Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Jaargemiddelde NO2-concentratie

Jaargemiddelde NO2-concentratie in lucht

Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Een kwart van de jaarlijkse astmagevallen bij kinderen is te wijten aan NO2. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid.

NOx draagt bij aan de vorming van secundair fijn stof. Verder speelt NOx een belangrijke rol in de verzurende en vermestende depositie en de fotochemische smogvorming (ozon). NOx kan over grote afstanden getransporteerd worden en kan dus effecten veroorzaken in ver gelegen gebieden. Het gebruik van fossiele brandstoffen (steenkool, petroleumproducten en gas) is de belangrijkste bron van emissies van NOx (NO2).

Deze indicator toont de evolutie van de jaargemiddelde NO2-concentratie in Vlaanderen, zowel per type meetstation als ruimtelijk geïnterpoleerd over Vlaanderen. Voor het meest recente jaar wordt bovendien een spreidingskaart getoond.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Geen overschrijding van Europese jaargrenswaarde in vaste meetstations

Om de schadelijke gevolgen van NO2 voor de menselijke gezondheid zoveel mogelijk te beperken, legt de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) sinds 2010 een grenswaarde op van 40 µg/m3  voor het jaargemiddelde en van 200 µg/m3 voor het uurgemiddelde. Dit uurgemiddelde mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar overschreden worden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geeft als advieswaarde eenzelfde jaargemiddelde concentratie als de Europese Richtlijn, maar laat geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde.

De automatische monitoren in de vaste meetstations meten volgens de Europese referentiemethode. In 2018 werd de Europese jaargrenswaarde voor het eerst op alle vaste meetplaatsen gerespecteerd.  Ook de Europese uurgrenswaarde en WHO-advieswaarden werden overal nageleefd. De hoogste jaar- en uurgemiddelden met automatische monitoren werden gemeten in meetstations in Antwerpen en bedroegen resp. 40 µg/m³ en 173 µg/m³.

Wel overschrijdingen op locaties met passieve samplers

Naast het automatische meetnet worden sinds 2017 ook  semi-automatische metingen uitgevoerd met passieve samplers. Passieve samplers meten niet volgens de Europese referentiemethode, maar ze worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. De jaargemiddelden bekomen met passieve samplers voldoen aan de Europese criteria voor ‘indicatieve metingen’. We spreken daarom van ‘indicatieve jaargemiddelden’. Passieve samplers laten toe om metingen uit te voeren op plaatsen waar er geen ruimte is voor een vast meetstation, zoals in smalle straten met hoge, aaneengesloten bebouwing waar weinig luchtverversing is (street canyons). De resultaten van de passieve samplers dienen ook om de modelresultaten te valideren en te verbeteren. Op 7 van de 19 meetplaatsen in Antwerpen en op 2 van de 20 meetplaatsen in Gent gaven indicatieve metingen met passieve samplers een overschrijding van de jaargrenswaarde aan in 2018. Hierbij ging het telkens om plaatsen in street canyons en/of locaties met veel verkeer. Het hoogste indicatieve jaargemiddelde werd gemeten in Antwerpen (56 µg/m³).

Hoogste concentraties in meetstations nabij (druk) wegverkeer

De vaste meetstations worden gebundeld in vijf subgroepen naargelang hun locatie. Sinds 2003 dalen de jaargemiddelde NO2-concentraties in alle subgroepen. De grootste daling deed zich voor bij de verkeersgerichte meetstations, de kleinste bij de landelijke. In de verkeersgerichte meetstations liggen de concentraties gemiddeld wel nog steeds het hoogst en in de landelijke gemiddeld het laagst, resp. 38 µg/m³ en 15 µg/m³ in 2018. Door het wisselend aantal meetstations moeten de jaargemiddelden doorheen de tijd wel met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden.

In 2018 vond het grootschalig burgeronderzoek CurieuzeNeuzen plaats in Vlaanderen. Een maand lang maten 20.000 Vlamingen de NO2-concentraties in hun leefomgeving. Uit de resultaten blijkt duidelijk dat druk verkeer, verkeer met een beperkte doorstroming (bv. aan kruispunten en verkeerslichten) en street canyons leiden tot verhoogde NO2-concentraties. De luchtkwaliteit wordt dus niet enkel bepaald door het verkeersvolume, maar ook de doorstroming speelt een belangrijke rol. Zelfs in kleine dorpen werden verhoogde NO2-concentraties gemeten op verkeersintensieve locaties. 

Het wegverkeer was  in 2017 verantwoordelijk voor 45 % van de NOX-uitstoot in Vlaanderen. Om de Europese normen voor NO2-concentraties blijvend te halen en tegelijk de verzuring en de verontreiniging door ozon en fijn stof te verminderen, zijn verdere NOx-emissiereducties noodzakelijk. Meer informatie over de specifieke maatregelen om de NOx-emissie van de sector transport te doen dalen, is te vinden in de indicator Emissie van luchtpolluenten door transport: NOx, NMVOS, PM2,5 en SO2.

Ook verhoogde NO2-concentraties in steden en industriële gebieden

Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor NO2 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Het ATMO-Street-model is een combinatie van de RIO-interpolatietechniek, het IFDM-dispersiemodel en de straatmodule OSPM. ATMO-Street berekent de luchtkwaliteit op basis van de gemeten concentraties en het landgebruik (RIO), meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (IFDM) en houdt rekening met de effecten van street canyons (OSPM).

De kaart toont dat de hoogste jaargemiddelde concentraties voorkomen in de steden, nabij druk wegverkeer en in industriële gebieden. Op een aantal locaties in Vlaanderen ligt de gemodelleerde jaargemiddelde concentratie boven de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Net als de indicatieve metingen met passieve samplers  tonen de modelberekeningen dus aan dat er nog steeds overschrijdingen van de Europese jaargrenswaarde zijn in Vlaanderen.

Merk wel op dat de ruimtelijke weergave het resultaat is van modelleringen. Dit kan een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus slechts een benaderend beeld van de luchtverontreiniging.

In 2018 bedroeg het geïnterpoleerde NO2-jaargemiddelde in Vlaanderen 17 µg/m3. Dit is lager dan verwacht op basis van de gemeten jaargemiddelde concentraties in de subgroepen. De verklaring hiervoor is dat er relatief gezien minder meetstations zijn in de landelijke gebieden, waar lagere concentraties gemeten worden. Deze gebieden maken echter een aanzienlijk deel uit van de oppervlakte van Vlaanderen, waardoor ze meer doorwegen in het gemiddelde dan bv. de stedelijke en industriële gebieden. Bovendien werd het geïnterpoleerde NO2-jaargemiddelde bepaald op basis van enkel de RIO-interpolatietechniek, aangezien het ATMO-Street-model alleen gebruikt wordt voor de evaluatie van het huidige jaar. De RIO-interpolatietechniek heeft een lagere ruimtelijke resolutie (4 x 4 km²) dan ATMO-Street (10 x 10 m²), waardoor de cijfers wellicht een onderschatting zijn.

De indicator Blootstelling bevolking aan NO2 geeft meer informatie over het aandeel van de bevolking dat is blootgesteld aan te hoge NO2-concentraties in de lucht.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.