Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Longfunctievermindering door ozonpiekconcentraties

Longfunctievermindering (FEV1) door blootstelling aan ozonpiekconcentraties

Blootstelling aan verhoogde ozonconcentraties (O3) kan bij de mens gezondheidseffecten veroorzaken door de sterk oxiderende eigenschappen van ozon. Experimentele studies tonen een verband tussen verhoogde ozonconcentraties en longfunctievermindering (namelijk FEV1-reductie) bij personen tussen 5 en 55 jaar. FEV1 staat voor 'Forced Expiratory Volume in 1 second ' of het geforceerd uitgeademd volume lucht in 1 seconde. Deze indicator houdt verband met ozonpiekblootstellingen. Aanvullend wordt de gezondheidsimpact van ozon ook opgevolgd via de indicator ‘Spoedhospitalisaties door blootstelling aan verhoogde ozonconcentraties’, die eerder verband houdt met verhoogde ozonconcentraties doorheen het jaar bij oudere personen.

De FEV1-indicator toont de minimale longfunctievermindering die optreedt bij gezonde 5- tot 55-jarigen bij een lichte activiteit in de buitenlucht op de dagen van het jaar met de hoogste ozonconcentraties (5% of ongeveer 18 dagen).

De indicator wordt berekend door per dag de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie te beschouwen en van alle waarden over het jaar heen de 95ste percentielwaarde (P95) te nemen. Voor deze concentratiewaarde wordt de overeenkomstige longfunctievermindering berekend aan de hand van experimenteel opgestelde dosis-responscurven, die lineair zijn bij de beschouwde ozonconcentraties (McDonnell et al. (2010)). Bij de uitmiddeling over Vlaanderen wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van het bevolkingsaandeel in de leeftijdsklasse van 5 tot 55 jaar.

In 5 % van de dagen van het jaar (d.i. 18 dagen) neemt de longfunctie dus minimaal af met het percentage aangeven door de indicator. De weergegeven longfunctievermindering geldt voor personen met een gemiddelde respons op ozonblootstelling, gevoelige personen kunnen een sterkere vermindering ondervinden.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: november 2015
Actualisatie: Jaarlijks

De relatief hoge ozonpieken in de jaren 2001, 2003 en 2006 worden gereflecteerd in pieken van relatief hoge longfunctievermindering. In het jaar 2001 was de longfunctievermindering gedurende 5 % van de tijd groter dan 3,4 %. De jaren 2003 en 2006 waren met respectievelijk 4,1 en 4,2 % longfunctievermindering onderling vergelijkbaar en nog ongunstiger voor de gezondheid.

Tijdens de laatste 8 jaren werden geen grote schommelingen genoteerd in de longfunctievermindering. De waarden varieerden tussen 2,0 en 2,7 %, als minimale longfunctievermindering die optreedt tijdens de 5 % dagen van het jaar met de hoogste ozonconcentraties. In 2014 bedroeg de waarde 2,2 %. Het gaat hier om een typische longfunctievermindering die optreedt bij gezonde mensen tijdens een lichte inspanning in de buitenlucht (bijvoorbeeld wandelen). Kanttekening hierbij is dat gevoelige personen een sterker effect kunnen ondervinden.

De impact van troposferisch ozon op de gezondheid kan verminderd worden door ofwel de concentraties ofwel de blootstelling en gerelateerde dosis te verminderen. Lagere concentraties kunnen bereikt worden door een regionaal en internationaal beleid van emissiereducties van ozonprecursoren. Op korte termijn spelen meteorologische factoren een grote rol. De blootstelling aan ozon en de ingeademde dosis hangen sterk af van het persoonlijk gedrag. Zo zijn de concentraties veel lager binnen in huis en in de ochtend. Tijdens activiteiten buitenhuis en activiteiten die een fysieke inspanning vergen, is de blootstelling hoger. Daarom wordt aan gevoelige groepen gevraagd geen zware fysieke inspanningen te verrichten in de buitenlucht tijdens de uren met de hoogste ozonconcentraties.

 

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid