Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Geluids-, Geur- & Lichthinder / Hinder door geluid, geur en licht

Gerapporteerde hinder door geluid, geur en licht

De mate waarin inwoners van Vlaanderen hinder ervaren van geluid, geur en licht kan worden weergegeven met de indicator gerapporteerde hinder. Op basis van de zogenaamde SLO-enquête van het departement Omgeving (tot 1 april 2017 departement LNE) (Schriftelijk LeefOmgevingsonderzoek) wordt deze indicator ingevuld voor Vlaanderen. Deze enquête werd voor de eerste maal uitgevoerd in 2001, vervolgens in 2004, 2008, 2013 en 2018 (voor dit laatste: zie SLO-4). De vraagstelling is bij de verschillende peilingen bijna identiek, zodat het mogelijk is om trends op te sporen.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: maart 2019
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

Het departement Omgeving citeert voor de opvolging van de doelstellingen van het MINA-plan 4 twee doelstellingen: ‘het aantal ernstig gehinderden door verkeerslawaai vermindert’ en ‘de akoestische kwaliteit in stedelijk gebied verbetert’. De zichtperiode voor het MINA-plan 4 (2011-2015) is verstreken. De milieudoelstellingen van de Vlaamse regering worden niet meer uitgewerkt onder de vorm van de MINA-plannen. Sinds het verstrijken van het MINA-plan 4 zijn er nog geen nieuwe formele doelstellingen vastgelegd voor het thema geluid.

Voor geurhinder geldt een doelstelling van niet meer dan 12 % gehinderden en niet meer dan 4,5 % ernstig gehinderden in 2020.

Verkeer en vervoer blijft belangrijkste bron van geluidshinder

In de vorige SLO-meting (i.c. SLO-3) was het aandeel ernstig tot extreem gehinderden gedaald ten aanzien van de eerste twee SLO-metingen (i.c. SLO-0 en SLO-1), met name van 11 % - 12 % naar 9 %. In de huidige SLO-4-meting zien we opnieuw een toename ten aanzien van voorgaande SLO-3-meting (resp. 12 % t.o.v. 9 %), waardoor het aandeel ernstig tot extreem gehinderden weer op het niveau van SLO-0 tot en met SLO-2 komt te liggen (10 % tot 12 %).

Eenzelfde vaststelling geldt wanneer bijkomend ook het aandeel tamelijk gehinderden in rekening wordt gebracht: na een daling in SLO-3 ten aanzien van de voorgaande SLO-metingen (resp. 24 % t.o.v. 27 % tot 31 %), zien we in huidige SLO-4-meting opnieuw een stijging tot het niveau in eerdere SLO-metingen (i.c. 29 %).

We zien dat het aandeel ernstig tot extreem gehinderden door geluid van verkeer en vervoer
– na twee eerdere dalingen in de SLO-2- en SLO-3-meting (tot resp. 13 % en 10 %) – opnieuw stijgt (naar 14%); de stijging is enkel significant ten aanzien van de SLO-3-meting. Wanneer ook de respondenten die tamelijk gehinderd worden in rekening worden gebracht, blijft het geluid van verkeer en vervoer voor het grootste aandeel gehinderden zorgen. Na een eerdere daling in SLO-1 (van 35 % naar 32 %) was er een stabilisering in SLO-2 (30 %) en een verdere daling in SLO-3 (tot 26 %), Terwijl het aandeel tamelijk tot extreem gehinderden opnieuw stijgt in de SLO-4-meting naar 31 % (significant hoger ten opzichte van SLO-3).

In de SLO-4-meting is het aandeel gehinderden door buren ook significant gestegen, zij het deze keer ten aanzien van alle voorgaande metingen (resp. 6 % t.o.v. 4 % - 5 %). Na een stijging in SLO-1 (van 3 % naar 5 %) van het aandeel respondenten dat ernstig tot extreem gehinderd wordt door het geluid van recreatie en toerisme, en vervolgens een stabilisering in de SLO-2-meting (5 %), blijkt de SLO-4-meting (net zoals de SLO-3-meting) met 4 % gehinderden niet af te wijken van voorgaande metingen. Ook voor wat betreft landbouw en buren blijft het aandeel ernstig tot extreem gehinderden stabiel over de verschillende SLO-metingen heen (resp. 1 % en 5 % - 6 %). Er kon reeds in de SLO-1-meting een toename worden vastgesteld van de geluidshinder afkomstig van buren (van 14 % naar 16 %), om vervolgens stabiel te blijven in de SLO-2-, SLO-3- en SLO-4-meting (16 % - 17 %). 

Hetzelfde gaat op voor de geluidshinder afkomstig van recreatie en toerisme: na een stijging in SLO-1 (van 7 % naar 14 %) blijft het aandeel tamelijk tot extreem gehinderden stabiel in zowel de SLO-2-, SLO-3- als SLO-4-meting (13 % - 14 %). Tot en met SLO-3 was de geluidshinder (tamelijk tot extreem) van bedrijven en industrie enerzijds en landbouw anderzijds sinds het begin van de SLO-metingen onveranderd gebleven (resp. 11 % - 13 % en 3 % - 4 %). In de SLO-4-meting zien we voor beide hoofdcategorieën een significante stijging tot respectievelijk 15 % en 6 %.

Geurhinder van buren blijft het grootst

Na een daling van het aandeel ernstig tot extreem gehinderden in de SLO-1-meting vergeleken met de SLO-0-meting, met name van 7 % naar 5 %, was er in de SLO-2-meting – met 6 % – opnieuw een stabilisering (die tevens niet meer significant afweek van de SLO0-meting). In de SLO-3-meting werd echter opnieuw een daling vastgesteld ten aanzien van zowel de SLO-2-meting als de SLO-0-meting, waarbij het aandeel ernstig tot extreem gehinderden door geur in het algemeen daalde van 7 % in SLO-0 en 6 % in SLO-2 tot 4 % in SLO-3. Deze daling wordt opnieuw ongedaan gemaakt in de SLO-4-meting waarbij we ten aanzien van de SLO-3-meting een significante toename van het aandeel ernstig tot extreem gehinderden door geur vaststellen (nl. van 14 % naar 15 %).

Voor wat betreft het aandeel tamelijk tot extreem gehinderden kon reeds een daling worden vastgesteld in de SLO-1-meting (van 19 % naar 15 %), met vervolgens een stabilisering in de SLO-2-meting (15 %). In de SLO-3-meting zette de daling zich verder, waarbij het aandeel tamelijk tot extreem gehinderden op zijn laagste peil ooit kwam te liggen (13 %). Net zoals voor het aandeel ernstig tot extreem gehinderden het geval was, zien we in de SLO-4-meting voor het aandeel tamelijk tot extreem gehinderden opnieuw een toename ten aanzien van de SLO-3-meting, tot het niveau van SLO-1 en SLO-2. De geur afkomstig van buren blijft – sinds de SLO-1-meting – de belangrijkste hinderbron, met 5 % van de respondenten die aangeven hier ernstig tot extreem door gehinderd te worden. Net als in de meting (i.c. SLO-3: 5%) is dit een significant hoger aandeel dan in de SLO-0-meting (3 %) en bijkomend tevens hoger dan in SLO-1 (4 %). Wanneer ook de respondenten die tamelijk tot extreem gehinderd worden in beschouwing worden genomen, blijven buren de belangrijkste hinderbron van geur. Na een stijging in de SLO-2-meting ten aanzien van de SLO-0- en SLO-1-meting (resp. 13 % t.o.v. 10 % en 11 %), zien we in de SLO-4-meting opnieuw een stijging ten aanzien van voorgaande SLO-3-meting (resp. 14 % t.o.v. 12 %).

Lichtvervuiling status quo in de periode 2001-2018

Sinds het begin van de SLO-metingen is het aandeel ernstig tot extreem gehinderden door licht in het algemeen stabiel gebleven op 1 % à 2 %. Wanneer ook de tamelijk gehinderden in rekening worden gebracht, blijkt het huidige aandeel van 7 % significant af te wijken van het aandeel in vorige metingen. Ook in SLO-2 kon een kleine stijging ten aanzien van SLO-1 worden vastgesteld, van 4 % naar 5 %.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid