Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Blootstelling bevolking aan ozon

Blootstelling bevolking aan te hoge ozonconcentraties in lucht

Te hoge ozonconcentraties komen voornamelijk voor op zonnige, (zeer) warme dagen met weinig wind. Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar ontstaat uit een reactie van ozonvormende stoffen, voornamelijk stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS), onder invloed van zonlicht. Door zijn sterk oxiderend vermogen is ozon schadelijk voor mensen, planten en materialen. De mate waarin gezondheidseffecten (o.a. ademhalingsproblemen) optreden, hangt af van de ozonconcentratie in de omgevingslucht, de blootstellingsduur, de gevoeligheid van de blootgestelde personen en hun activiteitsniveau. Ozon speelt ook een rol in de klimaatverandering: het wordt beschouwd als het derde belangrijkste broeikasgas, na antropogene koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4).

Deze indicator toont per kalenderjaar het aantal dagen waarop de hoogste 8-uurgemiddelde ozonconcentratie hoger was dan 120 μg/m³ (NET60ppb-max8u). Voor het meest recente jaar tonen we de ruimtelijke spreiding van de ozonoverschrijdingsdagen in Vlaanderen. Daarnaast wordt zowel de evolutie van het aantal ozonoverschrijdingsdagen als van de potentiële blootstelling van de Vlaamse bevolking aan ozon weergegeven.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Europese doelstellingen en WGO-advieswaarde

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) legt doelstellingen voor ozon vast ter bescherming van de volksgezondheid. Hiertoe wordt de indicator NET60ppb-max8u (Number of Exceedances above a Threshold of 60ppb) gehanteerd. Dit is het aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde 120 µg/m³ (=60 ppb) overschrijdt. De Europese streefwaarde bepaalt dat het aantal dagen (gemiddeld over 3 jaar) waarop het hoogste 8-uurgemiddelde 120 µg/m³ overschrijdt niet hoger mag zijn dan 25 dagen per kalenderjaar. Deze streefwaarde geldt vanaf 2010 (gemiddelde 2010-2012). Het aantal overschrijdingsdagen wordt uitgemiddeld over 3 jaar om grote schommelingen door wisselende weersomstandigheden af te vlakken. Zo kan de invloed van het ozonbeleid beter geëvalueerd worden. De Europese langetermijndoelstelling laat geen enkele overschrijding van het hoogste 8-uurgemiddelde boven 120 µg/m3 toe, maar er werd niet bepaald vanaf welke datum de langetermijndoelstelling moet gerespecteerd worden. De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) is strenger: het dagelijkse hoogste 8-uurgemiddelde mag niet hoger zijn dan 100 µg/m3.

Hoogste ozonpieken in het oosten van Vlaanderen

De VMM meet de ozonconcentraties in de omgevingslucht (zie indicator Jaargemiddelde ozonconcentratie). Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor ozon gebruikt de VMM het RIO-IFDM-model. Dit model berekent de ozonconcentraties op basis van de gemeten concentraties en het landgebruik (RIO) en aan de hand van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (IFDM). De combinatie van de RIO-interpolatietechniek met het IFDM-dispersiemodel leidt tot een hogere ruimtelijke resolutie, maar kan momenteel alleen gebruikt worden voor de evaluatie van de ozonpiekoverlast in het huidige jaar (figuur 1 en 2). De tijdsreeksen zijn enkel gebaseerd op een ruimtelijke interpolatie van de gemeten ozonconcentraties via de RIO-interpolatietechniek (figuur 3 en 4).

De warme zomer van 2018 heeft de ozonconcentraties de hoogte in gejaagd. Figuur 1 toont dat de hoogste 8-uurgemiddelde ozonconcentratie overal in Vlaanderen de Europese langetermijndoelstelling van 120 µg/m³ overschreed. Er is een duidelijke west-oost-gradiënt zichtbaar: het aantal overschrijdingsdagen varieerde van 9 in het westen tot 47 in het oosten. De lagere waarden in het westen zijn te danken aan het verkoelende effect van de zee en de atmosferische verdunningsprocessen die er plaatsvinden dankzij de land- en zeebries. Daarnaast zijn de temperaturen in het oosten over het algemeen hoger omwille van de zandgrond.

De strengere WGO-advieswaarde (hoogste 8-uurgemiddelde van een dag max. 100 µg/m³) werd bijgevolg ook nergens gehaald. Figuur 2 geeft weer dat op de meeste plaatsen in Vlaanderen de advieswaarde meer dan 40 dagen overschreden werd. Aan de kust was dit wat minder vaak. Ook in en rond grote steden (vooral Antwerpen en Gent) en langs belangrijke verkeersassen werd de advieswaarde minder frequent overschreden, omwille van de hogere ozonafbraak nabij NOx-bronnen (zie indicator Jaargemiddelde ozonconcentratie).

Vlaamse bevolking al jarenlang blootgesteld aan te veel ozon

Figuur 3 toont dat het gemiddeld aantal overschrijdingsdagen (t.o.v. de Europese streefwaarde) in Vlaanderen sterk schommelt van jaar tot jaar, omdat dit aantal vooral de jaarlijkse variatie in zonnestraling en temperatuur tijdens de zomer volgt. Het jaar 2018 behoort samen met de jaren 1995, 2003 en 2006 tot de meest ongunstige ozonjaren sinds 1990. In 2003 was de ozonvervuiling het grootst, met gemiddeld 33 ozonoverschrijdingsdagen in Vlaanderen. Het maximale 3-jaargemiddelde was het hoogst in 2005 (~gemiddelde 2003-2005), met 31 overschrijdingsdagen. In 2018 bedroeg het maximale 3-jaargemiddelde 28 overschrijdingsdagen. De Europese streefwaarde van maximaal 25 overschrijdingsdagen werd in 2018 voor het eerst na 2006 opnieuw overschreden.

Figuur 4 toont het percentage van de bevolking dat werd blootgesteld aan te hoge ozonconcentraties in vergelijking met de Europese streefwaarde. In 2018 werd 99 % van de Vlaamse bevolking meer dan 10 dagen blootgesteld aan hoogste 8-uurgemiddelde concentraties boven 120 µg/m³. Bij 75 % van de bevolking was dit zelfs gedurende meer dan 20 dagen het geval. Tot nu toe woonde er in Vlaanderen bijna niemand op een locatie die de Europese streefwaarde voor ozon haalt: enkel in het jaar 2007 was een miniem deel van de bevolking (1 %) niet blootgesteld aan te veel ozon.

Ozonpiekoverlast daalt, maar niet voldoende

Figuur 3 geeft weer dat de ozonpiekoverlast daalt met de tijd: in de periode 1990-2006 werd de streefwaarde 8 keer overschreden; vanaf 2007 was dit slechts één keer. Deze afname is structureel: ze is niet enkel het gevolg van de weersomstandigheden in deze jaren, maar kan ook toegeschreven worden aan het emissiereductiebeleid voor ozonprecursoren (zie indicator Emissie van ozonprecursoren). De dalende trend blijft immers overeind wanneer jaren met vergelijkbare meteorologische condities vergeleken worden. De Europese langetermijndoelstelling en de WGO-advieswaarde (hoogste 8-uurgemiddelde concentratie resp. maximaal 120 μg/m³ en 100 µg/m³) zijn wel nog ver buiten bereik: ze werden in geen enkel jaar gerespecteerd sinds 1990.

Om de doelstellingen overal en blijvend te halen, moeten alle Europese landen duurzame maatregelen nemen om de uitstoot van ozonvormende stoffen verder te verminderen. Vooral de reductie van NOx-emissies vereist nog bijkomende inspanningen. Algemeen is een emissiedaling van alle ozonprecursoren in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk.

Meer informatie over de gezondheidseffecten van ozon is te vinden in de indicatoren Spoedhospitalisaties door blootstelling aan verhoogde ozonconcentraties en Longfunctievermindering door blootstelling aan ozonpiekconcentraties. De effecten van ozon op de vegetatie worden besproken in de indicatoren Ozondosis bij vegetatiesoorten en Seizoensoverlast ozon voor vegetatie.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid