Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Hittegolven en temperatuursextremen

Hittegolven en andere temperatuursextremen

De kwetsbaarheid van mens en natuur voor klimaatverandering wordt niet alleen bepaald door wijzigende jaar- en seizoensgemiddelden, maar ook, en zelfs nog meer, door wijzigende extremen. Bovendien verhogen extreme temperaturen ook de blootstelling aan diverse schadelijke stoffen, zoals troposferische ozon en fijn stof, en kunnen ze ook de frequentie en intensiteit van momenten met hevige neerslag (incl. hagelstormen) doen toenemen doordat warmere lucht meer water kan bevatten.

Deze indicator brengt de temperatuurextremen in beeld door het aantal (erg) warme en koude dagen in een jaar op te volgen:

  • tropische dagen: dagen waarop de maximumtemperatuur 30 °C of meer bedraagt;
  • zomerse dagen: dagen waarop de maximumtemperatuur 25 °C of meer bedraagt;
  • vorstdagen: dagen waarop de minimumtemperatuur onder 0 °C ligt;
  • ijsdagen: dagen waarop de maximumtemperatuur onder de 0 °C ligt.

Ook het voorkomen en de karakteristieken van hittegolven worden geanalyseerd. Daarbij wordt per jaar gekeken naar:

  • het aantal hittegolven;
  • de lengte of het aantal dagen tijdens hittegolven in een jaar;
  • het gewicht of de mate waarin de dagelijkse maximumtemperatuur boven de 25 °C uit stijgt tijdens hittegolven (overschrijding opgeteld voor alle hittegolfdagen in een jaar);
  • en de intensiteit of de verhouding tussen het gewicht en de lengte van hittegolven in een jaar. Dit geeft de mate weer waarmee de maximumtemperatuur van een gemiddelde hittegolfdag in een specifiek jaar de drempel van 25° C overschreed.
Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: augustus 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Hittegolven duren nu dubbel zo lang in West-Europa

De schadelijkste klimaateffecten in Europa worden verwacht van de toegenomen frequentie en intensiteit van extreme gebeurtenissen zoals hittegolven. Sinds 1950 werd Europa in 14 jaren geconfronteerd met extreme (intense en langdurende) hittegolven, waarvan de meeste plaatsvonden na 2000: 2003, 2006, 2007, 2010, 2014, 2015, 2017, 2018 en 2019. Dit laatste jaar sneuvelde in heel wat Europese landen het record van de maximaal gemeten dagtemperatuur. Vooral de laatste 2 decennia blijkt de zomertemperatuur op land binnen Europa sterk toegenomen, evenals het aantal hittedagen (maximumtemperatuur >35 °C), tropische nachten (minimumtemperatuur >20 °C) en hittegolven. Zo is de gemiddelde lengte van zomerse hittegolven in West-Europa verdubbeld sinds 1880, en de frequentie van hittedagen zelfs verdrievoudigd. Dagen en langere periodes met erg lage temperaturen zijn dan weer minder frequent geworden.

Inmiddels kon aangetoond worden dat door de mens veroorzaakte klimaatverandering de kans op voorkomen van episodes met extreme hoge temperaturen zoals hittegolven heeft beïnvloed (King et al., 2016).

Veel meer (erg) warme en minder (erg) koude dagen in België

Wanneer we kijken naar het voorkomen van het aantal dagen met (erg) hoge of lage temperaturen in ons land, dan blijkt vooral na de jaren 1950 een duidelijke trend ingezet. Het aantal tropische dagen (eerste figuur) is bijna vervijfvoudigd tussen het begin van metingen en 2019: van gemiddeld 1,2 dagen naar 5,9. Eenzelfde beeld ook bij het aantal zomerse dagen (tweede figuur), dat in diezelfde tijdspanne toenam van gemiddeld 15 naar 33 dagen in een jaar.

Voor het aantal vorstdagen en ijsdagen zien we een omgekeerde beweging. Het aantal vorstdagen (derde figuur) liep terug van gemiddeld 58 in een jaar eind 19de eeuw, naar 34 in 2019. Het aantal ijsdagen (vierde figuur) verminderde van 11 à 12 naar minder dan 5 in een jaar.

Meer, langere en intensere hittegolven in België

Uit analyse van de meetwaarden blijkt dat het aantal hittegolven in ons land een grote variabiliteit vertoont van jaar tot jaar (vijfde figuur). Trendanalyse levert een golvend patroon op met een stijging die nu aanhoudt sinds het midden van de jaren 1970. De trendlijn vertoonde een eerste piek rond 1940, met een hittegolf om de 2 à 3 jaar. Nadien volgde een daling, maar sinds midden van de jaren 1970 neemt de frequentie van hittegolven systematisch toe. Over 5 decennia nam die frequentie toe met een factor 5. Anno 2019 ligt de trendlijn op 1, of gemiddeld ieder jaar één hittegolf.

Naast het aantal hittegolven is het ook belangrijk te kijken naar de lengte (aantal dagen tijdens hittegolven in een jaar), het gewicht (de mate waarin de temperatuur boven de 25 °C uit stijgt) en de intensiteit (verhouding tussen het gewicht en de lengte) van de hittegolven. Analyse voor de periode 1892-2019 laat voor deze 3 parameters eveneens een golvend patroon zien met een trendlijn die duidelijk oploopt sinds het midden van de jaren 1970. De lengte van hittegolven (zesde figuur) ligt in 2019 al gemiddeld op 8 dagen, daar waar dit midden jaren 1970 maar 2 dagen betrof. Ook voor het gewicht (zevende figuur) en de intensiteit (achtste figuur) ligt de trendlijn in 2019 bijna een factor 4 hoger dan in de jaren 1970.

Voorlopige cijfers (nog niet gevalideerd en niet opgenomen in de figuren) voor de zomer van 2020 bevestigen deze trends van de hittegolf-karakteristieken. De zomer van 2020 kende tot nog toe 1 hittegolf in de eerste helft van augustus, dewelke 12 dagen aanhield. Het totale gewicht en de dagelijkse intensiteit van deze hittegolf lagen op respectievelijk 76 °C en 6,3 °C/d.

Meer info

De effecten en mogelijke impact van klimaatverandering kunnen erg verschillen van plaats tot plaats. Met fijnmazige kaarten brengt het Klimaatportaal Vlaanderen de klimaattoestand (temperatuur, neerslag, verdamping, wind), de effecten ervan (hittestress, overstromingen, zeespiegelstijging, droogte) en de gevolgen (getroffen personen en gebouwen) in beeld. Dit gebeurt zowel voor het huidige klimaat als voor de mogelijke klimaatverandering tot 2100, en wordt ondersteund met gebruiksvriendelijke figuren en cijfers zowel op het niveau van een individuele gemeente als voor heel Vlaanderen.

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij gaat heel wat aandacht naar de mogelijke evolutie van jaar-, seizoen- en maandgemiddelde temperaturen en diverse temperatuurextremen.

Om de vier jaar brengt het Europees Milieuagentschap (EMA) een rapport uit dat op basis van indicatoren de actuele toestand en mogelijke veranderingen in klimaattoestand, impact en kwetsbaarheid voor Europa in kaart brengt. Het meest recente rapport dateert van januari 2017: Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 (pdf, 64 MB).

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.