Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Jaargemiddelde PAK-concentratie

Jaargemiddelde PAK-concentratie in de omgevingslucht

De verzamelnaam polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s omvat honderden chemisch verwante, persistente organische polluenten, variërend in structuur en schadelijkheid.

PAK’s komen vrij bij onvolledige verbranding, zoals bijvoorbeeld door houtverbranding in kachels en open haarden, verbranding van fossiele brandstoffen (bv. verkeer), bij productie van staal en cokes, in sigarettenrook, door afvalverbranding (bv. vuurtjes in tuinen).
De PAK’s coaguleren tot of binden zich aan fijn stof in de lucht. Ze kunnen zo over grote afstanden getransporteerd worden en in het lichaam opgenomen worden door inademing. Ook via de voeding kunnen PAK’s opgenomen worden, bijvoorbeeld door het eten van verbrand voedsel of voedsel dat gefrituurd werd in te lang gebruikte frituurolie.

Na opname in ons lichaam worden sommige PAK’s afgebroken tot zeer reactieve stoffen (metabolieten) met kankerverwekkende eigenschappen. Benzo(a)pyreen (B(a)P) is één van de best gekende PAK’s en wordt gebruikt als referentie voor de totale PAK-concentratie.

De vierde Dochterrichtlijn Lucht (2004/107/EG) definieert een streefwaarde van 1,0 ng B(a)P/m3 als jaargemiddelde te bereiken sinds 31 december 2012.

Benzo(a)pyreen is door het IARC (International Agency for Research on Cancer) geklasseerd als ‘kankerverwekkend voor de mens', verschillende andere PAK’s kregen de classificatie ‘mogelijk kankerverwekkend voor de mens’.

Sinds 1995 meet VMM PAK-concentraties in omgevingslucht, in 2017 was dit in 8 meetplaatsen.

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: april 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Doelstellingen

De vierde Europese Dochterrichtlijn Lucht (2004/107/EG) definieert een streefwaarde van 1,0 ng B(a)P/m3 als jaargemiddelde te bereiken sinds 31 december 2012.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) formuleert geen advieswaarden omdat er geen veilige waarden bestaan. De WGO drukt de schadelijkheid van B(a)P uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange blootstelling aan een B(a)P-concentratie van 1,2 ng/m3 zou er één extra kankergeval per 10 000 inwoners zijn, bij een concentratie van 0,12 ng/m3 één per 100 000 inwoners en bij 0,012 ng/m3 één per 1 000 000. Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (VAZG) omschrijft deze risiconiveaus als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar maar maatschappelijk aanvaardbaar mits beleidsmatige afweging.

Op 20 juli 2018 heeft de Vlaamse Regering een ontwerp van Luchtbeleidsplan goedgekeurd. Voor de korte termijn wordt in dit Luchtbeleidsplan de Europese Luchtkwaliteitsgrenswaarde voor B(a)P overgenomen. Op lange termijn wordt ernaar gestreefd te voldoen aan de gezondheidsimpact ingeschat door Wereldgezondheidsorganisatie (WGO).

Streefwaarde wordt gerespecteerd, maar gezondheidsimpact is niet verwaarloosbaar

De gemeten jaargemiddelde B(a)P-concentraties variëren tussen 2000 en 2017 van 0,05 tot 0,82 ng/m3. In 2017 werd de hoogste jaargemiddelde concentratie gemeten op de meetplaats in Zelzate en bedroeg 0,21 ng/m3, alvast veel lager dan de Europese streefwaarde van 1 ng/m3. De laagste concentratie (0,09 ng/m3) werd gemeten in de landelijke meetplaats te Houtem. De concentraties van andere PAK-verbindingen vertonen grotendeels hetzelfde patroon als die van de B(a)P-concentratie.

In 2016 en 2017 zijn de concentraties licht gestegen t.o.v. de voorgaande jaren. Dit is mogelijk een gevolg van de hogere emissies en/of minder gunstige weersomstandigheden. Meteorologische parameters kunnen ook de fluctuaties die we van jaar tot jaar zien, verklaren.

Wanneer gekeken wordt naar de trend binnen één enkel jaar dan is het duidelijk dat hogere concentraties vooral in de winter worden gemeten. Deze concentraties kunnen in de winter oplopen tot 2 à 3 ng/m3 voor sommige meetplaatsen en zijn dus tot 10 keer hoger dan in de zomer. Dit is vooral te wijten aan de emissies door de gebouwenverwarming en dan vooral op vaste brandstoffen, voornamelijk hout. Ook de minder goede verspreiding van de luchtverontreiniging door lagere windsnelheden en een kleinere menglaaghoogte in de winter kunnen een rol spelen.

Gebouwenverwarming via houtverbranding belangrijke emissiebron

In Vlaanderen is gebouwenverwarming op vaste brandstoffen (vooral hout) de belangrijke bron (75 % in 2016) van de PAK-emissie, dus ook van B(a)P. Naast de nabijheid van bronnen zorgen ook stabiele weersomstandigheden met weinig verdunning of PAK-transport van buiten Vlaanderen voor hoge concentraties. Het belang van gebouwenverwarming blijkt ook uit het feit dat in de koudere maanden hogere concentraties worden gemeten dan in de zomer.

Er is een trend naar meer huishoudelijke houtverbranding in kachels, mogelijk ingegeven door het beleid rond hernieuwbare energie of de stijgende kostprijs van andere energiebronnen. Vanuit het beleid werden in de tijd gefaseerde eisen opgesteld voor huishoudelijke verwarmingsapparaten op vaste brandstof (zowel stukhout, houtpellets als steenkool) die in België nieuw op de markt gebracht worden (Koninklijk Besluit van 12 oktober 2010). Verdere reductie van PAK’s kan ook nog verwezenlijkt worden door de omschakeling van vaste naar vloeibare en gasvormige brandstoffen voor gebouwenverwarming.

Voor meer informatie omtrent de uitstoot van PAK’s in de omgevingslucht, zie hiervoor indicator: emissie van PAK’s.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid