Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Toegewezen vs benodigde emissierechten onder ETS

Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem (ETS)

Deze indicator volgt zowel per deelsector* als voor het geheel van Vlaanderen de verhouding tussen de werkelijke geverifieerde emissies en de vooraf toegewezen gratis emissierechten.

De over- en onderallocatie van emissierechten wordt zowel weergegeven in absolute aantallen (Mton CO2-equivalent; eerste en tweede figuur) als relatief ten opzichte van de geverifieerde emissies (%; derde figuur). Positieve getallen geven aan dat er meer gratis emissierechten werden verleend dan nodig (overallocatie). Indien het aantal gratis toegewezen emissierechten niet voldoende was om alle geverifieerde emissies te compenseren, is het getal negatief (onderallocatie). De laatste figuur geeft de evolutie van de prijs van de emissierechten.

* Omdat de databron voor deze indicator een andere indeling hanteert dan de MIRA-sectorindeling, worden (enkel) bij deze emissie-indicator enkele emissiestromen bij een andere (deel)sector ingedeeld dan gebruikelijk. Concreet vallen nu emissies van enkele WKK-installaties en van een naftakraker onder de sector industrie in plaats van onder de sector energie.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: augustus 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Eerste en tweede handelsperiode

Focus emissiehandelssysteem verschuift en verbreedt

Het Europese Emissiehandelssysteem (ETS, Emissions Trading System) heeft sinds de start in 2005 al enkele belangrijke veranderingen ondergaan. Tijdens de eerste handelsperiode (2005-2007) bleek immers dat niet alle lidstaten de regels voor toetreding tot het ETS op dezelfde manier hadden geïnterpreteerd. Voor de aanvang van de tweede handelsperiode (2008-2012) werd dit uitgeklaard waardoor in Vlaanderen een aantal installaties moesten toetreden, terwijl andere net niet meer onder het ETS vielen. Globaal genomen leidt dit tot een toename van de Vlaamse emissies onder het ETS (zie eerste figuur).

De verschillen tussen de eerste twee handelsperiodes vallen in Vlaanderen vooral op bij de deelsectoren elektriciteit, raffinaderijen, chemie, keramische industrie, aardgastransport & -distributie en hout. Zo valt de gehele deelsector aardgastransport & -distributie pas sinds de tweede handelsperiode onder het ETS. Bij de chemie viel een belangrijke verbreding van het ETS-toepassingsgebied te noteren: de kraakinstallaties vielen pas vanaf de tweede handelsperiode onder de ETS-bepalingen, wat bijna tot een verdubbeling leidde van de ETS-emissies in de deelsector chemie.

Gratis toegewezen emissierechten in eerste 2 handelsperiodes voldoende om broeikasgasemissies te compenseren

In de eerste twee handelsperioden waren het aantal gratis emissierechten die aan bedrijven werd toegewezen ruimschoots voldoende om de Vlaamse ETS-emissies te compenseren. Deze overallocatie van emissierechten ten opzichte van de ETS-emissies, vond niet enkel in Vlaanderen plaats, maar ook in de rest van Europa. De overallocatie had een negatief effect op de prijs van de emissierechten. In de tweede handelsperiode (2008-2012) kende de prijs van de emissierechten mede daardoor een grillig verloop, met opvallende dalingen in de prijs in februari 2009 en eind 2011 (zie figuur 4).

Overschot aan ETS-rechten wordt mede veroorzaakt door gebruik van CER’s en ERU’s

Het feit dat er voldoende ETS-emissierechten (EUA’s) werden toegewezen aan Vlaamse installaties in de 2 eerste handelsperiodes, wil echter niet zeggen dat er, geen gebruik werd gemaakt van andere mechanismen van emissierechten dan EUA’s om de uitstoot te dekken. Zo kon ook gebruik gemaakt worden van CER’s die afkomstig waren van het Clean Development Mechanism (CDM) projecten en ERU’s die afkomstig waren van Joint Implementation (JI)1 projecten. Emissierechten van deze mechanismen konden door ETS bedrijven worden aangekocht en gebruikt. Op deze manier nam het totaal overschot aan emissierechten (EUA’s) in het ETS nog verder toe. In de tweede handelsperiode was 10 % van de ingeleverde emissierechten door Vlaamse ETS installaties afkomstig van CDM- of JI-projecten. Initieel was dat nog beperkt, maar vooral in de twee laatste jaren van de tweede handelsperiode nam het aandeel toe tot respectievelijk 17 % en 27 %.

Vanaf de derde handelsperiode werd het gebruik van deze andere mechanismen (CDM, JI) in het ETS beperkt waardoor de meeste installaties in Vlaanderen deze niet meer kunnen inzetten.

Elektriciteitssector belangrijke netto aankoper van emissierechten

Van bij de aanvang van het ETS kregen de elektriciteitsproducenten minder gratis emissierechten dan dat ze CO2 uitstootten (zie figuur 2). Vlaanderen was bv. één van de eerste regio’s in Europa die vanaf 2008 geen gratis emissierechten meer toewees aan elektriciteit opgewekt in steenkoolcentrales. Elektriciteitsproducenten hebben de bijkomende kost voor de aankoop van rechten gedeeltelijk opgevangen door de elektriciteitsproductie in bepaalde fossiele centrales te verminderen of stop te zetten (uitfasering steenkool), door nieuwe efficiënte installaties te bouwen, en door in bijkomende mate te investeren in installaties die op basis van hernieuwbare energiebronnen elektriciteit opwekken (bijvoorbeeld door (co)-verbranding van biomassa). Ook de import van elektriciteit in Vlaanderen nam toe in 2018. De consumptie van fossiele brandstoffen door klassieke thermische centrales voor productie van elektriciteit was 62 % lager in 2018 in vergelijking met 2005.

Andere deelsectoren boeken in periode 2005-2012 voornamelijk overschotten

Opvallend is dat vrijwel aan alle deelsectoren (behalve de elektriciteitsproducenten) meer gratis emissierechten toegewezen werd dan dat ze nodig hadden in de eerste en de tweede handelsperiode (zie figuur 2). De reden hiervoor heeft o.a. te maken met bepalingen uit het Vlaamse benchmarkconvenant, dat kon ondertekend worden door energie-intensieve bedrijven, en liep van 2005 tot 2014. Als tegenprestatie voor het nastreven van de wereldtop inzake energie-efficiëntie, beloofde de Vlaamse overheid voldoende gratis emissierechten toe te wijzen.

De gratis toewijzing van emissierechten voor de energie-intensieve industrie, zoals ijzer & staalindustrie, is ingegeven door het feit dat de additionele kosten van het ETS de productie verder zou kunnen doen verschuiven naar andere landen met minder strenge regels, ook wel carbon leakage2 genaamd.

De economische crisis in 2008-2009 heeft vooral in de deelsectoren ijzer & staal en chemie voor duidelijke effecten gezorgd. De verminderde activiteit resulteerde in minder emissies, maar had geen invloed op het aantal gratis emissierechten dat werd verkregen waardoor er een piek ontstond in 2009 in de overallocatie van rechten (zie figuur 2). In 2011 en 2012 was er opnieuw een belangrijke overallocatie van emissierechten. De reden hiervoor is niet zozeer een te grote overallocatie in de industrie, maar wel de belangrijke afname van de ETS-emissies in de sector energie (figuur 1).

Derde handelsperiode

Met de derde handelsperiode (2013-2020) werden er opnieuw belangrijke veranderingen doorgevoerd:

  1. Een verdere uitbreiding van de gassen en activiteiten die onder het ETS vallen. Dit omvatte onder meer de CO2- en N2O-emissies die vrijkomen bij de productie van salpeterzuur, adipinezuur, glyoxal en glyoxylzuur. Deze uitbreiding van het toepassingsgebied betekende voor Vlaanderen een niet onbelangrijke verschuiving van emissiebronnen (en emissies) van non-ETS naar het ETS, die vooral merkbaar was in de deelsector chemie.
  2. Verstrenging van de ETS cap. Het totaal aantal beschikbare emissierechten neemt jaarlijks verder af met 1,74  %, zodat in 2020 de beschikbare Europese ETS-emissierechten slechts 79 % bedragen van die in 2005, en dus met 21 % afgenomen zijn. Daarbij wordt ook de fractie gratis toegewezen emissierechten afgebouwd. De emissierechten die niet gratis worden verdeeld, worden op veilingen verhandeld.
  3. Aanpassing en Europese harmonisatie van de allocatieregels waarmee emissierechten worden verdeeld. In de eerste en tweede handelsperiode waren de lidstaten (in het geval van België zijn dit de gewesten) verantwoordelijk voor het toekennen van emissierechten aan de verschillende installaties die onder het ETS vielen. Lidstaten gebruikten hiervoor verschillende methodieken en aannames waardoor in sommige gevallen gelijkaardige installaties in verschillende lidstaten een sterk verschillend aantal gratis emissierechten kregen toebedeeld. Aangezien alle Europese installaties wel tot dezelfde koolstofmarkt behoorden, zorgde dit voor een belangrijke vorm van ongelijkheid. Om dit op te lossen werden door de Europese Commissie geharmoniseerde methoden ontwikkeld voor toekenning van gratis emissierechten aan de verschillende sectoren en activiteiten.
    Voor elektriciteitsproductie (excl. deze met siderurgische gassen) kon vanaf de derde handelsperiode geen gratis emissierechten meer toegewezen worden.
    Industriële deelsectoren die niet gevoelig zijn voor internationale concurrentie kregen vanaf 2013 nog 80 % van de berekende hoeveelheid emissierechten gratis, waarna dit percentage afneemt tot 30 % in 2020. Deelsectoren die gevoelig zijn voor internationale concurrentie (+/- 95% van de uitstoot) blijven 100% van de berekende hoeveelheid emissierechten gratis verkrijgen.

De verstrenging van de ETS cap was voornamelijk om de overallocatie in de EU aan banden te leggen. De overallocatie zorgde er immers voor dat de prijs van emissierechten laag bleef. De strengere cap moest ervoor zorgen dat de prijs van emissierechten steeg en een effectievere stimulus werd voor bedrijven om hun emissies te reduceren (de uitstoot wordt namelijk duurder).

Daarnaast introduceerde de EU in 2013 en 2014 de backloading van veilingen en de strategisch marktreserve. Door de veiling van 900 miljoen emissierechten in de periode 2014-2016 uit te stellen (backloading) hoopte men het overaanbod weg te werken en de prijs van emissierechten op te krikken. Tussen eind 2011 en 2014 nam de prijs voor emissierechten immers af van € 14 tot € 6. Initieel zouden de emissierechten uit deze reserve opnieuw geveild worden in 2019 en 2020. De Europese Commissie besliste echter om deze rechten vanaf 2019 te gebruiken als strategische marktreserve om de overallocatie van emissierechten tegen te gaan en de prijs van ETS emissierechten te stabiliseren. Hiervoor werden afgelijnde regels opgesteld. De marktreserve kan ook gebruikt worden om bij schaarste emissierechten op de markt te plaatsen.

Elektriciteitssector krijgt geen gratis rechten meer

De elektriciteitssector kreeg in de eerste en tweede handelsperiode gratis emissierechten die overeenkwamen met ongeveer 50 % van hun emissies. Vanaf de derde handelsperiode krijgen elektriciteitsproducenten geen gratis emissierechten meer (met een uitzondering voor elektriciteitsproductie uit rookgassen) en moeten ze hun emissierechten dus ofwel kopen van lidstaten via veilingen of van andere ETS-installaties. De totale Vlaamse ETS-emissies van de elektriciteitssector nam tussen 2013 en 2019 af met 12 %. Deze trend doet zich ook in het gehele ETS voor. In de EU is de afname voornamelijk het gevolg van de afname van elektriciteitsproductie met steenkool.

Andere sectoren: toepassingsgebied breidt verder uit

De uitbreiding van de industriële activiteiten die onder het ETS vallen is het duidelijkst af te leiden uit de emissies van industriële ETS-installaties vanaf 2013 in de eerste figuur. Deze nemen duidelijk toe ten opzichte van de voorgaande periode, maar dalen voor de eerste keer in 2019, met 1 % in vergelijking met 2013. In het gehele Europese ETS namen de emissies van industriële installaties in 2019 af in vergelijking met 2013. Ondanks de energiebeleidsovereenkomsten die de Vlaamse Regering vanaf 2015 afsloot met ETS en niet-ETS ondernemingen en die het Benchmarking- en Auditconvenant vervangen werden dus eerder beperkte emissiereducties behaald. Bedrijven die toetreden tot deze energiebeleidsovereenkomsten engageren zich om de nodige maatregelen te nemen om zo bij te dragen aan de Vlaamse CO2- en energie-efficiëntiedoelstellingen. In totaal sloten 140 ETS-bedrijven zich aan tot deze overeenkomst.

De toename in scope ging in 2013 niet gepaard met een toename van het aantal gratis emissierechten. Deze volstaan dus niet meer voor alle ETS installaties in Vlaanderen (figuur 2). Voor bepaalde sectoren en individuele bedrijven is de situatie zeer verschillend en kunnen de gratis emissierechten wel nog voldoende zijn. Daarnaast hebben vele ETS-bedrijven in de tweede handelsperiode aanzienlijke reserves aan emissierechten opgebouwd, die in de derde handelsperiode gebruikt kunnen worden om tekorten aan te vullen. Dit zorgde ervoor dat de prijs van emissierechten niet sterk toenam (zie figuur 4). Tussen 2012 en 2017 was de prijs voor één ETS-emissierecht relatief stabiel en minder dan 10 euro/ton CO2-eq. Sinds juli 2017 zijn de prijzen voor ETS-emissierechten echter sterk aan het toenemen, vanaf september 2018 bedroeg de prijs boven de  20 euro. De drijvende kracht achter deze toename is de start van de strategische marktreserve in 2019. In 2019 en ook in 2020, ondanks de economische impact van COVID-19, bleven de hogere ETS prijzen aanhouden, met een gemiddelde van bijna 25 euro/ton CO2-eq.

Vierde handelsperiode

De vierde handelsperiode zal in 2021 van start gaan, met opnieuw een aantal belangrijke aanpassingen aan het ETS. Deze aanpassingen moeten het ETS in lijn brengen met de EU 2030 doelstelling. De nieuwe ETS-richtlijn omvat volgende belangrijke aanpassingen:

  1. Strikter reductiepad. Om de 2030 doelstelling te halen moeten de ETS-emissies omlaag met 43 % in vergelijking met 2005. Om deze doelstelling te halen zal het aantal emissierechten worden afgebouwd vanaf 2021 met 2,2 % per jaar (in de derde handelsperiode was dit 1,74 %). De EU 2030 doelstelling wordt mogelijk in 2020 verscherpt en dit zal ook consequenties hebben voor het reductiepad in het ETS. Bovendien zal onderzocht worden of niet meer sectoren tot het ETS kunnen toetreden. 
  2. Aanpassingen aan de regels voor gratis toewijzing. In de derde handelsperiode werden industrieën die vatbaar zijn voor carbon leakage beschermd door allocatie van gratis emissierechten en dit zal ook in de vierde handelsperiode verdergezet worden. Wel werden de criteria om als (sub)sector geïdentifieerd te worden als onderhevig aan carbon leakage, wat herzien zodat installaties uit bepaalde deelsectoren een verminderd aantal gratis emissierechten zullen krijgen. Deze bedrijven krijgen initieel nog 30 % van hun benodigde emissierechten gratis, maar dit zal gedurende de handelsperiode verminderen tot 0 % in 2030. Daarnaast zal de toewijzing beter afgestemd worden op het activiteitsniveau, waardoor een overallocatie door een lagere productie dan verwacht, kan worden vermeden.
  3. Geen internationale emissierechten. ETS-installaties zullen geen gebruik meer kunnen maken van emissierechten van internationale projecten, zoals CDM of JI.

 

1 - Het CDM en JI zijn de internationale mechanismes waarbij ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen projecten kunnen opstarten die resulteren in geverifieerde emissiereducties en die verhandeld kunnen worden op de internationale koolstofmarkt.

2 -Verschillende bedrijven die moesten toetreden tot het ETS waren zeer bezorgd dat de additionele kosten voor de eventuele aankoop van emissierechten hen een concurrentieel nadeel zouden geven ten opzichte van niet-EU bedrijven. De prijs van in Europa geproduceerde producten (zoals staal) zou hierdoor namelijk kunnen toenemen en als effect hebben dat meer producten die buiten de EU worden geproduceerd worden gekocht. Deze worden bovendien vaak minder efficiënt geproduceerd. Het gevolg is een verplaatsing van de productie (en de bijbehorende emissies) naar landen buiten de EU. 

Alle informatie over geverifieerde emissies en toegewezen emissierechten van de Vlaamse BKG-installaties kan geraadpleegd worden bij het Departement Omgeving.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.