Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Bodem / Potentiële bodemerosie

Potentiële bodemerosie

Deze indicator begroot de potentiële hoeveelheid geërodeerd bodemmateriaal dat verplaatst wordt door water zonder rekening te houden met het huidig landgebruik en de specifieke weersomstandigheden. Bodemdeeltjes (of ‘sediment’) worden door de impact van regendruppels en afstromend water losgemaakt en getransporteerd. Dit kan laagsgewijs over een grote oppervlakte optreden, of geconcentreerd in geulen of ravijnen. Factoren die een rol spelen bij bodemerosie zijn de  hoeveelheid  en intensiteit van de invallende neerslag, het reliëf, de bodemsoort (o.a. textuur) en de vegetatie (gewasbedekking).

Erosie van bodemdeeltjes door wind, bodembewerking en rooien van gewassen leidt ook tot bodemverlies. Bodemerosie door water heeft in Vlaanderen de meest opvallende negatieve gevolgen voor mens en natuur:

  • De vruchtbare toplaag van de bodem neemt af en    zorgt op langere termijn voor dalende gewasopbrengsten en een vermindering van    het bufferend en filterend vermogen van de bodem. 
  • Intense bodemerosie kan bij zware regenbuien    (voornamelijk in het voorjaar en de zomer) zorgen voor lokale modderoverlast. Als    gevolg van klimaatverandering neemt de    frequentie van die buien toe. 
  • Vlaamse waterlopen en wachtbekkens krijgen hoge    sedimentlasten te verwerken. Hierdoor slibben die aan een hoog tempo dicht, waardoor    het risico op overstromingen toeneemt. Door de adsorptie van fosfaat aan bodemdeeltjes komt het via erosie ook terecht in de waterlopen (zie indicator Fosfaat in oppervlaktewater van landbouwgebied).    · 
  • De    afzetting van nutriëntenrijk sediment in valleigebieden vermindert de (natuur)kwaliteit    van die gebieden.

            

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: augustus 2016
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Vooral risico bodemerosie in zuiden van Vlaanderen

De potentiële bodemerosiekaart (zie figuur) geeft aan de hand van een klasse-indeling een schatting van de gemiddelde jaarlijkse bodemerosie in 2016. Er wordt rekening gehouden met het bodemtype, de hellingslengte en de hellingsgraad. Parameters zoals het huidig landgebruik (grasland of akkerland), weersomstandigheden, aanwezigheid van groenbedekkers,… zijn niet in begrepen in de berekening. 

Erosie is vooral een probleem is in het zuidelijke deel van Vlaanderen. De heuvelachtige streek met leem- en zandleembodems is veel gevoeliger voor bodemerosie dan de zandbodems in het vlakkere noorden van Vlaanderen. De grootste risico’s (hoog tot zeer hoog risico) op bodemerosie situeren zich hoofdzakelijk in Haspengouw, het Hageland, het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen.

Jaarlijks wordt in Vlaanderen ongeveer twee miljoen ton bodemmateriaal door water geërodeerd. Ongeveer 20 % of 0,4 miljoen ton hiervan komt terecht in de waterlopen. Deze ramingen stoelen op modelberekeningen die rekening houden met de neerslag, het bodemtype en het reliëf in Vlaanderen. 

De potentiële erosiegevoeligheidskaart vormt in combinatie met het gewastype een belangrijke beslissingsbasis van het Vlaams erosiebeleid. Landbouwers die van inkomenssteun genieten, zijn verplicht om erosiemaatregelen te nemen op percelen met zeer hoge en hoge erosiegevoeligheid (zie indicator Gewaserosiegevoeligheid). Naast verplichte maatregelen is er ook stimulerend beleid. Zo krijgen gemeenten subsidies voor het opstellen van een erosiebestrijdingsplan/aanstellen van een erosiecoördinator en krijgen landbouwers vergoedingen voor het aangaan van vrijwillige beheerovereenkomsten erosiebestrijding (aanleg en onderhoud erosiegrasstrook, strategisch grasland of erosiedam) met het Vlaamse Gewest. 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid