Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Broeikasgasemissies per sector

Emissie broeikasgassen per sector (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's, NF3)

De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de verschillende sectoren in de broeikasgasemissies van Vlaanderen, en hoe die aandelen verschuiven in de loop der jaren.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Helft uitstoot afkomstig van industrie en energie(productie)

In 2017 vertegenwoordigen de sectoren industrie en energie samen de helft van de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen, namelijk 51 % (eerste figuur).

Het aandeel van de industrie viel tussen 1990 en 2009 terug van 29 % naar 24 %, maar schommelt ondertussen al enkele jaren rond 28 %. Tussen midden jaren ‘90 en 2009 (een jaar met zeer lage emissies omwille van de economische crisis) wist de industrie in Vlaanderen haar emissies gestaag te reduceren. Deze afname kan het gevolg zijn van verbeteringen in energie-efficiëntie onder invloed van het Europees emissiehandelssysteem en de energieconvenanten met de Vlaamse overheid, maar ook een verplaatsing van industriële activiteiten naar andere landen kan de daling verklaren. Sinds 2010 blijft de industriële uitstoot van broeikasgassen echter stagneren op circa 21 Mton CO2-eq. De emissie van de industrie vertoont de grootste variabiliteit van alle sectoren. Het verschil tussen het jaar met de hoogste en het jaar met de laagste emissies bedraagt 9,7 Mton. Ter vergelijking: dit verschil bedraagt 7,5 Mton voor de sector energie en 4,9 Mton voor de huishoudens.

Het aandeel van de energiesector in de totale emissie van broeikasgassen schommelde in de periode 2000-2010 rond de 27 %. Daarna begint het aandeel van de sector energie af te nemen tot 23 % in 2017. In deze periode namen de broeikasgasemissies in de sector energie dus sterker af dan in de andere sectoren. Sinds 2010 dalen de emissies met gemiddeld 0,8 Mton CO2-eq per jaar en lijkt het emissiereductie pad, dat sinds 2004 werd ingezet met initieel zeer beperkte emissiereducties, te versnellen. Deze daling is het resultaat van de sluiting van enkele elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen, de uitbouw van hernieuwbare energieproductie voor elektriciteit en warmte, en een verbetering van de energie-efficiëntie.

Belang van kleine, diffuse emissiebronnen neemt toe

De broeikasgasemissies van huishoudens en handel & diensten zijn bijna uitsluitend afkomstig van de verwarming van gebouwen. De uitstoot van broeikasgassen in deze sectoren is dus gedeeltelijk afhankelijk van de buitentemperaturen in de winter, en de bijhorende warmtevraag. Door de zeer milde wintermaanden in 2011 en 2014 waren de broeikasgasemissies opvallend laag, terwijl de strenge winter in 2013 voor een piek in emissies zorgde in beide sectoren. In de periode 2015-2017 nam de uitstoot van handel & diensten wat toe (+10 % in 2017 t.o.v. 2014), maar deze stijging ligt lager dan het gecombineerd effect van stijgende economische activiteit in deze sector (+6 %) en een kouder buitenklimaat (+18 %). De huishoudens slaagden er zelfs in hun emissies nog wat te reduceren tussen 2014 en 2017 (-2 %). Hieruit blijkt dat de inzet van energiebesparende maatregelen (bv. premies voor dakisolatie en instellen van bouwvoorschriften) en de overstap naar meer hernieuwbare energiebronnen (bv. premies voor zonneboilers en warmtepompen) tot resultaat leiden.

De broeikasgasemissies van transport blijken al sinds 2000 te schommelen rond 16,2 Mton CO2-eq (16,3 in 2017). Daarmee is transport de enige sector die nog een belangrijke stijging liet optekenen sinds 2000 (tweede figuur), wat het aandeel van deze sector in de Vlaamse broeikasgasuitstoot deed oplopen van 15 % in 1990 over 17 % in 2000 naar 22 % in 2017. Maatregelen in deze sector zoals de aangescherpte uitstootnormen voor nieuw verkochte personenvoertuigen en het rekeningrijden voor goederentransport, blijken vooralsnog niet voldoende om deze trend te keren.

Het aandeel van de landbouw (exclusief veranderingen in landgebruik, LULUCF) in de totale emissies vertoont een gemengd beeld. Net als de emissies zelf nam ook dit aandeel stelselmatig af van 10,6 % in 1990 tot 8,0 % in 2008. Sindsdien namen de broeikasgasemissies in de landbouw weer toe, wat ook het aandeel in de totale broeikasgasuitstoot opnieuw deed oplopen naar 9,8 % in 2017.

Vooral energie en industrie doen emissies sinds 2005 dalen

De verschuiving van het belang van de grote puntbronnen naar de kleine, diffuse emissiebronnen is mogelijk het resultaat van een effectiever beleid op de grote installaties (bv. het lachgasconvenant tussen de Vlaamse overheid en BASF) en/of een groter potentieel in 1990 bij die grote puntbronnen om emissies te reduceren. Niet toevallig behoren die grote puntbronnen ook tot de sectoren waar naast CO2, ook emissies van andere broeikasgassen (F-gassen, N2O en CH4) een belangrijke rol spelen.

De derde figuur geef nog het verschil in emissies tussen 2005 en 2017. 2005 is het startjaar van het Europees emissiehandelssysteem en ook het referentiejaar voor de emissiereducties te realiseren door de niet-ETS sectoren. Voor Vlaanderen is duidelijk te zien dat de reducties die tot nog toe konden gerealiseerd worden in die periode, vooral op rekening te schrijven zijn van de energiesector (-7,3 Mton CO2-eq) en de industrie (-3,6 Mton CO2-eq). Ook de huishoudens lieten inmiddels een reductie optekenen: -3,2 Mton CO2-eq ten opzichte van 2005.

Recent overzicht broeikasgasuitstoot

Klik hier voor het meest recent overzicht van de emissies van broeikasgassen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid