Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Jaargemiddelde benzeenconcentratie

Jaargemiddelde benzeenconcentratie in lucht

Benzeen is een vluchtige organische stof. Bronnen van benzeen zijn o.a. uitlaatgassen van auto’s, dampen die vrijkomen bij het tanken, bepaalde industriële processen en tabaksrook. De blootstelling aan benzeen gebeurt vooral via inademing. Benzeen heeft een toxische werking op het bloed en bloedvormende weefsels en is kankerverwekkend. Benzeen speelt als ozonprecursor ook een rol in de fotochemische luchtverontreiniging. Het kan bovendien leiden tot geurhinder.

Deze indicator toont het tijdsverloop van de gemeten jaargemiddelde benzeenconcentraties in Vlaanderen.

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: januari 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Europese grenswaarde overal gerespecteerd

Sedert 2010 legt de Europese richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) een grenswaarde op van 5 µg/m³ voor de jaargemiddelde benzeenconcentratie in de omgevingslucht. Het Vlaamse Luchtbeleidsplan 2030 nam deze grenswaarde over.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) formuleerde geen advieswaarde omdat er geen veilige bovengrens voor benzeenblootstelling bestaat. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange blootstelling aan een benzeenconcentratie van 17 µg/m³ zou er één extra kankergeval per 10 000 inwoners zijn, bij 1,7 µg/m³ één per 100 000 inwoners en bij 0,17 µg/m³ één per 1 000 000.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) meet de benzeenconcentratie in de omgevingslucht. In 2018 respecteerden alle meetplaatsen de grenswaarde van 5 µg/m³ voor het jaargemiddelde. Het hoogste jaargemiddelde werd gemeten in industriegebied, meer bepaald op de meetplaats ‘Antwerpen-Polderdijkweg’ in de Antwerpse haven, waar de luchtkwaliteit sterk beïnvloed wordt door de petrochemische industrie. De benzeenconcentratie was er beduidend hoger (3,73 µg/m³) dan op de andere meetplaatsen. Er zijn op die meetplaats echter onvoldoende beschikbare meetgegevens, zodat een toetsing aan de Europese grenswaarde niet mogelijk is. Op nabijgelegen meetplaatsen in de Antwerpse haven werden ook relatief hoge benzeenconcentraties gemeten. De meetplaats met de hoogste jaargemiddelde concentratie en voldoende meetwaarden is ‘Zelzate Havenlaan’ (1,27 µg/m³). Dit meetpunt bevindt zich vlakbij een teerraffinaderij in het Gentse havengebied. Dit komt overeen met gemiddeld één extra kankergeval per 130 000 inwoners bij een levenslange blootstelling aan deze concentratie. Het Agentschap Zorg en Gezondheid omschrijft risico’s tussen 1 op 10 000 en 1 op 1 000 000 als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

Dalende trend zet zich niet meer voort

De figuur toont het jaargemiddelde van alle gemeten benzeenconcentraties in de omgevingslucht als virtuele (in plaats van rekenkundige) gemiddelden. Dit betekent dat de gemeten concentraties eerst uitgemiddeld werden per meetplaats, waarna deze individuele jaargemiddelden verder uitgemiddeld werden tot de Vlaamse jaargemiddelde concentratie.  

De meetmethode voor benzeen wijzigde in de loop der jaren. In de periode 2000-2015 berekende de VMM de (virtuele) gemiddelde benzeenconcentratie enkel op basis van automatische metingen. In 2016 werden de automatische metingen aangevuld met semi-automatische metingen. Sinds 2017 wordt de jaargemiddelde benzeenconcentratie enkel bepaald op basis van semi-automatische metingen, op landelijke, stedelijke en voorstedelijke meetplaatsen. De automatische monitoren werden immers verplaatst naar industriegebieden omdat ze in staat zijn om kortstondige piekwaarden te detecteren, wat nuttig is bij de monitoring van industriële bronnen. Door deze capaciteit om piekconcentraties te detecteren, is de spreiding van de jaargemiddelde concentratie op basis van automatische metingen een stuk groter dan bij de semi-automatische metingen. Dit blijkt duidelijk uit de figuur.

In 2018 bedroeg het jaargemiddelde 0,81 µg/m³ (op basis van semi-automatische metingen). In 2000 was dit nog 1,54 µg/m³ (automatische metingen). De daling van de jaargemiddelde benzeenconcentratie vond voornamelijk plaats t.e.m. 2014. Nadien kende het jaargemiddelde een eerder schommelend verloop. Merk wel op de meetstations wijzigden over de jaren, waardoor de evolutie van de jaargemiddelde benzeenconcentratie met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd dient te worden.

Maatregelen op verschillende vlakken

De daling van de benzeenconcentratie in de lucht is o.a. te danken aan de verlaging van het benzeengehalte in benzine van 5 tot 1 vol% (richtlijn 98/70/EG), de invoering van de driewegkatalysator bij voertuigen en de sanering van de uitstoot bij de opslag en distributie van benzine in tankstations (opname van Europese Richtlijn 94/63/EG in VLAREM).

De werkelijke individuele blootstelling ligt echter dikwijls hoger dan verwacht op basis van het jaargemiddelde. Zo is de blootstelling verhoogd tijdens het tanken, bij drukke kruispunten of binnenshuis door het inademen van tabaksrook. Het Vlaamse Binnenmilieubesluit (2004, aanpassing in 2018) geeft geen richtwaarde maar wel een interventiewaarde van 0,4 µg/m3 bij chronische blootstelling aan benzeen in het binnenmilieu, om de gezondheidsrisico’s voor bewoners of gebruikers zoveel mogelijk te beperken.

Benzeen komt ook vrij bij de raffinage van ruwe aardolie en de verdere verwerking van de raffinageproducten. De (petro)chemische industrie maakt een inschatting van haar benzeenemissies op basis van modellen in plaats van haar uitstoot permanent te meten. Uit metingen blijkt echter dat er mogelijk meer benzeen vrijkomt dan wat de theoretische modellen voorspellen. Opslagtanks voor benzeen zouden een belangrijke emissiebron zijn. Er loopt onderzoek naar de mogelijkheden om deze emissies te verlagen.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.