Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Jaargemiddelde temperatuur

Jaargemiddelde temperatuur

Een verhoogde concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor een toename van de gemiddelde temperatuur op aarde met verschuiving van de klimaatzones en wijzigingen in extreme weersfenomenen tot gevolg.

Deze indicator gaat na in hoeverre de jaargemiddelde temperatuur in België wijzigt, en toetst het verloop van deze temperatuur ook af aan de evoluties binnen Europa en mondiaal.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Gemiddelde temperatuurstijging mag maximaal 2 °C bedragen

Het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992 bepaalt dat de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer gestabiliseerd moet worden op een niveau waarop geen gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem optreedt. Dit moet gebeuren binnen een termijn die ecosystemen toelaat zich op natuurlijke wijze aan te passen aan de klimaatverandering, die de voedselvoorziening verzekert en die de economische ontwikkeling op een duurzame manier laat voortgaan. In de EU is in 2008 afgesproken dat daartoe de mondiale jaargemiddelde temperatuur maximum 2 °C mag stijgen ten opzichte van de periode voor het industriële tijdperk. Sinds eind 2010 hebben ook de landen onder het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC) de stabilisatiedoelstelling van 2 °C overgenomen. En in het Klimaatakkoord van Parijs werd een globaal actieplan goedgekeurd om de mondiale temperatuurtoename ruim onder de 2 °C te houden, met als doel de stijging te beperken tot 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk.

Omdat (zeker binnen Europa) de jaargemiddelde temperaturen in de pre-industriële periode 1750-1799 erg gelijkaardig zijn met deze in de periode 1850-1899 en in deze laatste periode metingen voor veel meer locaties beschikbaar zijn, wordt voor toetsing aan de 2 °C-doelstelling doorgaans gewerkt met 1850-1899 als referentieperiode.

Mens jaagt mondiale temperatuur omhoog

Mondiaal nam de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde toe met 0,9 °C tussen 1850 en 2018 (eerste figuur). Daarmee werd al bijna de helft van de marge tot de stabilisatiedoelstelling van 2 °C ingenomen. Ondanks enkele korte periodes van afkoeling (eind 19de eeuw, de jaren 1910 en de jaren 1950) kende de jaargemiddelde temperatuur op aarde de laatste 140 jaar een belangrijke stijging. Die stijging is zowel in omvang als in snelheid waarmee ze plaatsvindt ongewoon, en overtreft ruimschoots de natuurlijke klimaatfluctuaties van de laatste 1 000 jaren.

De laatste 4 decennia waren warmer dan alle vorige decennia sinds 1850. De World Meteorological Organization (WMO) bevestigde bovendien dat de jaren 2015 tot en met 2018 samen de 4 warmste jaren zijn sinds de start van de metingen in het midden van de 19de eeuw. De jaargemiddelde temperatuur in 2018 lag circa 1,0 °C boven het pre-industriële niveau. Het warmste jaar tot nog toe was 2016 met 1,2 °C boven het pre-industriële niveau, mede onder invloed van een sterk El Niño-effect dat jaar.

Van jaar tot jaar kunnen de optekende temperaturen wat schommelen, maar de opwaartse trend is overduidelijk, met de 26 warmste jaren sinds 1850 allemaal gelegen in de periode 1990-2018. Schommelingen in de mondiaal gemiddelde temperatuur houden in belangrijke mate verband met de natuurlijke, meerjaarlijkse schommelingen door de afwisseling tussen El Niño en La Niña, met respectievelijk een opwarmend en een afkoelend effect onder invloed van overheersende stromingen en windpatronen in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan. Daarnaast kunnen ook andere natuurlijke fenomenen voor een tijdelijke rem op de algemene temperatuurtoename zorgen, bv. meer vulkaanuitbarstingen of een periode van verminderde zonne-activiteit. Tot slot speelt ook de interne variabiliteit in het aardse klimaatsysteem (herverdeling warmte in diepere oceaanlagen) een rol in de verschillen van jaar tot jaar.

Het IPCC wijst de toename van de mondiale temperatuur in de laatste decennia vooral toe aan antropogene activiteiten, waarbij de uitstoot van broeikasgassen heeft geleid tot een stijging van de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer. Ook natuurlijke factoren zoals de verandering in zonne‐ en vulkaanactiviteit beïnvloeden de jaargemiddelde temperatuur op aarde, maar deze factoren kunnen de substantiële opwarming van de laatste 50 jaar niet verklaren.

Opwarming in Europa nog groter

Boven het Europese landoppervlak is de temperatuur nog sterker gestegen dan het mondiale gemiddelde en zelfs sterker dan op het noordelijk halfrond: het voortschrijdend tienjaargemiddelde bevindt er zich inmiddels 1,7 °C boven de pre-industriële referentie (eerste figuur).

En ook binnen Europa blijken de laatste jaren de warmste te zijn. Met een jaargemiddelde dat 2,2 °C boven het referentieniveau lag, werd in 2014 een absoluut record gevestigd voor het Europese vasteland. 2018 en 2015 vervolledigen de top drie van warmste Europese jaren met respectievelijk +2,1 °C en +1,9 °C. En de 22 warmste jaren sinds 1850 lagen allemaal in de periode 1989-2018.

België (Ukkel) is nu bijna 2,6 °C warmer dan in pre-industriële periode

Ook in België vertonen de metingen een duidelijk stijgende trend (eerste figuur). Statistische analyse van de jaargemiddelde temperatuur in Ukkel geeft aan dat die temperatuur significant stijgt sinds eind 19de eeuw. Halverwege de 20ste eeuw viel de stijging bijna stil, maar sinds de jaren 60 van de vorige eeuw ging de temperatuur steeds sneller stijgen, tot wel +0,4 °C per decennium. Sinds eind jaren 90 neemt de snelheid van de stijging niet langer toe: de trendlijn van de jaargemiddelde temperatuur blijft sindsdien verder stijgen aan een tempo van bijna +0,4 °C per decennium. De trendlijn van de jaargemiddelde temperatuur geeft aan dat het in Ukkel ondertussen gemiddeld 2,56 °C warmer is dan in de pre-industriële periode (tweede figuur).

De 22 warmste jaren sinds het begin van de metingen in Ukkel (1833) liggen allemaal in de periode 1989-2018. De absolute recordjaren waren bovendien 2018 en 2014, beide met een jaargemiddelde van 11,9 °C. In België (Ukkel) wordt de top drie van warmste jaren vervolledigd door 2011 (11,6 °C).

Invloed verstedelijking

Uit analysen van het KMI, de KU Leuven en VITO blijkt dat de temperatuurstijging in Ukkel voor een deel ook veroorzaakt kan zijn door het zogenaamde hitte-eilandeffect (zie ook hier). Zo wordt een kwart van de temperatuurstijging in de zomer, opgetekend te Ukkel tussen 1960 en 1999, toegewezen aan een intensivering van het stedelijke effect in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onder invloed van een verstedelijking van het landschap, wijzigt immers het lokale windklimaat en komen meer materialen als beton en asfalt voor die beter de warmte capteren. Dit leidt vooral 's nachts tot de vorming van hitte-eilanden, waarbij de stad minder afkoelt dan het omliggende platteland. MIRA heeft een onderzoek laten uitvoeren naar karakterisatie en kwantificering van hitte-eilanden in Vlaanderen. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het MIRA Klimaatrapport 2015.

Ruimtelijke patronen

De Klimaatatlas van het KMI brengt de ruimtelijke spreiding van verschillende meteorologische parameters in kaart voor het huidige klimaat. De dertigjarige referentieperiode die daarbij wordt gehanteerd betreft 1981-2010. Uit de derde figuur blijkt dat de jaargemiddelde temperatuur oploopt van het zuidoosten naar het noordwesten van ons land, en van 7,5 °C op de Hoge Venen en sommige Ardense toppen tot ruim 11 °C in de Kempen. Het jaargemiddelde voor het Belgische grondgebied in zijn geheel bedroeg 9,8 °C in de periode 1981-2010. Warmste en koudste maanden waren respectievelijk de maanden juli (17,8 °C) en januari (2,5 °C). De opgetekende dagelijkse maximum- en minimumtemperaturen vertonen steeds variaties van circa 4 °C binnen het Belgisch grondgebied, onafhankelijk van de maand of het seizoen. Hun verdeling wordt hoofdzakelijk bepaald door twee factoren: de afstand tot de zee en de hoogteligging. De temperatuur van het zeewater verandert uiterst langzaam, wat de seizoenvariatie van de temperatuur aan de Kust afzwakt en vertraagt: de winter is er zachter en de zomer frisser dan in het binnenland. Buiten de kuststreek daalt de temperatuur gemiddeld met 0,6 °C voor elke 100 meter hoogteverschil.

Meer info

De effecten en mogelijke impact van klimaatverandering kunnen erg verschillen van plaats tot plaats. Met fijnmazige kaarten brengt het Klimaatportaal Vlaanderen de klimaattoestand (temperatuur, neerslag, verdamping, wind), de effecten ervan (hittestress, overstromingen, zeespiegelstijging, droogte) en de gevolgen (getroffen personen en gebouwen) in beeld. Dit gebeurt zowel voor het huidige klimaat als voor de mogelijke klimaatverandering tot 2100, en wordt ondersteund met gebruiksvriendelijke figuren en cijfers zowel op het niveau van een individuele gemeente als voor heel Vlaanderen.

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij gaat heel wat aandacht naar de mogelijke evolutie van jaar-, seizoen- en maandgemiddelde temperaturen en diverse temperatuurextremen.

Om de vier jaar brengt het Europees Milieuagentschap (EMA) een rapport uit dat op basis van indicatoren de actuele toestand en mogelijke veranderingen in klimaattoestand, impact en kwetsbaarheid voor Europa in kaart brengt. Het meest recente rapport dateert van januari 2017: Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 (pdf, 64 MB)..

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid