Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Geluids-, Geur- & Lichthinder / Potentieel ernstig gehinderden door geluid

Potentieel ernstig gehinderden door geluid

Lawaai kan een ernstige bron van hinder zijn voor de bevolking. Hinder kan op verschillende manieren weergegeven worden. Er is gerapporteerde hinder en potentiële hinder. Gerapporteerde hinder wordt bepaald aan de hand van bevragingen. Hierdoor wordt de subjectieve factor die steeds deel uitmaakt van de hinder ook meegenomen. Deze methodiek kan beïnvloed worden door tijdsgeest, aandacht in de pers … De indicator ‘potentieel ernstig gehinderden door geluid’ geeft het aantal gehinderden door geluid weer zonder rekening te houden met deze factoren.

Het percentage van de bevolking potentieel ernstig gehinderd door geluid is een samengestelde indicator die verschillende bronnen van geluid combineert. De manier waarop de potentieel ernstige hinder voor elke bronnengroep afzonderlijk berekend wordt, is verschillend. Voor de geluidsbronnen waarvoor geen berekeningen kunnen worden uitgevoerd, wordt gebruik gemaakt van het Schriftelijk LeefomgevingsOnderzoek (SLO) (https://www.lne.be/schriftelijk-leefomgevingsonderzoek-slo-4-2018). Bij de berekening van het percentage ernstig gehinderden door geluid van al deze bronnen samen wordt gebruik gemaakt van de sterkste-component benadering (Botteldooren et al., 2002): deze stelt dat de sterkste bron van hinder de globale hinder bepaalt. Omdat bij de interpretatie van het begrip hinder door de combinatie van alle geluidsbronnen de context altijd belangrijk is, wordt eveneens een contextverruiming in rekening gebracht. Dit houdt in dat een correspondent – bij een vraag naar de algemeen ervaren hinder – zijn antwoord in een groter kader zal schetsen: het antwoord voor de gecumuleerde hinder zal typisch lager liggen dan de hoogste hinder voor een bepaalde bronnengroep, omdat niemand een hoge hinder ervaart voor alle bronnen.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

 

Stabiel verloop op lange termijn (2003-2018), en in lijn met subjectief ervaren geluidshinder 

De evolutie van deze indicator is beperkt. Ondanks de verandering van de methodiek voor het berekenen van de potentieel ernstige hinder door wegverkeer vanaf 2005 (aanpassing van het verkeersmodel) blijft het percentage potentieel ernstig gehinderden van dezelfde grootteorde. De laagste waarden (aaneensluitend) worden bereikt in de periode 2011-2013, maar in de periode 2014-2018 is er opnieuw een licht stijgende trend. Er is een lichte stijging met goed 0,2 % naar 12,6 % in 2018 tegenover in 2017, maar deze stijging valt binnen de onzekerheidsmarge (in 2014 bedroeg dit percentage nog 12,1 %). De figuur toont de langetermijnevolutie van het percentage potentieel ernstig gehinderden door geluid.

Deze berekende gegevens liggen meer in lijn met de evoluties vastgesteld in de SLO-enquêtes (in het bijzonder de laatste van 2018) – waar gepeild wordt naar de subjectief ervaren geluidshinder onder meer. De gerapporteerde ernstige hinder – de twee hoogste categorieën uit de vragenlijst opgeteld – daalt er van 11,8 % in 2004, 10,2 % in 2008 tot 8,9 % in 2013, maar stijgt opnieuw naar 11,6 % in 2018. De dalende trend die vastgesteld werd in SLO-1 tot SLO-3 werd dus volledig omgebogen in de SLO-4-enquëte uit 2018 (waarvan de resultaten in januari 2019 werden gepubliceerd: zie https://www.lne.be/schriftelijk-leefomgevingsonderzoek-slo-4-2018): de totale gerapporteerde ernstige hinder komt opnieuw op het niveau van SLO-1 uit 2004.

De tweede figuur geeft de opsplitsing van het percentage van 12,6 % over de afzonderlijke geluidsbronnen voor 2018, aangevuld met de totale gecumuleerde hinder (met contextverruiming). De berekende potentiële hinder door wegverkeersgeluid op basis van geluidskaarten resulteert in een potentieel ernstige hinder van 13,8 %. Enkel voor straatverkeer bedraagt de gerapporteerde ernstige hinder in SLO-4 11,9 % (nog 8,5 % in 2013). Het percentage gerapporteerde ernstige hinder door luchtvaart daalde van 2,7 % in 2004 naar 2,2 % in 2018. Op basis van de extrapolatie wordt de hinder door treinverkeer overschat ten opzichte van de SLO-4-enquête (nog 1,4 % tegenover 0,8 %). De hinder door KMO & Industrie, Buren en Landbouw stijgt door de waargenomen stijging uit SLO-4 van 5,9 % tot 6,3 %. De hinder door recreatie is stabiel gebleven op 4,2 %.

Het wetgevend kader en de initiatieven van de Vlaamse regering

Het departement Omgeving citeerde voor de opvolging van de doelstellingen van het MINA-plan 4 twee doelstellingen: ‘het aantal ernstig gehinderden door verkeerslawaai vermindert’ en ‘de akoestische kwaliteit in stedelijk gebied verbetert’. De zichtperiode voor het MINA-plan 4 (2011-2015) is verstreken. De milieudoelstellingen van de Vlaamse regering worden niet meer uitgewerkt onder de vorm van MINA-plannen. Sinds het verstrijken van het MINA-plan 4 zijn er nog geen nieuwe formele doelstellingen vastgelegd voor het thema geluid.

Meer concrete initiatieven worden uitgevoerd in het kader van de EU-richtlijn omgevingslawaai (Environmental Noise Directive 2002/49/EC). Er worden 5-jaarlijks strategische geluidsbelastingkaarten  opgemaakt voor belangrijke wegen, spoorwegen, luchthavens en agglomeraties met meer dan 100 000 inwoners. Binnen het Europees kader worden ook geluidsactieplannen uitgewerkt. In de geluidsactieplannen voor de periode 2019-2023 (voorgesteld aan de Vlaamse regering op 16 november 2018) worden, naast een aantal acties op korte termijn, ook een lange-termijn strategie geformuleerd. De visie is gelijkaardig voor de verschillende thema’s: wegverkeer, spoorverkeer, luchtvaart en voor de agglomeraties. Een aantal passages uit de lange-termijn strategieën zijn geheel of gedeeltelijk overgenomen uit de verschillende actieplannen (zie https://www.lne.be/geluidsactieplannen).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid