeel van de acute blootstelling door fijn stof in de externe kosten verkleinen tot 24 % in 2015.

De eerste figuur geeft een totale impact voor heel Vlaanderen, waarbij dus rekening gehouden wordt met de stijgende Vlaamse bevolking De tweede figuur toont de externe gezondheidskosten van fijn stof per 10 000 inwoners. Het verloop van beide is gelijkaardig.
Bij de interpretatie van de resultaten moet men er rekening mee houden dat de onzekerheid op de schatting van de externe kosten relatief groot blijft. Dit is te wijten aan de onzekerheid op de concentratie-respons relaties afgeleid in epidemiologische analyses. Meer studies die de relatie tussen de afnemende concentratie door genomen maatregelen en de geobserveerde reductie van de gezondheidsimpact analyseren en begroten zijn nodig.
Externe kosten kunnen gebruikt worden voor het afwegen van beleidsmaatregelen op monetaire schaal. In het kader van het Clean Air Policy Package werd een kosten-batenanalyse voor de EU-28 gedaan. Men ging na hoeveel investeringen nodig waren om het ambitieniveau van de EC te bereiken tegen 2025, nl. een vermindering van 70 % van de externe gezondheidskosten (door impact van fijn stof en ozon) t.o.v. wat maximaal mogelijk is wanneer alle technisch mogelijke maatregelen zouden genomen worden. De analyse toonde aan dat minder dan 10 % van de investeringskosten van het maximaal technisch mogelijke pakket nodig zijn om die winst te boeken.

Internationaal en regionaal beleid nodig

De impact van fijn stof op de gezondheid en de gerelateerde externe kosten kunnen verminderen door ofwel de concentraties ofwel de blootstelling en dus de gerelateerde dosis te verminderen. Lagere concentraties zijn mogelijk door een internationaal en regionaal beleid van emissiereducties. In het kader van de herziening van de NEC-richtlijn (National Emission Ceilings) is de Europese emissiereglementering voor middelgrote stookinstallaties ondertussen goedgekeurd (Richtlijn EU2015/2193). Het is belangrijk dat er ook snel goedkeuring komt voor ambitieuze doelstellingen voor 2020 en 2030, niet enkel voor fijn stof maar ook voor haar precursoren NH3, NOx, SO2 en VOS. Zo kunnen alle EU-landen verdere maatregelen nemen om de emissies van fijn stof en haar precursoren te beperken en de toekomstige concentraties in te dijken. Emissies verminderen kan bv. door het stimuleren van meer milieuvriendelijke wagens, door het verminderen van het aantal gereden kilometers, door de afname van het gebruik van vaste brandstof zoals hout en kolen voor verwarming, door het stimuleren van verwarmingsketels met zuiverdere uitstoot,... Op basis van epidemiologische studies vermoedt men dat sommige bestanddelen van PM2,5 schadelijker zijn dan andere bestanddelen, bv. dieselroet. Sinds 2012 beschouwt de WGO dieselroet als kankerverwekkend (zie link). Men kan de blootstelling aan roet verminderen door bv. het instellen van lage-emissiezones (LEZ), zoals gepland in Antwerpen vanaf 1 februari 2017. Men kan ook zijn persoonlijk gedrag aanpassen: kiezen van alternatieve fietsroute naar het werk langs minder drukke wegen, vermijden van fysieke inspanning tijdens smogperiode, joggen in een groenere omgeving …

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid