Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Broeikasgasemissies per sector

Emissie broeikasgassen per sector (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's, NF3)

De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de verschillende sectoren in de broeikasgasemissies van Vlaanderen, en hoe die aandelen verschuiven in de loop der jaren.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: augustus 2020
Contactpersoon: Johan Brouwers (VMM)

Helft uitstoot afkomstig van industrie en energie(productie)

In 2018 vertegenwoordigen de sectoren industrie en energie samen de helft van de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen, namelijk 51 % (eerste figuur).

Het aandeel van de industrie viel tussen 1990 en 2009 terug van 29 % naar 24 %, maar schommelt de laatste vijf jaren rond 29 %. Tussen midden jaren ‘90 en 2009 (een jaar met zeer lage emissies omwille van de economische crisis) wist de industrie in Vlaanderen haar emissies gestaag te reduceren. Deze afname kan het gevolg zijn van verbeteringen in energie-efficiëntie onder invloed van het Europees emissiehandelssysteem en de energieconvenanten met de Vlaamse overheid, maar ook een verplaatsing van industriële activiteiten naar andere landen kan de daling verklaren. Sinds 2010 blijft de industriële uitstoot van broeikasgassen echter stagneren op circa 22 Mton CO2-eq. De emissie van de industrie vertoont de grootste variabiliteit van alle sectoren. Het verschil tussen het jaar met de hoogste en het jaar met de laagste emissies bedraagt 9,0 Mton. Ter vergelijking: dit verschil bedraagt 7,5 Mton voor de sector energie en 5,2 Mton voor de huishoudens.

Het aandeel van de energiesector in de totale emissie van broeikasgassen schommelde in de periode 2000-2010 rond de 27 %. Daarna begint het aandeel van de sector energie af te nemen tot 22 % in 2018. In deze periode namen de broeikasgasemissies in de sector energie dus sterker af dan in de andere sectoren. Sinds 2010 daalden de emissies met gemiddeld 0,7 Mton CO2-eq per jaar en leek het emissiereductiepad, dat sinds 2004 werd ingezet met initieel zeer beperkte emissiereducties, te versnellen. Deze daling was het resultaat van de sluiting van enkele elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen, de uitbouw van hernieuwbare energieproductie voor elektriciteit en warmte, en een verbetering van de energie-efficiëntie. Sinds 2016, blijven de emissiereducties van de energiesector beperkt. Zo namen tussen 2017 en 2018 de emissies nog slechts met 0,1 Mton CO2-eq af.

Belang van kleine, diffuse emissiebronnen neemt toe

De broeikasgasemissies van huishoudens en handel & diensten zijn bijna uitsluitend afkomstig van de verwarming van gebouwen. De uitstoot van broeikasgassen in deze sectoren is dus gedeeltelijk afhankelijk van de buitentemperaturen in de winter, en de bijhorende warmtevraag. Door de zeer milde wintermaanden in 2011 en 2014 waren de broeikasgasemissies opvallend laag, terwijl de strenge winter in 2013 voor een piek in emissies zorgde in beide sectoren. Na 2014 laten de handel & diensten jaar na jaar een stijging optekenen. Zo lagen in 2018 de emissies er 0,1 Mton CO2-eq hoger dan in 2017. De huishoudens slaagden er wel in hun emissies na 2014 stabiel te houden en zelfs nog wat te reduceren tussen 2017 en 2018 (-0,2 Mton CO2-eq, of 2 %). Hieruit blijkt dat de inzet van energiebesparende maatregelen (bv. premies voor dakisolatie en instellen van bouwvoorschriften) en de overstap naar meer hernieuwbare energiebronnen (bv. premies voor zonneboilers en warmtepompen) tot resultaat blijft leiden, ook al lijkt de snelheid van reductie niet voldoende om de klimaatdoelstellingen te behalen.

De broeikasgasemissies van transport (met inbegrip van de bijschatting inzake verkochte brandstof bij wegverkeer en bij binnenlandse zeescheepvaart conform internationale rekenregels) blijken al sinds 2000 te schommelen tussen 15 en 17 Mton CO2-eq (16,2 in 2018). In 1990 had het transport een aandeel van 15 % in de emissie van broeikasgassen. Maar doordat transport in tegenstelling tot de meeste andere sectoren geen belangrijke daling liet optekenen sinds 2005 (tweede figuur), liep tegelijkertijd het aandeel van deze sector in de Vlaamse broeikasgasuitstoot op tot 18 % in 2005 en zelfs 21 % in 2018. Maatregelen in deze sector zoals de aangescherpte uitstootnormen voor nieuw verkochte personenvoertuigen en het rekeningrijden voor goederentransport, blijken vooralsnog niet voldoende om deze trend te keren.

Het aandeel van de landbouw (exclusief veranderingen in landgebruik of het zogenaamde 'LULUCF') in de totale emissies vertoont een gemengd beeld. Net als de emissies zelf nam ook dit aandeel stelselmatig af van bijna 11 % in 1990 tot 8 % in 2008. Sindsdien namen de broeikasgasemissies in de landbouw weer toe, wat ook het aandeel in de totale broeikasgasuitstoot opnieuw deed oplopen naar bijna 10 % in 2018.

Vooral energie, industrie en huishoudens doen emissies sinds 2005 dalen

De verschuiving van het belang van de grote puntbronnen naar de kleine, diffuse emissiebronnen is mogelijk het resultaat van een effectiever beleid op de grote installaties (bv. het lachgasconvenant tussen de Vlaamse overheid en een groot chemisch bedrijf) en/of een groter potentieel in 1990 bij die grote puntbronnen om emissies te reduceren. Niet toevallig behoren die grote puntbronnen ook tot de sectoren waar naast CO2, ook emissies van andere broeikasgassen (F-gassen, N2O en CH4) een belangrijke rol spelen.

De derde figuur geef nog het verschil in emissies tussen 2005 en 2018. 2005 is het startjaar van het Europees emissiehandelssysteem en ook het referentiejaar voor de emissiereducties te realiseren door de niet-ETS sectoren. Voor Vlaanderen is duidelijk te zien dat de reducties die tot nog toe konden gerealiseerd worden in die periode, vooral op rekening te schrijven zijn van de energiesector (-7,5 Mton CO2-eq), de industrie (-2,6 Mton CO2-eq) en de huishoudens (-3,2 Mton CO2-eq).

Recent overzicht broeikasgasuitstoot

Klik hier voor het meest recent overzicht van de emissies van broeikasgassen.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

uitgegeven door