Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Milieu & Gezondheid / Externe gezondheidskosten fijn stof

Externe gezondheidskosten door fijn stof

Blootstelling aan fijn stof (PM2,5 en PM10) in de lucht kan leiden tot ziekte en vroegtijdige sterfte door effecten op de luchtwegen en het cardiovasculair systeem. De kosten die  hiermee gepaard gaan zitten echter niet (volledig) inbegrepen in de prijs van de milieuverstorende activiteit, maar worden (deels) gedragen door de maatschappij. Ze worden daarom ‘externe’ kosten genoemd. Externe kosten zijn nuttig om op een monetaire schaal afwegingen van beleidsmaatregelen te ondersteunen. De onzekerheid op de schatting van de externe gezondheidskosten is relatief groot. Deze indicator dient dan ook eerder relatief gebruikt te worden om verschillende situaties te vergelijken, bv. om evoluties in de tijd te evalueren.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Externe gezondheidskosten door fijn stof dalend

De eerste figuur toont dat, ondanks de stijgende bevolkingscijfers, de totale externe gezondheidskost gerelateerd aan de blootstelling van fijn stof in Vlaanderen gedaald is in de periode 2005-2017. Deze daling is statistisch significant. In 2017 was de externe gezondheidskost door fijn stof 32 % lager dan in 2005, maar bedroeg in Vlaanderen wel nog steeds ongeveer 10 miljard euro.

Na een initiële daling stabiliseerden de externe kosten in de periode 2008-2011, om daarna opnieuw te dalen. In de periode 2015-2017 bleven de externe kosten nagenoeg constant. Zowel binnenlandse als buitenlandse emissies beïnvloeden de concentratie en zo de impact en externe kosten van fijn stof in Vlaanderen. Ook de meteorologische condities spelen een rol in de concentratie en dus de impact van fijn stof.

Langetermijnblootstelling PM2,5 bepaalt 86 percent van externe kost

Niet alle gezondheidseffecten dragen even sterk bij tot de externe gezondheidskost van fijn stof. Langetermijnblootstelling aan PM2,5 en PM10 hebben een aandeel in de externe gezondheidskosten van respectievelijk 86 en 3  % in 2017. Het grote aandeel van langetermijnblootstelling aan PM2,5 komt overeen met het aandeel in de DALY’s fijn stof (zie indicator Verloren gezonde levensjaren door blootstelling aan fijn stof). Vroegtijdige sterfte en chronische bronchitis zijn voorbeelden van langetermijneffecten van fijn stof.  De acute of kortetermijnblootstelling aan fijn stof (PM2,5 en PM10) neemt 11 % van de totale externe kosten in. Dit gaat om kosten gerelateerd aan bv. hospitalisaties door hartproblemen of dagen met astmasymptomen.

Beleid en acties nodig binnen en buiten Vlaanderen

De externe gezondheidskosten van fijn stof kunnen verminderen door de concentraties en/of de blootstelling te verminderen. Hiervoor is een internationaal en lokaal beleid van emissiereducties nodig.

De Richtlijn Nationale Emissieplafonds (NEC-richtlijn; 2016/2284/EU) wil een halvering van de negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en vroegtijdige sterfte tussen 2016 en 2030. Elke lidstaat moet hiervoor een nationaal programma opstellen. Het Vlaamse Luchtbeleidsplan, goedgekeurd op 25 oktober 2019, neemt de Europese luchtkwaliteitsstreefwaarden en -normen voor PM2,5 over. Tegen 2030 moet de gezondheidsimpact van luchtkwaliteit gehalveerd zijn ten opzichte van 2005, tegen 2050 mogen de PM2,5-concentraties de advieswaarden van de WGO niet meer overschrijden. Het plan bevat acties voor de verschillende sectoren.

In het kader van het Clean Air Policy Package werd een kosten-batenanalyse voor de EU-28 gedaan. Men ging na hoeveel investeringen nodig waren om het ambitieniveau van de EC te bereiken tegen 2025, nl. een vermindering van 70 % van de externe gezondheidskosten (door impact van fijn stof en ozon) t.o.v. wat maximaal mogelijk is wanneer alle technisch mogelijke maatregelen zouden genomen worden. De analyse toonde aan dat minder dan 10 % van de investeringskosten nodig zijn om die winst te boeken.

Over de rekenmethode

De externe kosten zijn berekend op basis van de ExternE-benadering met een waardering voor een verloren levensjaar gelijk aan 135.500 euro (euro2018). Bij de interpretatie van de resultaten moet men er rekening mee houden dat de onzekerheid op de schatting van de externe kosten relatief groot blijft. Dit is te wijten aan de onzekerheid op de dosis-effectrelaties afgeleid in epidemiologische analyses. Er is nood aan meer studies die de relatie tussen de afnemende concentratie door genomen maatregelen en de geobserveerde reductie van de gezondheidsimpact analyseren en begroten.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid