Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Bodem / Verontreinigde gronden per saneringsfase

Verontreinigde gronden per saneringsfase

De bodem wordt door allerlei menselijke invloeden verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen, organische stoffen en pesticiden. Bodemsanering neemt bodemverontreiniging weg tot onder de bodemkwaliteitsnormen. Via een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) wordt nagegaan of sanering nodig is. Indien dit het geval is, wordt een bodemsaneringsproject (BSP) opgesteld en conform verklaard, en kunnen saneringswerken (BSW) starten. In beperkte gevallen is opvolging nodig onder de vorm van nazorg. Deze indicator toont het aantal verontreinigde gronden per saneringsfase.

 

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: februari 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Bijna helft van Vlaamse risicogronden onderzocht

In 2017 waren 45 % van de geraamde BSP’s conform verklaard (BSP conform). Tegen 2036 zou dit aandeel 100 % moeten bedragen.

In Vlaanderen zijn naar schatting 85 000 risicogronden, gronden waar activiteiten werden of worden uitgevoerd die mogelijk bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Eind 2017 heeft de OVAM voor 39 965 risicogronden (47 % van 85 000) een oriënterende bodemonderzoeken (OBO) verwerkt. Voor ruim een derde van deze onderzochte gronden moet een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) uitgevoerd worden. Een BBO onderzoekt de omvang en de risico’s van de bodemverontreiniging en bepaalt de saneringsnoodzaak. In de periode 1997-2017 werden in totaal 5 258 BSP’s ingediend en conform verklaard.

Saneringswerken voor een kwart afgerond 

Eind 2017 zijn er 3 702 bodemsaneringswerken afgerond (BSW afgerond). Dit is bijna een derde (30 %) van het geschatte aantal noodzakelijke bodemsaneringsprojecten (BSP nodig). In vergelijking met 2005 is het aantal afgeronde bodemsaneringswerken aanzienlijk toegenomen. Hoe langer het Bodemdecreet in werking is, hoe meer saneringen er opgestart en afgerond worden. Daarnaast zit men ook met een zekere vertraging: eerst moet de onderzoeksfase afgerond zijn vooraleer men kan starten met de sanering, die vervolgens vaak ook meerdere jaren duurt.

Die oppervlakte van de reeds gesaneerde en nog te saneren gronden in Vlaanderen bedroeg 85 km² (0.63 % van Vlaanderen) en 120 km² (0,89 % van Vlaanderen) in 2017. Deze cijfers zijn ramingen gebaseerd op de oppervlakte waarvoor een bodemsaneringsproject nodig is gebleken (BSP nodig).

Aantal bodemsaneringsprojecten vlakt af

Het aantal (ingediende) bodemsaneringsprojecten (BSP) is sinds 2008 aan het afvlakken. Dit is te verklaren door uitgestelde milieu-investeringen ten gevolge van de economische crisis en een verminderde doorstroom van onderzochte gronden (fase OBO) naar verder te onderzoeken (BBO) en te saneren gronden. Ook de afname van het aantal uitgevoerde OBO’s en het feit dat de meest ernstige gevallen van bodemverontreiniging in de beginperiode van het Bodemdecreet zijn aangepakt, liggen aan de basis van de afvlakking. Bovendien is het bewustzijn om de bodem te beschermen in de 20 jaar dat het Bodemdecreet in werking is, gegroeid. Dit resulteert in een meer risico gebaseerde aanpak, en bepaalde nieuwe verontreinigingen worden opgevangen via de schadegevallen procedure (en dus minder via het klassieke traject BBO-BSP).

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid