Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Emissie van dioxines

Emissie van dioxines naar lucht

Deze indicator bespreekt de uitstoot van dioxines in Vlaanderen, opgedeeld per sector. Dioxines is de verzamelnaam voor zo’n 210 verschillende organische stoffen, waaronder 17 zeer giftige. Ze ontstaan bij onvolledige of niet-efficiënte verbranding van organisch materiaal dat chloor bevat. De uitgestoten dioxines binden zich aan fijn stof in de lucht en kunnen neervallen op gewassen die als voedsel dienen voor mens en dier. Dioxines zijn zeer persistent en vetoplosbaar, waardoor ze zich kunnen ophopen in plantaardige en dierlijke vetten. De mens neemt dioxines vooral op via de consumptie van dierlijke producten. De toxiciteit van de verschillende dioxines is erg uiteenlopend. Dioxines kunnen o.a. leiden tot hormonale en immunologische verstoringen en kunnen de vruchtbaarheid, groei en ontwikkeling aantasten. Het giftigste dioxine, 2,3,7,8-TCDD, staat geklasseerd als kankerverwekkend voor de mens. Om de toxiciteit van een mengsel van dioxines te kunnen vergelijken, wordt deze uitgedrukt in TEQ (toxicologische equivalenten).

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Einde aan sterke daling van dioxine-uitstoot

In de jaren ‘90 was de dioxine-uitstoot in Vlaanderen nog zeer hoog: 422 g TEQ in 1990. Dankzij drastische saneringen in de sector energie (bij de afvalverbrandingsinstallaties) en industrie (metaalnijverheid) kon er een forse emissiedaling gerealiseerd worden. In 2000 bedroeg de emissie nog 60 g TEQ; dit is slechts één zevende van 10 jaar eerder. Tussen 2000 en 2014 had er een verdere daling van de uitstoot met bijna 70 % plaats. Alle sectoren kenden een afname, maar de sterkste daling werd opnieuw genoteerd bij de afvalverbrandingsinstallaties binnen de sector energie (daling van 95 % t.o.v. 2000). Sinds 2014 is de uitstoot stabiel. In 2017 bedroeg de totale dioxine-emissie in Vlaanderen nog 20 g TEQ.

Huishoudens en industrie zijn belangrijkste bron van dioxines

Huishoudens hebben sinds het jaar 2000 het grootste aandeel in de dioxine-emissie (47 % in 2017). Toch is de uitstoot door huishoudens in de periode 2000–2017 met meer dan 70 % gedaald. Dit is vooral te danken aan een zeer sterke daling van de – intussen illegale – verbranding van huishoudelijk afval in open lucht. In het jaar 2000 was deze activiteit nog goed voor 69 % van de uitstoot. In 2017 was dit aandeel teruggelopen tot minder dan 1 %. Op dit ogenblik is de dioxine-uitstoot van huishoudens vooral te wijten aan gebouwenverwarming (53 %), voornamelijk houtverbranding, en het afbranden van huizen en voertuigen (47 %). Meer gedetailleerde info is te vinden in de indicator Emissie van dioxines en PAK’s door huishoudens.

De industrie was in 2017 de tweede belangrijkste bron van dioxines. De industriële uitstoot van dioxines verminderde wel met 22 % sinds 2000 dankzij veranderingen van technieken en/of grondstoffen en door de installatie van naverbranders en andere nageschakelde technieken. Mogelijk heeft ook een afname van industriële activiteiten een rol gespeeld. Door de sterkere daling van de uitstoot in de andere sectoren steeg het relatieve belang van de sector industrie in de dioxine-emissie wel aanzienlijk: van 18 % in 2000 naar 42 % in 2017. De industriële dioxine-emissie is grotendeels (90 %) afkomstig van de metaalnijverheid. De uitstoot van dioxines door de industrie schommelt sterk tussen jaren.

De sector transport had in 2017 het derde grootste aandeel in de dioxine-emissie, nl. 6 %. Het aandeel van de andere sectoren was beperkt tot maximum 3 %.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid