Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Geluids-, Geur- & Lichthinder / Geluidsblootstelling aan wegverkeer

Percentage van de bevolking blootgesteld aan wegverkeergeluid

Het wegverkeer is de belangrijkste bron van geluidshinder. De blootstelling van de bevolking aan hoge geluidsdrukniveaus wordt opgevolgd aan de hand van verschillende indicatoren die het geluidsdrukniveau ter hoogte van de gevel van woningen weergeven:

  • de gemeten indicator LAeq, dag, week, steekproef >65dB(A);
  • de berekende indicator LAeq, dag, geluidskaart >65dB(A) die de blootstelling overdag weergeeft;
  • de berekende indicator Lden, geluidskaart >65dB(A) die rekening houdt met de behoefte aan rust ’s nachts (Europese standaard);
  • de berekende indicator Lden, geluidskaart END >65dB(A) gebaseerd op de geluidskaarten gerapporteerd in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai.

De berekende indicatoren zijn bepaald op basis van geluidskaarten die opgemaakt werden voor MIRA. De Europese Richtlijn Omgevingslawaai vanaf de tweede implementatiefase (vanaf referentiejaar 2011) vereist ook de opmaak van geluidskaarten voor agglomeraties van meer dan 100.000 inwoners, wegen met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar, spoorwegen met meer dan 30.000 treinpassages per jaar, en luchthavens met meer dan 50.000 vliegbewegingen per jaar. Op basis hiervan kan ook een percentage van de bevolking bepaald worden. Het voornaamste verschil tussen de berekening van de Europese geluidskaarten ten opzichte van de geluidskaarten berekend voor MIRA is de beperking van het berekende oppervlak tot de plaatsen met de grootste hinderbronnen en het meenemen van het dempingseffect van bebouwing gelegen in de buurt van de bron.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

Doelstellingen

Het departement Omgeving citeert voor de opvolging van de doelstellingen van het MINA-plan 4 twee doelstellingen: ‘het aantal ernstig gehinderden door verkeerslawaai vermindert’ en ‘de akoestische kwaliteit in stedelijk gebied verbetert’. De zichtperiode voor het MINA-plan 4 (2011-2015) is verstreken. De milieudoelstellingen van de Vlaamse regering worden niet langer uitgewerkt onder de vorm van de MINA-plannen. Sinds het verstrijken van het MINA-plan 4 er zijn er nog geen nieuwe formele doelstellingen vastgelegd voor het thema geluidshinder.

Gemeten geluidsdrukniveau (LAeq, dag, week, steekproef >65 dB(A))

Tussen 1996 en 2001 is het geluidsdrukniveau van de gemeten indicator significant gestegen (zie grafiek: groene punten). Deze stijging stagneert in de periode 2001-2009. De doelstelling blijkt hierdoor niet gehaald. Deze gemeten indicator houdt rekening met veranderingen in het wagenpark (aandeel diesel, benzine, elektrisch, vrachtwagens) en het soort van wegen. De kwaliteit van de wegen (veroudering bv.) en veranderingen in bewoning zoals verhuizen naar rustiger zones hebben geen invloed op deze indicator.

Berekend geluidsdrukniveau overdag (LAeq, dag geluidskaart >65 dB(A))

Tussen 1996 en 2001 is de berekende indicator die de geluidsdruk overdag weergeeft (LAeq, dag) gestegen door stijgende verkeersdruk. Deze stijging is echter minder groot dan de stijging van het gemeten geluidsdrukniveau. Na 2000 is de gevelbelasting overdag vrij constant gebleven. De trendbreuk in 2005 is het gevolg van wijzigingen in het verkeersmodel dat door het Verkeerscentrum Vlaanderen gebruikt wordt om de verkeerssamenstelling, -intensiteit en -snelheid te berekenen. Over de jaren is het model verschillende malen aangepast en verfijnd, onder andere ook door meer kleinere wegen (zgn. lagere orde wegen) in rekening te brengen. Het effect van geluidschermen op de geluidsverspreiding naar de omgeving wordt in rekening gebracht, maar de afscherming door gebouwen niet. De laatste methodewijziging heeft een invloed op de verandering van de berekende indicator tussen 2007 en 2012. Door de hiervoor vermelde aanpassingen in de methodologie kunnen de cijfers tussen 2004 en 2005 en de cijfers tussen 2007 en 2012-2015 niet rechtstreeks met elkaar vergeleken worden. In Dekoninck et al., 2014 en Dekoninck et al., 2016 werden indicatorwaarden berekend die noch vergelijkbaar zijn met 2007 noch met de nieuw berekende waarden voor de periode 2012-2015 en die voor 2016-2017.

Het percentage van de bevolking blootgesteld aan Ldag>65 dB(A) aan de gevel bedraagt 31,5 % in 2015 op basis van de bevolking volgens de CENSUS 2011 waarbij geen rekening wordt gehouden met de aard van het adrespunt (woningen of bedrijf). Na aanpassing van de bevolkingsdichtheid aan de toestand van 2016, waarbij wel rekening gehouden wordt met de functie van het gebouw, daalt het percentage van de bevolking blootgesteld aan Ldag>65 dB(A) aan de gevel naar 24,1 %. Deze waarde zakt onder de resultaten van de steekproefmeting uitgevoerd in 2009. Er is een lichte stijging naar 24,3  % vast te stellen tussen 2016 en 2017 als gevolg van de stijgende verkeersvolumes.

Berekend geluidsdrukniveau gedurende de hele dag (Lden, geluidskaart > 65 dB(A))

Lden houdt eveneens rekening met de geluidsblootstelling tijdens de avond en de nacht, en bestraft die met 5 respectievelijk 10 dB(A) om de nachtrust te garanderen. De indicator ligt lager dan LAeq, dag, omdat in overeenstemming met de Europese Richtlijn Omgevingslawaai de reflectie van het geluid op de gevel verwaarloosd wordt. Sinds 2001 stijgt deze indicator sterker dan de blootstelling overdag. Dit lijkt erop te wijzen dat verkeer naar de nachturen verschuift en/of dat overdag de gemiddelde rijsnelheid zou dalen, maar er is een gedetailleerde analyse nodig om dit te bevestigen.

Een geografische detailanalyse geeft meer inzicht in de locaties waar de groei in blootstelling aan verkeersgeluid tussen 2012 en 2015 plaatsvindt. In de centra van de grote steden, Antwerpen, Gent, Brugge, ... is de toename van de blootstelling zeer beperkt tot onbestaand. Langs de snelwegen is de toename beperkt, maar algemeen aanwezig. In de overige gebieden is de groei in blootstelling versnipperd, maar gemiddeld lijkt die groei iets lager in de Vlaamse ruit.

Het aantal personen blootgesteld aan Lden > 65 dB(A), zonder gevelreflectie, vertoont een gelijkaardige verschuiving na de aangepaste bevolkingsdichtheid: het aantal daalt van 23,3 % in 2015 naar 16,9 % in 2016. Er is een lichte stijging vast te stellen tussen 2016 en 2017 als gevolg van de stijgende verkeersvolumes, naar 17,1 %.

Berekend geluidsdrukniveau in de buurt van drukke wegen (Lden, geluidskaart END >65 dB(A))

Op basis van de niet-gebiedsdekkende geluidskaarten berekend in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai kan ook het percentage van de bevolking bepaald worden blootgesteld aan geluidsdrukniveaus hoger dan 65 dB(A). Omdat hierbij enkel de drukste wegen en de grote agglomeraties (Gent, Antwerpen, Brugge) worden meegerekend, is dit percentage kleiner dan de andere berekende waarden. Het aantal blootgestelden aan Lden niveaus hoger dan 65 dB(A) bedraagt 428.500 inwoners in de drie agglomeraties (bron: https://www.lne.be/milieuhinder). De berekeningsmethodes zijn moeilijk te vergelijken, doordat het al dan niet opnemen van de wegen in de EU-richtlijn sterk afhankelijk is van de verkeersintensiteit op de drukkere wegen. Het verschil tussen de twee methodes geeft ook weer dat de blootstelling van de bevolking aan geluid van wegverkeer op minder drukke wegen een significant aandeel vormt van de totale blootstelling. Dit is het gevolg van de korte afstand tussen de bewoning en deze lagere orde wegen met hoge blootstellingsniveaus als gevolg.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid