Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Ozondosis bij vegetatiesoorten

Ozondosis voor verschillende vegetatiesoorten

Ozon heeft een sterk oxiderend vermogen, waardoor het na opname schade kan toebrengen aan planten. Deze indicator toont de hoeveelheid ozon die effectief door planten via de huidmondjes wordt opgenomen tijdens het groeiseizoen als maat voor het toxische effect van ozon op de vegetatie. Hiertoe wordt gebruikt gemaakt van de PODY (phytotoxic ozone dose of fytotoxische ozondosis). Dit is de geaccumuleerde opname van ozon boven een bepaalde drempelwaarde Y. De ozondosis wordt berekend op basis van de atmosferische ozonconcentratie in de omgevingslucht, plantspecifieke kenmerken (vegetatietype en ontwikkelingsstadium) en omgevingsfactoren (temperatuur, lichtintensiteit en lucht- en bodemvochtigheid). Bij warm en droog weer zijn de ozonconcentraties bijvoorbeeld over het algemeen hoger, maar sluiten de huidmondjes van de plant zich om vochtverlies te vermijden, waardoor de opgenomen ozondosis toch beperkt kan blijven. Deze indicator wordt als een betere indicator beschouwd voor het inschatten van ozonschade aan vegetatie dan de indicator Seizoensoverlast voor vegetatie, die enkel rekening houdt met de atmosferische ozonconcentratie. De PODY wordt hier weergegeven voor twee generieke vegetatiesoorten: akkergewas (POD3) en loofbos (POD1).

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Te hoge ozondosis in 2018 voor bijna alle akkergewassen en loofbossen

De fytotoxische ozondosis werd gemodelleerd voor de generieke vegetatietypes akkergewas en loofbos. Nadien werden de berekende waarden vergeleken met het kritieke niveau voor beide vegetatietypes. Zo kon nagegaan worden of de limietwaarde voor een bepaald schadelijk effect al dan niet overschreden werd. Er werd gebruik gemaakt van de kritieke niveaus uit de Manual for Modelling and Mapping Critical Loads & Levels (CLRTAP, 2017). Voor akkergewas (gebaseerd op tarwe, het meest gevoelige gewas voor ozon) werd uitgegaan van een kritiek niveau van 7,9 mmol/m2 bladoppervlak, wat overeenkomt met een opbrengstverlies van 5 % voor graan. Voor loofbos (gebaseerd op beuk, berk en eik), werd een kritiek niveau van 5,7 mmol/m2 bladoppervlak beschouwd. Dit kritiek niveau komt overeen met 4 % vermindering  van de jaarlijkse biomassa-aangroei.

Het Luchtbeleidsplan 2030 stelt voorop dat er tegen 2050 geen overschrijdingen van de kritieke niveaus mogen zijn in Vlaanderen. Deze doelstelling werd in 2018 bijna nergens gehaald. In 2018 ondervonden de akkergewassen in bijna heel Vlaanderen dus negatieve effecten van ozon. Er is een duidelijke Oost-West gradiënt waarneembaar in de ozondosis: deze neemt toe naarmate men meer oostelijk gaat. Voor loofbos lag de ozondosis in 2018 overal boven het kritieke niveau, m.a.w. alle loofbossen in Vlaanderen ondervonden ozonschade. In het oosten van Vlaanderen werden de hoogste ozondosissen genoteerd. In de omgeving van stedelijke gebieden lagen de ozondosissen voor akkergewas en loofbos lager. Dit is gerelateerd aan de ozonchemie (zie de indicator Jaargemiddelde ozonconcentratie).

Deze indicator geeft een duidelijk negatiever beeld van de impact van ozon op vegetatie dan de indicatoren Seizoensoverlast voor vegetatie.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.