Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Emissie van PAK's

Emissie van PAK's naar lucht

De verzamelnaam polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s omvat honderden chemisch verwante, persistente organische polluenten, variërend in structuur en schadelijkheid.

PAK’s komen vrij bij onvolledige verbranding, zoals bijvoorbeeld door houtverbranding in kachels en open haarden, verbranding van fossiele brandstoffen (bv. verkeer en gebouwenverwarming), bij productie van staal en cokes, in sigarettenrook, door afvalverbranding (bv. vuurtjes in tuinen).

De PAK’s coaguleren tot of binden zich aan fijn stof in de lucht en kunnen zo over grote afstanden getransporteerd worden en worden in het lichaam opgenomen door inademing. Ook via de voeding kunnen PAK’s opgenomen worden, bijvoorbeeld door het eten van verbrand voedsel of voedsel dat gefrituurd werd in te lang gebruikte frituurolie.

In emissie-inventarissen wordt de laatste jaren in toenemende mate gefocust op vier hoogmoleculaire indicator PAK’s, de zogenaamde EMEP-PAK’s (European Monitoring and Evaluation Programme). Deze zijn benzo(a)pyreen of B(a)P, benzo(b)fluorantheen of B(b)Flu, benzo(k)fluorantheen of B(k)Flu en indeno(1,2,3-cd)pyreen of Ind. B(a)P is door het IARC (International Agency for Research on Cancer) geklasseerd als ‘kankerverwekkend voor de mens', de andere drie PAK’s als ‘mogelijk kankerverwekkend voor de mens’.
In wat volgt wordt onder PAK’s de som van deze vier PAK’s verstaan.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2017
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Line Vancraeynest

PAK-emissie stijgt bijna met de helft tussen 2000 en 2015, huishoudens grootste bron

De PAK-emissie (als som van de 4 EMEP PAK’s) steeg tussen 2000 en 2015 met 48 %.  2010 was het jaar met de hoogste PAK-emissie sinds 1990. De laatste 6 jaar zien we een schommelend verloop.

De PAK-emissie is in hoofdzaak toe te schrijven aan de huishoudens (90 % van de totale PAK-uitstoot in 2015) en de belangrijkste huishoudelijke bron is de gebouwenverwarming (99 % in 2015). Het schommelend verloop van de PAK-emissie in de laatste jaren houdt verband met de verwarmingsbehoefte en dus met de temperatuur in de winter. De zachte winters in 2011 en 2014 weerspiegelen zich in lagere PAK-emissies.

PAK’s komen vooral vrij bij verbranding van hout in kachels en open haarden  en ook bij verwarming met steenkool en in veel geringere mate bij verwarming met stookolie.  Een beperkte huishoudelijke bron van PAK-emissie is  de verbranding van afval in tonnetjes en open vuren (< 1 %). Het gebruik van vaste brandstoffen door huishoudens steeg tussen 2000 en 2015. Daardoor steeg ook het aandeel van de huishoudens in de totale PAK-emissie (van 83 % naar 90 %).

Vanuit het beleid werden in de tijd gefaseerde eisen opgesteld voor huishoudelijke verwarmingsapparaten op vaste brandstof (zowel stukhout, houtpellets als steenkool) die in België nieuw op de markt gebracht worden (Koninklijk Besluit van 12 oktober 2010). Verdere reductie van PAK’s kan ook nog verwezenlijkt worden door de omschakeling van vaste naar vloeibare en gasvormige brandstoffen voor gebouwenverwarming.

In 2012 werd de overheidscampagne Stook Slim op touw gezet die de bevolking bewust moet maken van het vrijkomen van schadelijke stoffen bij de afvalverbranding in open vuren en de verbranding van behandeld hout in kachels voor gebouwenverwarming.  De VMM geeft sinds het najaar van 2016 een stookadvies. Dit houdt in dat een advies verspreid wordt om geen hout te verbranden als bijverwarming of voor sfeerdoeleinden op dagen met slechte luchtkwaliteit (gebaseerd op de concentratie fijn stof). Het stookadvies werkt sensibiliserend en wijst de bevolking op de bijdrage van huishoudelijke houtverbranding aan de luchtverontreiniging.

 De sector transport heeft het tweede grootste aandeel in de PAK-emissie (8 % in 2015). Deze emissie is te wijten aan de verbranding van fossiele brandstoffen en  is in stijgende lijn (+23 % tussen 2000 en 2015).

De sector industrie heeft slechts een geringe bijdrage aan de PAK-emissie (3,5 %). In 2012 deed zich een tijdelijke stijging van de PAK-emissie voor bij de metaalsector, vanaf 2013 daalde deze terug.  Bij industriële installaties bestaat het reductiebeleid uit een combinatie van nageschakelde en procesgeïntegreerde technieken door toepassing van de Best Beschikbare Technieken (BBT).

Bij de sector energie deden zich specifiek  voor benzo(a)pyreen  bij de petroleum­raffinaderijen hogere emissies voor in de periode 2009-2011. Vanaf 2012 daalden deze emissies sterk.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid