Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Uitstoot per sector

Emissie broeikasgassen per sector (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's, NF3)

De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de verschillende sectoren in de broeikasgasemissies van Vlaanderen, en hoe die aandelen verschuiven in de loop der jaren.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Helft uitstoot afkomstig van industrie en energie(productie)

In 2016 vertegenwoordigen de sectoren industrie en energie samen voor het eerst net iets minder dan de helft van de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen, namelijk 49,7 % (eerste figuur).

Het aandeel van de industrie viel tussen 1990 en 2009 terug van 30 % naar 24 %, maar nam ondertussen terug toe tot 28 % in 2016. In absolute cijfers schommelt de industriële uitstoot sinds 2011 rond de 21 Mton CO2-eq per jaar (tweede figuur), ondanks een netto toename van de bruto toegevoegde waarde van de industrie met 6 % in diezelfde periode. Dit kan het gevolg zijn van verbeteringen in energie-efficiëntie onder invloed van het Europees emissiehandelssysteem en de energieconvenanten met de Vlaamse overheid, maar ook een verplaatsing van meer koolstofintensieve industriële activiteiten naar andere landen. De emissie van de industrie vertoont de grootste variabiliteit van alle sectoren. Het verschil tussen het jaar met de hoogste en het jaar met de laagste emissies bedraagt 9,6 Mton. Ter vergelijking: dit verschil bedraagt 7,5 Mton voor de sector energie en 4,4 Mton voor de huishoudens.

Het aandeel van de energiesector in de totale emissie van broeikasgassen schommelde in de periode 2000–2010 rond de 27 %. Daarna begint het aandeel van de sector energie af te nemen tot 22 % in 2016. Over de laatste 6 jaar namen de broeikasgasemissies in de sector energie dus sterker af dan in de andere sectoren. Sinds 2010 dalen de emissies met gemiddeld 1 Mton CO2-eq per jaar en lijkt het emissiereductiepad, dat sinds 2004 werd ingezet met initieel zeer beperkte emissiereducties, te versnellen. Deze daling is het resultaat van de sluiting van enkele klassieke elektriciteitscentrales en de toenemende co-verbranding van biomassa in steenkoolcentrales. Het verlies aan capaciteit in fossiele centrales werd bovendien gedeeltelijk opgevangen door een toenemende hernieuwbare energieproductie zowel wat betreft elektriciteit als warmte.

Belang van kleine, diffuse emissiebronnen neemt toe

Het belang van handel & diensten en vooral transport in de totale emissie nam duidelijk toe tussen 1990 en 2016. Sinds 2005 vertonen hun emissies geen duidelijke stijging meer, maar eerder een schommelend verloop (tweede figuur).

De broeikasgasemissies van huishoudens en handel & diensten zijn bijna allemaal afkomstig van de verwarming van gebouwen. De uitstoot van broeikasgassen in deze sectoren is dus gedeeltelijk afhankelijk van buitentemperaturen in de winter en de bijhorende warmtevraag. Door de zeer milde wintermaanden in 2011 en 2014 waren de broeikasgasemissies opvallend laag, terwijl de strenge winter in 2013 voor een piek in emissies zorgde in beide sectoren. De winters van 2015 en vooral 2016 waren iets minder zacht, wat leidde tot een opstoot van de emissies die jaren. Ondanks deze fluctuaties is er bij de huishoudens een duidelijke negatieve trend en nemen emissies sinds 2001 af met gemiddeld 0,2 Mton CO2-eq per jaar. De inzet van energiebesparende maatregelen (bv. premies voor dakisolatie en instellen van bouwvoorschriften) en de overstap naar meer hernieuwbare energiebronnen (bv. premies voor zonneboilers en warmtepompen) hebben voor emissiereducties gezorgd.

Het aandeel van de landbouw (inclusief veranderingen in landgebruik, LULUCF) in de totale emissies vertoont een dubbel beeld. Net als de emissies zelf nam ook dit aandeel stelselmatig af van 10,1 % in 1990 tot 7,7 % in 2008. Doordat de broeikasgasemissies in de landbouw sindsdien weer wat zijn toegenomen, nam ook het aandeel van deze sector in de totale broeikasgasuitstoot terug toe tot 9,3 % in 2016.

In tegenstelling tot de meeste andere sectoren, namen de broeikasgasemissies van transport toe tussen 1990 en 2016. Daarmee steeg ook het aandeel van de transportsector in de Vlaamse broeikasgasuitstoot van 15 % in 1990 naar 21,4 % in 2016. Omwille van de economische crisis was er wel een sterke daling van de activiteit in en dus de uitstoot door goederentransport na 2007. Vanaf 2013 groeit de uitstoot door goederentransport opnieuw. De uitstoot van het personenvervoer blijft sinds 2008 rond hetzelfde niveau schommelen. Daarom lijken maatregelen in de sector transport vooralsnog niet voldoende om de algemeen stijgende trend te keren.

Vooral energie en industrie doen emissies sinds 2005 dalen

De verschuiving van het belang van de grote puntbronnen naar de kleine, diffuse emissiebronnen is mogelijk het resultaat van een effectiever beleid op de grote installaties (bv. het lachgasconvenant tussen de Vlaamse overheid en BASF) en/of een groter potentieel in 1990 bij die grote puntbronnen om emissies te reduceren. Niet toevallig behoren die grote puntbronnen ook tot de sectoren waar naast CO2, ook emissies van andere broeikasgassen (F-gassen, N2O en CH4) een belangrijke rol spelen.

De derde figuur geef nog het verschil in emissies tussen 2005 en 2016. 2005 is het startjaar van het Europees emissiehandelssysteem en ook het referentiejaar voor de emissiereducties te realiseren door de niet-ETS sectoren. Voor Vlaanderen is duidelijk te zien dat de reducties die tot nog toe konden gerealiseerd worden in die periode, vooral op rekening te schrijven zijn van de energiesector (-7,4 Mton CO2-eq) en de industrie (-3,5 Mton CO2-eq). Ook de huishoudens lieten een reductie optekenen in het jaar 2016: -1,7 Mton CO2-eq ten opzichte van 2005. De emissies van de drie andere sectoren daarentegen bleven licht stijgen: vooral transport +0,5 Mton CO2-eq.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid