Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Blootstelling bevolking aan ozon (NET60ppb-max8u)

Aandeel van de bevolking blootgesteld aan ozon (NET60ppb-max8u)

De indicator toont de evolutie van het bevolkingspercentage dat op een bepaald aantal dagen (mogelijk) is blootgesteld aan maximale 8-uurgemiddelde ozonconcentraties boven 120 µg/m3 (NET60ppb-max8u).

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: december 2017
Actualisatie: Jaarlijks

Doelstellingen

Ozon is schadelijk voor mensen, planten en materialen. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon acute gezondheidseffecten veroorzaken zoals ademhalingsproblemen, (tijdelijke) longfunctievermindering of ontstekingsreacties in de longen. Herhaalde en langdurige blootstelling aan hoge ozonconcentraties kan leiden tot onherstelbare longschade. De gevoeligheid voor deze effecten is persoonsafhankelijk, maar de effecten zijn voor iedereen afhankelijk van de ontvangen dosis. De dosis wordt bepaald door een combinatie van de ozonconcentratie, de blootstellingstijd en het ademdebiet (d.i. afhankelijk van de lichamelijke inspanning).

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) geeft doelstellingen voor ozonconcentraties voor de bescherming van de volksgezondheid. Als streefwaarde vanaf 2010 geldt dat het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag maximaal 25 dagen per kalenderjaar (uitgemiddeld over 3 jaar) hoger mag zijn dan 120 µg/m3. De uitmiddeling over 3 jaar is bedoeld om grote schommelingen door wisselende meteorologische omstandigheden wat af te vlakken en zo beter een eventuele invloed van het reductiebeleid te onderkennen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) definieert een strengere advieswaarde van 100 µg/m3.

Het MINA-plan 4 (2011-2015) stelt dat tegen 2015 niemand in Vlaanderen gedurende meer dan 25 dagen mag blootgesteld zijn aan hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m3, gemiddeld over drie jaar.

Beperkte ozonblootstelling in 2016, geen blootstelling boven de Europese doelstelling in de laatste 11 jaar

In de figuren zijn zowel blootstellingspercentages per jaar (figuur 1) als 3-jaargemiddelde waarden (figuur 2) weergegeven. Het  effectieve blootstellingspercentage per jaar is het meest rechtstreeks gerelateerd aan  mogelijke gezondheidseffecten voor de mens. De 3-jaargemiddelde waarden worden getoetst aan de doelstelling van het MINA-plan.

2016 was een jaar met beperkte ozonblootstelling, bijna driekwart van de bevolking (72 %) werd maximaal gedurende 10 dagen blootgesteld aan hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m3 en niemand gedurende meer dan 25 dagen. Uit figuur 1 blijkt dat de jaren 1990, 1995, 2003 en 2006 de meest ongunstige jaren waren. Toen werd telkens meer dan 70 % van de Vlaamse bevolking op meer dan 25 dagen blootgesteld aan te hoge ozonconcentraties.

Niemand in Vlaanderen werd in de laatste 11 jaar gedurende meer dan 25 dagen blootgesteld aan te hoge 3-jaargemiddelde concentraties, de laatste overschrijding werd genoteerd voor het 3-jaargemiddelde 2003-2005. Er werd dus voldaan aan de doelstelling van het MINA-plan 4.

In 2016 zijn quasi alle Vlamingen echter nog blootgesteld aan ozonconcentraties boven de strengere WGO-richtwaarde van 100 µg/m3.

Verdere emissiereducties van ozonprecursoren nodig om langetermijndoelstellingen te halen

Als langetermijndoelstelling stelt de Europese richtlijn dat de hoogste 8-uurgemiddelde concentratie op geen enkele dag 120 μg/m³ mag overschrijden. De Wereldgezondheidsorganisatie ( WGO) is strenger met een richtwaarde van 100 µg/m3.  Deze doelstellingen worden nog niet gehaald. Om de doelstellingen overal en blijvend te behalen moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de emissies van ozonprecursoren (NMVOS, NOx) verder te verminderen. Vooral de verdere reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren (ook methaan) in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid