Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Concentratie aan zware metalen

Concentratie aan zware metalen in lucht

Deze indicator toont de concentraties van de zware metalen cadmium (Cd), nikkel (Ni) en lood (Pb) en het metalloïde arseen (As) in de omgevingslucht in Vlaanderen. De voornaamste emissiebronnen voor deze polluenten zijn de (non-)ferro-industrie, het verkeer en de verbranding van fossiele brandstof en afval.

De aanwezigheid van zware metalen in de lucht kan nadelig zijn voor de gezondheid. Zware metalen verspreiden zich via stofdeeltjes in de lucht en kunnen via de neus of mond worden opgenomen in het lichaam. Het al dan niet optreden van gezondheidseffecten hangt af van de opgenomen hoeveelheid en de tijdsduur van de opname.

Arseen kan irritatie van de bovenste luchtwegen en van de huid veroorzaken. Inademing verhoogt het risico op longkanker. Vanaf een As-concentratie in de omgevingslucht boven 0,66 ng/m3 is dit risico gezondheidskundig niet meer verwaarloosbaar. Als men chronisch blootgesteld wordt aan Cd-concentraties boven 10 ng/m3 kan de nierwerking verstoord worden. Bij Cd-concentraties boven 0,6 ng/m3 is het risico op longkanker gezondheidskundig niet meer verwaarloosbaar.  Inademing van nikkel kan leiden tot ontsteking van de longen vanaf een concentratie van 90 ng/m3. Het risico op longkanker en kanker van de neusholte is gezondheidskundig niet meer verwaarloosbaar bij Ni-concentraties boven 2,5 ng/m3. Opname van Pb kan effecten geven op vlak van cognitie en ontwikkeling van het zenuwstelsel. Anorganisch lood is waarschijnlijk carcinogeen voor mensen.

In Vlaanderen worden de concentraties van zware metalen in de lucht vooral opgevolgd nabij industriezones, maar ook in stedelijke en achtergrondomgevingen. De meeste aandacht gaat naar locaties waar problemen kunnen opduiken. De meetplaatsen in Hoboken, Beerse en Genk zijn gelegen in de buurt van (non-)ferrobedrijven. Voor de rapportering naar Europa is Vlaanderen verdeeld in zones. In elke zone ligt minimaal één meetplaats. Indien meerdere meetplaatsen gesitueerd zijn binnen 1 zone geeft deze indicator de meetplaats weer met de hoogste concentraties. Meetreeksen waarvan de jaargemiddelde concentraties in 2015 lager zijn dan de detectielimiet, worden niet meer voorgesteld. 

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: september 2016
Actualisatie: Jaarlijks

EU-grens- en streefwaarden, WGO-advieswaarden en risico-inschattingen

De EU-richtlijn 2004/107/EG bevat streefwaarden voor de jaargemiddelde concentraties van As (6 ng/m3), Cd (5 ng/m3) en Ni (20 ng/m3), die gelden vanaf 31 december 2012. Voor Pb legt de EU-richtlijn 2008/50/EG een grenswaarde op voor het jaargemiddelde van 500 ng/m3, geldig vanaf 2005. VLAREM II definieert bovendien een grenswaarde voor Cd van 30 ng/m3 (sinds 6 maart 2007). Het gaat telkens om metingen in PM10-stof.

Vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) worden advieswaarden gegeven voor Cd (5 ng/m3) en Pb (500 ng/m3). De advieswaarden komen dus overeen met de EU-grens- en streefwaarden voor deze polluenten. De schadelijkheid van Ni en As wordt door de WGO uitgedrukt als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Voor Ni betekent dit dat een levenslange blootstelling aan een concentratie van 2,5 ng/m3 leidt tot één extra kankergeval per miljoen inwoners, voor As is dit het geval bij een concentratie van 0,66 ng/m3.

Toestand verbetert op de meeste meetplaatsen tussen 2003 en 2015

Tussen 2003 en 2015 evolueerden de concentraties aan zware metalen in de lucht op de meeste meetplaatsen gunstig. Dit ligt in lijn met de dalende emissie van de meeste zware metalen (behalve Cd) in Vlaanderen en is het gevolg  van emissiereducerende maatregelen samen met de financieel-economische crisis in 2008. De Pb- en Cd-concentraties in Hoboken vertonen de laatste jaren echter een stijgende trend. Algemeen liggen de concentraties van zware metalen in de lucht veel lager in steden en achtergrondgebieden dan in industriële omgevingen.

EU-grenswaarde voor Pb in 2015 overschreden in Hoboken, ook EU-streefwaarden voor As, Cd en Ni op enkele locaties overschreden

In 2015 werd voor het eerst sinds de EU-grenswaarden van kracht zijn een overschrijding vastgesteld, namelijk voor Pb op 1 meetplaats in Hoboken. De EU-streefwaarde voor As werden nog overschreden op 3 meetplaatsen in Hoboken, de streefwaarde voor Cd in Beerse en Hoboken en die voor Ni in Genk.  De VLAREM II-grenswaarde voor Cd werd gerespecteerd. Vermits de WGO-advieswaarden voor Pb en Cd overeen komen met de EU- grens- en streefwaarden,  werden dezelfde overschrijdingen vastgesteld in 2015.

Inschatting van extra kankerrisico en van blootstelling aan te hoge concentraties in 2015

De schadelijkheid van Ni en As wordt uitgedrukt als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Als de As-concentraties in Hoboken constant zouden blijven op het niveau van 2015, ligt het extra kankerrisico daar tussen 1 op 18 000 en 1 op 70 000 mensen. Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (VAZG) omschrijft die niveaus als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar, maar wel maatschappelijk aanvaardbaar mits beleidsmatige afweging. Het risico op kanker te wijten aan As ligt lager in Beerse en is verwaarloosbaar in de rest van Vlaanderen. Voor Ni omschrijft het VAZG het risico op alle meetplaatsen als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar maar maatschappelijk aanvaardbaar. Voor de 2 meetplaatsen in Genk werd een risico berekend tussen 1 op 353 000 en 1 op 119 000 inwoners bij levenslange blootstelling aan de concentraties gemeten in 2015.

Via modellering werd geraamd hoeveel inwoners aan concentraties boven de grens- of streefwaarden werden blootgesteld. In 2015 werden in Hoboken ongeveer 4 300 inwoners blootgesteld aan te hoge As-concentraties en een 30-tal inwoners aan te hoge Pb-concentraties. In Genk werden ongeveer 80 inwoners blootgesteld aan te hoge Ni-concentraties.

Kanttekening hierbij is dat wordt uitgegaan van de meetplaats met de hoogste concentratie per zone, niet alle inwoners van de vermelde gemeentes worden dus blootgesteld aan de weergegeven concentraties. Voor Cd konden geen accurate blootstellingscijfers berekend worden voor 2015 omdat er slechts één meetplaats per regio was.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid