Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Jaargemiddelde PM2,5-concentratie

Jaargemiddelde PM2,5-concentratie in de lucht

Het inademen van fijn stof (o.a. PM10 en PM2,5) is schadelijk voor de gezondheid. De PM2,5-deeltjes kunnen door hun kleine afmetingen diep in de longen en de bloedbanen dringen en op die manier ook andere vervuilende stoffen, aanwezig op die deeltjes, in het menselijk lichaam brengen. Negatieve gezondheidseffecten kunnen hiervan het gevolg zijn. Primaire stofdeeltjes worden rechtstreeks uitgestoten in de lucht door verschillende bronnen (bv. uitlaat van wagens, diverse industriële processen, huishoudelijke verwarming op vaste brandstoffen). Daarnaast kan er ook secundair stof gevormd worden door chemische reacties van voorloperstoffen (bv. NH3, NOx, SO2 en VOS). Samen resulteren ze in een bepaalde concentratie van PM2,5-deeltjes in de lucht. De jaargemiddelde concentratie van deze deeltjes geeft een beeld van de langetermijnblootstelling aan dit fijn stof.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: maart 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Doelstellingen voor PM2,5-concentraties

De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit 2008/50/EG definieert een jaargrenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid. Sedert 1 januari 2015 mag de PM2,5-jaargemiddelde concentratie maximaal nog 25 µg/m³ bedragen. Tegen 1 januari 2020 is er ook een indicatieve jaargrenswaarde van 20 µg/m³ vooropgesteld.

Europa legt tevens een blootstellingsconcentratieverplichting op voor PM2,5. De gemiddelde blootstellingsindex (GBI) wordt gedefinieerd als de gemiddelde PM2,5-concentratie van alle stedelijke achtergrondstations over de laatste 3 jaar. In 2015 mag deze GBI-grenswaarde voor België 20 µg/m³ bedragen en bovendien moet er tegen 2020 een reductie van 20 % van de GBI gerealiseerd worden (reductie af te toetsen t.o.v. de GBI van 2011).

Deze Europese wetgeving werd overgenomen in de Vlaamse wetgeving (Vlarem II). In Vlarem II wordt ook een gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) gedefinieerd voor Vlaanderen. Deze GGBI dient tegen 2020 ook 20% te reduceren.

Het Vlaamse milieubeleidsplan 2011-15 (MINA-plan 4), het laatste overkoepelend beleidsplan dat werd opgemaakt, neemt het doel voor het jaargemiddelde en de blootstellingsconcentratieverplichting (GBI) over. Tevens staat in het MINA-plan 4 dat het aandeel van de bevolking blootgesteld aan een overschrijding van de jaargemiddelde concentratie van 25 µg/m³ moet gelijk zijn aan nul.

Op 20 juli 2018 heeft de Vlaamse Regering een ontwerp van Luchtbeleidsplan 2030 goedgekeurd. Voor de korte termijn worden in dit Luchtbeleidsplan de Europese Luchtkwaliteitsstreefwaarden en -normen voor PM2,5 overgenomen. Op lange termijn wordt ernaar gestreefd te voldoen aan de gezondheidsimpact ingeschat door Wereldgezondheidsorganisatie (WGO).

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) heeft voor PM2,5 ook advieswaarden vooropgesteld, deze zijn strenger dan de EU-grenswaarden. De WGO baseert zich voor het bepalen van de advieswaarden op gezondheidsstudies. Volgens de WGO is er geen veilige drempelwaarde waaronder geen nadelige effecten voorkomen. In een advies van de WGO (2005) wordt een advieswaarde voor PM2,5 voorgesteld van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde en 25 µg/m³ voor het daggemiddelde met slechts 3 toegestane overschrijdingen per jaar.

Alle meetplaatsen halen de EU-jaargrenswaarde, geen enkel de WGO-advieswaarde voor gezondheid

De meetplaatsen van het telemetrisch meetnet zijn naargelang hun karakter ingedeeld in verschillende subtypes. Naast de typegebieden landelijk, voorstedelijk, stedelijk en industrieel wordt er sinds 2013 ook een typegebied verkeer gespecifieerd.

De jaargemiddelde concentratie van PM2,5 vertoont een opmerkelijke verbetering in de periode 2004-2017, en dit in alle typegebieden. Maar recent lijken de gunstige evoluties af te zwakken. De PM2,5 -concentraties in stedelijk gebied vertonen een daling met zowat 40 % tussen 2004 en 2017. De dalende trend houdt ongetwijfeld verband met de afnemende emissie van primaire PM2,5 – deeltjes en van precursoren van secundair fijn stof. Maar ook die emissies vertonen recent maar weinig – of zelfs geen – verbetering meer (zie ook indicatoren ‘emissie van primair fijn stof’ en ‘emissie van precursoren van fijn stof’). Ook de weersomstandigheden en invloeden van buitenlandse bronnen bepalen mee de PM2,5-concentratie in Vlaanderen.

In 2017 respecteerden alle 37 Vlaamse meetplaatsen de EU-jaargrenswaarde van 25 µg/m³ en ook de strengere indicatieve jaargrenswaarde van 20 µg/m³ die vanaf 2020 geldt. Geen enkele meetplaats bleef in 2017 echter onder de WGO-jaaradvieswaarde van 10 µg/m³. 

Luchtkwaliteit gemodelleerd voor heel Vlaanderen

Om de verontreiniging met fijn stof in te schatten op plaatsen waar geen metingen gebeuren in Vlaanderen, maakt de VMM gebruik van het model ATMO-Street. Dit model is een verbeterde versie van het vroeger gebruikte RIO-IFDM-model omdat er nu, dankzij de toevoeging van het OSPM-model, ook een inschatting voor street canyons wordt berekend.

De hoogste jaargemiddelde PM2,5-concentraties in 2017 worden gemodelleerd in de Antwerpse haven en op bepaalde locaties in de Antwerpse agglomeratie, Gent, de Gentse kanaalzone, de Kempen en het oosten van West-Vlaanderen. In het oosten van Limburg en in het Pajottenland komen de laagste concentraties voor. Op de kaart is ook de invloed van het verkeer merkbaar. De snelwegen hebben namelijk vaak een hogere concentratie dan de omliggende omgeving.

Het model toont dat heel Vlaanderen de Europese jaargrenswaarde van 25 µg/m³ haalt m.a.w. geen enkele Vlaming is in 2017 blootgesteld aan PM2,5-jaarconcentraties hoger dan de grenswaarde.

Toetsing aan de WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ leert dat een groot deel van Vlaanderen deze waarde wel overschrijdt. Het model schat in dat in 2017 95% van de bevolking in Vlaanderen woonde in een gebied waar de WGO-jaaradvieswaarde voor PM2,5 werd overschreden.

Om de gezondheidsimpact van fijn stof te verminderen zijn verdere emissiereducties nodig in binnen- en buitenland. Maar om de gezondheidsimpact sneller en effectiever te verminderen is het aangewezen dat Vlaanderen lokaal bijkomende maatregelen neemt.

Doelstellingen voor blootstellingsconcentraties gehaald in 2016 en 2017

Vanaf 2015 geldt er een blootstellingsconcentratieverplichting voor PM2,5 van 20 µg/m³ voor de (G)GBI. Hieraan wordt in Vlaanderen en België voldaan.

Tegen 2020 dient de (G)GBI met 20% te reduceren ten opzicht van de (G)GBI in 2011. In België mag dan de GBI nog maximaal 15,2 µg/m³ bedragen en in Vlaanderen 15,7 µg/m³. Hieraan wordt voorlopig al voldaan: in 2017 bedraagt de GBI voor België 13,3 µg/m³ en de GGBI voor Vlaanderen 14,0 µg/m³.

Meer informatie over de gevolgen van blootstelling aan fijn stof bij de indicator ‘Totaal verloren gezonde levensjaren (DALY’s) door fijn stof’.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid