Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Seizoensoverlast ozon voor vegetatie

Seizoensoverlast van troposferisch ozon voor vegetatie

Door zijn sterk oxiderend vermogen is ozon schadelijk voor planten. Blootstelling aan ozon kan leiden tot bladverkleuring, bladverlies, vertraagde groei of zelfs afsterven. Hierdoor kan de opbrengst van gewassen verminderen. Ozon kan ook de samenstelling en het functioneren van meer natuurlijke ecosystemen beïnvloeden, wat ernstige gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit.

Deze indicator toont voor het meest recente jaar de ruimtelijke spreiding van de ozonoverlast voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie tijdens het groeiseizoen (AOT40ppb-vegetatie). Daarnaast wordt ook de evolutie van deze indicator in Vlaanderen weergegeven.

Er wordt in deze indicator enkel rekening gehouden met de ozonconcentratie in de omgevingslucht. De ozondosis die daadwerkelijk door de plant wordt opgenomen, en dus de ozonschade, hangt echter ook af van plantspecifieke kenmerken (vegetatietype en ontwikkelingsstadium) en omgevingsfactoren (temperatuur, lichtintensiteit en lucht- en bodemvochtigheid) (zie indicator Ozondosis bij vegetatiesoorten).

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Europese doelstellingen

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) legt doelstellingen voor ozon vast ter bescherming van de vegetatie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de indicator AOT40ppb-vegetatie (Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb). Dit is het overschot boven 80 µg/m³ (=40 ppb) van alle ozonuurwaarden tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd), opgeteld tijdens de maanden mei, juni en juli. Deze maanden zijn de belangrijkste groeimaanden voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie. Deze indicator houdt zowel rekening met de mate van overschrijding als met de tijdsduur ervan. De Europese streefwaarde bedraagt 18 000 (μg/m³).uren per jaar, gemiddeld over 5 jaar, en geldt vanaf 2010 (gemiddelde 2010-2014). De langetermijndoelstelling bedraagt 6 000 (μg/m³).uren per jaar. Voor het respecteren van de langetermijndoelstelling werd geen datum bepaald.

Seizoensoverlast ozon stijgt van west naar oost

De VMM meet de ozonconcentraties in de omgevingslucht (zie indicator Jaargemiddelde ozonconcentratie). Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor ozon gebruikt de VMM het RIO-IFDM-model. Dit model berekent de ozonconcentraties op basis van de gemeten concentraties en het landgebruik (RIO) en aan de hand van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (IFDM). De combinatie van de RIO-interpolatietechniek met het IFDM-dispersiemodel leidt tot een hogere ruimtelijke resolutie, maar kan momenteel alleen gebruikt worden voor de evaluatie van de ozonoverlast in het huidige jaar (figuur 1). De tijdsreeks (figuur 2) is enkel gebaseerd op de RIO-interpolatietechniek.

De spreidingskaart (figuur 1) toont de ozonoverlast voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie in het jaar 2018. Door de warme zomer werd de langetermijndoelstelling in bijna heel Vlaanderen overschreden. Er is een duidelijke west-oost gradiënt met lagere waarden aan de kust en hogere waarden in Limburg. Dit is te wijten aan het verkoelende effect van de zee en de atmosferische verdunningsprocessen die aan de kust plaatsvinden dankzij de land- en zeebries. Daarnaast is de temperatuur overdag in het algemeen hoger in het oosten omwille van de zandgrond. Eenzelfde gradiënt is aanwezig bij de indicator Blootstelling bevolking aan ozon, die de ozonpiekoverlast voor de menselijke gezondheid bespreekt. 

5-jaargemiddelde waarde evolueert weinig

De gemiddelde ozonoverlast voor de vegetatie bedroeg 18 893 (µg/m³).uren in 2018 (figuur 2). Er is een factor 5 verschil tussen de locatie in Vlaanderen met de laagste en hoogste ozonoverlast, resp. 5 334 en 28 239 (µg/m³).u. Voor wat betreft de overlast voor de vegetatie is 2018 het slechtste ozonjaar na 2006. Dit is gerelateerd aan de uitzonderlijk warme zomers in beide jaren. In beide jaren overschreed de AOT40ppb-vegetatie de Europese streefwaarde van 18 000 (µg/m³).uren. Als gevolg hiervan naderde het 5-jaargemiddelde van 2006 (~gemiddelde 2002-2006), 2007 en 2018 de streefwaarde, terwijl ze er in de andere jaren ruim onder bleef.

Er is geen duidelijke evolutie merkbaar in de ozonoverlast voor vegetatie sinds het begin van de metingen in 1990, omdat deze indicator sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden in mei, juni en juli. Om de doelstellingen overal en blijvend te halen, moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de uitstoot van ozonvormende stoffen verder te verminderen. Vooral de reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid