Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Seizoensoverlast ozon voor vegetatie

Seizoensoverlast van troposferisch ozon voor vegetatie

Door zijn sterk oxiderend vermogen is ozon schadelijk voor planten. Blootstelling aan ozon kan leiden tot bladverkleuring, bladverlies, vertraagde groei of zelfs afsterven. Hierdoor kan de opbrengst van gewassen verminderen. Ozon kan ook de samenstelling en het functioneren van meer natuurlijke ecosystemen beïnvloeden, wat ernstige gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit.

Deze indicator toont voor het meest recente jaar de ruimtelijke spreiding van de ozonoverlast voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie tijdens het groeiseizoen (AOT40ppb-vegetatie). Daarnaast wordt ook de evolutie van dit type ozonoverlast in Vlaanderen weergegeven.

Er wordt in deze indicator enkel rekening gehouden met de ozonconcentratie in de omgevingslucht. De ozondosis die daadwerkelijk door de plant wordt opgenomen, en dus de ozonschade, hangt echter ook af van plantspecifieke kenmerken (vegetatietype en ontwikkelingsstadium) en omgevingsfactoren (temperatuur, lichtintensiteit en lucht- en bodemvochtigheid).

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: oktober 2020

Europese ozondoelstellingen ter bescherming van de vegetatie

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) legt doelstellingen voor ozon vast ter bescherming van de vegetatie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de indicator AOT40ppb-vegetatie (Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb). Dit is het overschot boven 80 µg/m³ (=40 ppb) van alle ozonuurwaarden tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd), opgeteld tijdens de maanden mei, juni en juli. Deze maanden zijn de belangrijkste groeimaanden voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie. Deze indicator houdt zowel rekening met de mate van overschrijding als met de tijdsduur ervan. De Europese streefwaarde bedraagt 18 000 (μg/m³).uren per jaar, gemiddeld over 5 jaar, en geldt vanaf 2010 (gemiddelde 2010-2014). De langetermijndoelstelling bedraagt 6 000 (μg/m³).uren per jaar. Voor het respecteren van de langetermijndoelstelling werd geen datum bepaald.

Modellen schatten ozonconcentratie op locaties zonder meetresultaten

De VMM meet de ozonconcentraties in de omgevingslucht (zie indicator Jaargemiddelde ozonconcentratie). Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor ozon gebruikt de VMM het RIO-IFDM-model. Dit model berekent de ozonconcentraties op basis van de gemeten concentraties en het landgebruik (RIO) en aan de hand van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (IFDM). De combinatie van de RIO-interpolatietechniek met het IFDM-dispersiemodel leidt tot een hogere ruimtelijke resolutie, maar kan momenteel alleen gebruikt worden voor de evaluatie van de ozonoverlast in het huidige jaar (figuur 1). De tijdsreeks (figuur 2) is enkel gebaseerd op de RIO-interpolatietechniek.

Seizoensoverlast ozon stijgt van west naar oost

De spreidingskaart (figuur 1) toont de ozonoverlast voor gewassen en halfnatuurlijke vegetatie in het jaar 2019. Door de warme zomer werd de langetermijndoelstelling enkel in steden gehaald. Er is een duidelijke west-oost gradiënt met lagere waarden aan de kust en hogere waarden in Limburg. Dit is te wijten aan het verkoelende effect van de zee en de atmosferische verdunningsprocessen die aan de kust plaatsvinden dankzij de land- en zeebries. Daarnaast is de temperatuur overdag in het algemeen hoger in het oosten omwille van de zandgrond. Eenzelfde gradiënt is aanwezig bij de indicator Blootstelling bevolking aan ozon, die de ozonpiekoverlast voor de menselijke gezondheid bespreekt. 

Europese doelstellingen niet gehaald in 2019

Het jaar 2019 was een relatief slecht ozonjaar op het vlak van overlast voor de vegetatie. De tweede figuur toont dat het vegetatiegewogen gemiddelde ruim 11 000 (µg/m³).uren bedroeg. Dit is heel wat meer dan de langetermijndoelstelling van 6 000 (μg/m³).uren per jaar.

Ook de Europese streefwaarde van 18 000 (μg/m³).uren per jaar werd in 2019, net als in 2006 en 2018, niet gehaald. Het 5-jaargemiddelde (periode 2015-2019) steeg immers lokaal boven de 18 000 (μg/m³).uren per jaar.  Dit is deels te wijten aan de zeer warme zomer van 2018 die leidde tot een uitzonderlijk hoge AOT40ppb-vegetatie voor dat jaar. Indien we enkel het jaar 2019 beschouwen dan werd de streefwaarde wel gerespecteerd.

Er is geen duidelijke evolutie merkbaar in de ozonoverlast voor vegetatie sinds het begin van de metingen in 1990, omdat deze indicator sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden in mei, juni en juli. Om de doelstellingen overal en blijvend te halen, moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de uitstoot van ozonvormende stoffen verder te verminderen. Vooral de reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk.

Meer informatie over de hoeveelheid ozon die door de plant wordt opgenomen, is te vinden in de indicator Ozondosis bij vegetatiesoorten.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

uitgegeven door