Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Klimaatverandering / Aandeel ETS-installaties in totale uitstoot

Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies

Sinds 2005 vormt het Europees Emissiehandelssysteem (of ETS) het centraal beleidsinstrument voor regulering van de broeikasgasuitstoot door grote puntbronnen (industriële installaties).

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de broeikasgasemissies uitgestoten door installaties die vallen onder de bepalingen van het ETS, en dit zowel voor het geheel van Vlaanderen als per (deel)sector. Hierbij worden zowel emissies van energetische oorsprong als procesemissies beschouwd. Voor een analyse van de resultaten van het ETS op Europees niveau, publiceert het Europese Milieuagentschap een overzichtsrapport

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Twee vijfden broeikasgasuitstoot in Vlaanderen onder ETS

Het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) wordt gekenmerkt door opeenvolgende handelsperiodes. De eerste periode liep van 2005 tot 2007, de tweede periode liep van 2008 tot 2012 en de derde handelsperiode startte in 2013 en zal eindigen in 2020.

In de eerste handelsperiode viel gemiddeld 38 % van de broeikasgasemissies in Vlaanderen onder het systeem van emissiehandel. In de tweede handelsperiode nam dit al toe tot 41 % (figuur 1). Die toename kwam er voornamelijk doordat sinds 2008 meer installaties en bijkomende emissies onder het ETS vallen omwille van een uitbreiding van het toepassingsgebied (vooral voor de sector industrie) en een verduidelijking door de Europese Commissie van de criteria voor toetreding tot het ETS. De derde handelsperiode luidde opnieuw een nieuwe fase in het ETS in met verdere uitbreiding van de installaties en beschouwde broeikasgassen. In Vlaanderen steeg het gemiddelde aandeel ETS-emissies in de derde handelsperiode daardoor tot 42 % van de totale broeikasgasemissies.

Grotendeels beperkt tot de sectoren industrie en energie

Het overgrote deel van de ETS-installaties is terug te vinden in de sectoren industrie en energie (figuur 1). Daarnaast zijn er enkele installaties die onder de sector handel & diensten vallen waaronder het UZ Gent, UZ Leuven en VITO. Hierbij gaat het slechts om ongeveer 1 % van de totale emissie in die sector. In de eerste handelsperiode werden deze installaties nog uitgesloten van de emissiehandel, door de zogenaamde 'opt-out' regel. Lidstaten konden immers grote installaties die normaal onder het ETS zouden vallen, uitsluiten van het systeem. Vlaanderen heeft dit in de eerste handelsperiode o.a. gedaan voor enkele grote ziekenhuizen. In 2008 werd er echter voor geopteerd om die installaties toch tot het ETS te laten toetreden.

Het aandeel van de broeikasgasemissies die onder het ETS vallen is het grootst in de sector energie (figuur 2): tussen 88 % (2014) en 93 % (2009) van de emissies. In 2016 was dit aandeel 90 %. Er is evenwel een groot verschil tussen de deelsectoren. Voor elektriciteit & warmte en raffinaderijen is het aandeel zeer groot, zelfs tot 100 % voor de raffinaderijen. Bij de deelsector aardgas is het aandeel veel kleiner. In de eerste handelsperiode moest deze sector niet toetreden tot het ETS en was het aandeel dus 0 %, in de tweede en derde handelsperiode wel en bedroeg het aandeel ETS-emissies gemiddeld 21 %.

Bij de sector industrie werd in de eerste handelsperiode gemiddeld 47 % via het ETS gereguleerd. In de tweede en derde handelsperiode liep dit al verder op tot gemiddeld 61 % en 75 % (figuur 3). Ook binnen de industrie zijn er grote verschillen tussen de deelsectoren. De deelsector afval & afvalwater valt volledig buiten het ETS. Emissies van de deelsector metaal vallen wel grotendeels onder het ETS, gemiddeld 88 % (relatief constant in alle drie handelsperioden). Tot deze deelsector behoort ook de grootste ETS-installatie in Vlaanderen. In de deelsector chemie neemt het aandeel van de ETS-emissies sterk toe van de eerste tot de derde handelsperiode (van gemiddeld 30 % naar 85 %). Dit is het gevolg van het toetreden van enkele krakerinstallaties in de tweede handelsperiode en niet-CO2 broeikasgasemissies in de derde handelsperiode.

Meer informatie over het Europees Emissiehandelssysteem en een bespreking van de overschotten of de tekorten aan toebedeelde rechten per (deel)sector, komen aan bod bij de indicator 'Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem'.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid