Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Luchtkwaliteit / Jaar- en daggemiddelde PM2,5-concentratie

Jaar- en daggemiddelde PM2,5-concentratie in lucht

Doelstellingen voor PM2,5-concentraties

Ter bescherming van de menselijke gezondheid definieert de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) een jaargrenswaarde voor het PM2,5-jaargemiddelde: sinds 2015 mag die maximaal 25 µg/m³ bedragen. Vanaf 2020 geldt een strengere indicatieve jaargrenswaarde van 20 µg/m³. Er werd geen grenswaarde vastgelegd voor de daggemiddelde concentratie PM2,5.

De Europese doelstellingen zijn het resultaat van een afweging tussen gezondheidseffecten en economische en technische haalbaarheid. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) zijn daarentegen louter gebaseerd op gezondheidseffecten en zijn dan ook heel wat strenger. De WGO bepaalde zowel een jaar- als een dagadvieswaarde voor de PM2,5-concentratie (jaar: 10 µg/m³; dag: maximaal 3 dagen per jaar > 25 µg/m³). Het Luchtbeleidsplan 2030 streeft ernaar om in Vlaanderen tegen 2050 te voldoen aan de WGO-advieswaarden.

Europa legt sinds 2015 ook een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) van 20 µg/m³ op. Dit is de gemiddelde PM2,5-concentratie van alle stedelijke achtergrondstations over de laatste 3 jaar. Bovendien moet er tegen 2020 een reductie van 20 % gerealiseerd worden t.o.v. de GBI van 2011. Dit betekent dat de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) in Vlaanderen in 2020 maximaal 15,7 µg/m³ mag bedragen.

Dalende trend in alle types meetstations

De meetstations voor PM2,5 worden ingedeeld in vijf typegebieden naargelang hun locatie. Figuur 1 en 2 tonen een sterke daling van de jaar- en daggemiddelde PM2,5-concentratie in alle typegebieden in de periode 2004-2015. De dalende trend houdt verband met de afnemende emissie van primaire PM2,5-deeltjes en van de precursoren van secundair fijn stof (zie indicatoren Emissie van primair fijn stof en Emissie van precursoren van fijn stof). Vanaf 2016 verloopt de evolutie eerder schommelend. In 2019 was er opnieuw een daling op alle types meetplaatsen. Enkel het jaargemiddelde op de verkeersgerichte meetplaats bleef constant. Dit was het gevolg van wegenwerken op één verkeersgerichte locatie. In de loop der jaren is het verschil in PM2,5-concentraties tussen de typegebieden alsmaar verkleind. De laagste concentraties werden in 2019 gemeten op de landelijke en voorstedelijke meetplaatsen.

In 2019 respecteerde één meetstation de WGO-jaaradvieswaarde

In 2019 bleven de jaargemiddelde PM2,5-concentraties in alle typegebieden ruim onder de EU-jaargrenswaarde van 25 µg/m³. Ook de strengere indicatieve jaargrenswaarde van 20 µg/m³, die vanaf 2020 geldt, werd in alle typegebieden gehaald.

In 2019 werd de WGO-jaaradvieswaarde van 10 µg/m³ voor het eerst in één Vlaams meetstation gerespecteerd, nl. in dat van Retie. Op alle andere meetplaatsen waren de jaargemiddelde concentraties hoger dan de advieswaarde. De WGO-dagadvieswaarde (maximaal 3 dagen met een gemiddelde boven 25 µg/m³ toegestaan) is nog ver buiten bereik. De landelijke meetplaats scoorde het beste, maar ook daar werd de dagadvieswaarde nog gedurende 30 dagen overschreden.

In 2019 bedroeg de GGBI voor Vlaanderen 13,5 µg/m³. Vlaanderen voldeed dus  zowel aan de GGBI voor PM2,5 (20 µg/m³) als aan de reductie van 20 % van de GGBI, die tegen 2020 moet gerealiseerd worden (d.i. maximale concentratie van 15,7 µg/m³).

Modelkaart toont dat Europese jaargrenswaarde overal gerespecteerd wordt

Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor PM2,5 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Dit model is een combinatie van de RIO-interpolatietechniek, het IFDM-dispersiemodel en de straatmodule OSPM. ATMO-Street berekent de luchtkwaliteit op basis van de gemeten concentraties en het landgebruik (RIO), meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (IFDM) en houdt rekening met de effecten van street canyons (OSPM).

Figuur 3 toont dat de PM2,5-concentraties in 2019 weinig varieerden in Vlaanderen. De kaart toont dat heel Vlaanderen de Europese jaargrenswaarde van 25 µg/m³ haalt en dat dus geen enkele Vlaming in 2019 blootgesteld was aan PM2,5-jaarconcentraties hoger dan deze grenswaarde. In de omgeving van Antwerpen en Gent, in het noorden van de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen en in West-Vlaanderen  komen de hoogste gemodelleerde jaargemiddelden voor.

Volledige bevolking ademt meer fijn stof in dan gezond is

Uit Figuur 4 blijkt dat 93 % van de Vlaamse bevolking in 2019 in een gebied woonde waar de WGO-jaaradvieswaarde voor PM2,5 (10 µg/m³) overschreden werd. Enkel in het zuiden en oosten van Limburg en in het zuiden van Vlaams Brabant zijn er grotere gebieden waar de PM2,5-jaaradvieswaarde gerespecteerd werd. De WGO-dagadvieswaarde (maximaal 3 dagen per jaar > 25 µg/m³)  werd overal in Vlaanderen overschreden.

Merk wel op dat de ruimtelijke weergave het resultaat is van modelleringen. Dit kan een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus slechts een benaderend beeld van de luchtverontreiniging.

Om de gezondheidsimpact van fijn stof te verminderen zijn verdere emissiereducties van fijn stof en haar voorloperstoffen nodig in zowel binnen- als buitenland, gezien het grensoverschrijdend karakter van de problematiek van fijn stof.

Meer informatie over de blootstelling aan fijn stof en de gevolgen hiervan is te vinden in de indicatoren Blootstelling bevolking aan fijn stof, Verloren gezonde levensjaren (DALY’s) door fijn stof en Externe gezondheidskosten door fijn stof.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: oktober 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.