Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Hitte-eilanden in steden

Hitte-eilanden in steden

De temperatuur in steden ligt doorgaans hoger dan in de omringende landelijke gebieden, wat tijdens hittegolven aanleiding geeft tot een verhoogde menselijke blootstelling aan hittestress. Vooral ouderen en kinderen ondervinden hiervan gezondheidshinder. Deze indicator kwantificeert die verhoogde blootstelling aan de hand van de extra ‘hittegolfgraaddagen’ die in steden gemeten worden, en die zowel het gewicht als de duur van hittegolven in rekening brengen.

Bij deze indicator nemen we de definitie over die de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid hanteert voor een hittegolf: “een periode van minstens drie opeenvolgende dagen met een gemiddelde minimumtemperatuur (gemiddelde over de drie dagen en niet per dag) hoger dan 18,2 °C en een gemiddelde maximumtemperatuur hoger dan 29,6 °C”.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: september 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

“Hot in the city”

In vergelijking met het platteland ligt in steden vooral de nachtelijke temperatuur hoger. Gemiddeld loopt dit verschil op tot enkele °C (eerste figuur), maar er worden ook dagen genoteerd met uitschieters tot 7 à 8 °C en meer. Hittegolven treden daardoor frequenter én intenser op in steden.

Hittegolfgraaddagen

Een manier om dat effect in cijfers om te zetten is aan de hand van zogenaamde ‘hittegolfgraaddagen’, die voor een gegeven jaar berekend worden door:

  • eerst te bepalen op welke dagen in de periode van 1 april tot 30 september in dat jaar zich een hittegolf voordoet, uitgaande van de definitie van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid;
  • en vervolgens voor die dagen de som te nemen van de overschrijdingen van de dagelijkse maximumtemperatuur boven de drempel van 29,6 °C, samengeteld met de som van de overschrijdingen van de dagelijkse minimumtemperatuur boven de drempel van 18,2 °C.

Op deze manier geeft de indicator niet enkel een beeld van de totale duur van hittegolven in dat jaar, maar ook van hun gewicht. De indicator wordt doorgaans getoond voor een stedelijke en een nabijgelegen landelijke locatie, op een gemeenschappelijke grafiek, zodat het stedelijk effect tot uiting komt (tweede en derde figuur).

Korte meetreeksen, maar duidelijk patroon

Tot 2016 waren enkel voor Antwerpen meetreeksen in centraal-stedelijke en omliggende landelijke locaties beschikbaar die invulling van de indicator toelaten. Deze meetreeksen namen bovendien pas een aanvang in 2012 (tweede figuur). Recent kon de indicator uitgebreid worden naar de steden Gent, Lier, Brugge, Hasselt en Brussel & omgeving (derde figuur). Deze groep omvat een
representatieve steekproef van steden, met een variërend inwoneraantal (enkele tienduizenden tot meer dan een miljoen) en geografische spreiding (van de Kust tot in Limburg).

Ondanks het feit dat we momenteel slechts over data van een beperkte periode beschikken, komt er toch al een duidelijk patroon naar voren:

  • In vergelijking met nabijgelegen rurale gebieden worden steden gekenmerkt door een systematisch hoger aantal hittegolfgraaddagen;
  • Verder stijgt het geregistreerde aantal hittegolfgraaddagen met de grootte van de stad (gemeten naar hun inwoneraantal), en met de afstand tot de Kust;
  • En in Gent, waar ook een meetpunt staat in een stedelijk park, blijkt duidelijk de temperende werking van groen in de stad.

Hoe groter de stad, hoe groter het hitte-eilandeffect

De bevindingen uit bovenvermelde metingen worden ook bevestigd door kaartmateriaal geproduceerd met een fijnmazig, regionaal klimaatmodel voor Vlaanderen. De vierde figuur werd samengesteld op basis van modelresultaten, en geeft het gemiddeld aantal hittegolfgraaddagen in het huidige klimaat (periode 2000-2016). De kaart toont duidelijk het stedelijk effect op hittestress, met gemiddeld 13 hittegolfgraaddagen in rurale gebieden, tegenover een gemiddelde waarde van 21 hittegolfgraaddagen in steden. 

De hoogste waarden worden bereikt in een groot deel van het centrum van Brussel, vooral in en rond de kanaalzone, en in de steden in de Maasvallei in het uiterste oosten van Vlaanderen, waar er een warmer micro-klimaat heerst op de flanken van de zand-en grindhellingen. Verder zijn er hogere waarden in en om het centrum van Antwerpen en de haven, in de grotere centrumsteden (Gent, Mechelen, Leuven, Hasselt) en in de urbane en suburbane gebieden in de Kempen, waar de combinatie van zandgrond en gemiddeld lagere windsnelheden tot hogere temperaturen leidt. De laagste waarden vinden we in de agrarische gebieden van de Westhoek, waar de milderende invloed van de zee en de hoge gemiddelde windsnelheid aanleiding geven tot de laagste zomertemperaturen in Vlaanderen. Boven wateroppervlakken (zeker de grotere) worden de drempelwaarden bijna nooit overschreden, omdat de maximumtemperaturen er altijd onder 29,6 °C blijven.

De onderliggende kaarten van individuele jaren, laten de hoogtste waarden zien in de warme zomers van 2003 en 2006. Zo liep voor de Antwerpse binnenstad de waarde op tot 60 hittegolfgraaddagen in 2003.

Hoe kunnen we het stedelijk hitte-eiland verhelpen ?

Om te beginnen is het belangrijk dat de hitteplannen van de overheid afgestemd worden op de stedelijke situatie. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat hittegolven zich vaker en feller doen voelen in steden. Ook de specifieke sociale situatie van stedelingen (bijvoorbeeld meer alleenwonende ouderlingen) is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Het is ook van belang bij de ruimtelijke planning in steden rekening te houden met de invloed van de bebouwing op het lokale klimaat, onder andere door vegetatie en wateroppervlakken in te zetten om de extreme temperaturen lokaal te milderen. Uit onderzoek blijkt dat vooral minder verharding en meer groen in de stad het hitte-eilandeffect kunnen verminderen. Het verkoelende effect van wateroppervlakken blijkt lager te liggen: water kan veel warmte opnemen, waardoor het vooral later in de zomer ’s nachts juist warmer kan zijn dan de omgevingslucht. Op zo’n moment draagt water in de stad dus eerder bij tot de hitte in de stad. Toch kunnen grotere waterpartijen ook naar het einde van de zomer toe nog verkoeling brengen wanneer hun oriëntatie in het verlengde ligt van de heersende windrichting: ze laten dan toe dat verkoelende wind dieper doordringt in de stad.

Meer info

Deze indicator is nauw verwant met 2 andere MIRAindicatoren:

In opdracht van MIRA (VMM) is in 2015 een eerste onderzoeksopdracht uitgevoerd naar het voorkomen van stedelijke hitte-eilanden in Vlaanderen. Naast temperatuursmetingen werden in dit verband ook satellietbeelden geanalyseerd om de ruimtelijke patronen in kaart te brengen, en zijn scenarioberekingen uitgevoerd om na te gaan of het voorkomen van hitte-eilanden kan wijzigen onder invloed van klimaatverandering. De resultaten van dit onderzoek zijn hier raadpleegbaar.

In 2018 werd een vervolgstudie uitgevoerd voor MIRA (VMM): 'Uitbreiding en validatie indicator hitte-eilandeffect'. Deze start met een uitbreiding van de bestaande MIRA-indicator voor het hitte-eilandeffect naar de steden Gent, Lier, Brugge, Hasselt en Brussel & omgeving. Vervolgens werd het bestaande model UrbClim gevalideerd aan de hand van deze metingen. Ten slotte werd dit model ingezet om kaartmateriaal te genereren over het voorkomen van het hitte-eilandeffect, dekkend voor heel Vlaanderen in een resolutie van 100 m. Dat kaartmateriaal werd opgemaakt zowel voor de bestaande toestand (2000-2016) als voor verschillende scenario’s (met wijzigingen in klimaat en ruimtelijke ordening) tot 2100. Dit kaartmateriaal dient ook als input voor het deelthema hitte van het Klimaatportaal Vlaanderen, dat naast fijnmazige kaarten ook gebruiksvriendelijke figuren en cijfers zowel op het niveau van een individuele gemeente als voor heel Vlaanderen bevat.

Voor een algemene inleiding over het stedelijk hitte-eiland verwijzen we naar 'The Urban Canopy Layer Heat Island'. De definitie van een hittegolf die hier wordt gebruikt is beschreven in het Hittegolf- en Ozonpiekenplan  van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid