Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Bodem / Bebouwde oppervlakte

Bebouwde oppervlakte

Vlaanderen is een regio met een hoge bebouwingsgraad. Het bouwen van woningen, wegen, openbare gebouwen, bedrijven en andere constructies sluit bodems af waardoor natuurlijke bodemfuncties zoals infiltratie en waterberging bemoeilijkt worden. Daarnaast zorgt bebouwing van het buitengebied voor een sterke druk op de open ruimte (zoals landbouw, bos, duinen,…) in Vlaanderen. 

Deze indicator beschrijft het percentage aan bebouwde oppervlakte in Vlaanderen aan de hand van de informatie over bebouwde kadastrale percelen. Daarom omvat de indicator ook de niet-bebouwde delen (tuin, park, berm, bos,…) van een bebouwd perceel. Omwille van verschillen in berekeningswijze en nuances in definitie mag deze indicator niet vergeleken worden met verwante indicatoren zoals verharding, verstening of bodemafdichting.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: september 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Ruim 28 % Vlaanderen bebouwd, oppervlakte neemt toe

Op 1 januari 2018 is ruim een kwart (28,3 % of 3 855 km²) van de oppervlakte in Vlaanderen bebouwd. Dit is een toename van het percentage bebouwde percelen met bijna 30 % ten opzichte van 1990.

Het zijn vooral woongebieden en bedrijventerreinen (nijverheid, handel en overheid) die deze toename verklaren. In de periode 1990-2018 zijn de oppervlaktes voor woongebied, terreinen voor nijverheid en terreinen voor handel en overheid gestegen met respectievelijk 52, 46 en 23 %.

Grote druk door wonen en transportinfrastructuur

In 2018 maken woongebieden 44 % uit van de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen. Voor terreinen voor vervoer en communicatie (o.a. openbare wegen, spoorwegen, luchthavens) is dit 30 %. Voor wonen zien we een snellere stijging in het oppervlak voor wonen dan in het aantal huishoudens in Vlaanderen. Daarnaast zien we ook dat de groei vaak het grootst is in minder bebouwde gemeenten, verder weg van de steden (zie ook indicator ruimtegebruik voor wonen). Dit zorgt voor een sterke druk op de open ruimte en een verdere versnippering in Vlaanderen. 

Een recente studie in opdracht van het Departement Omgeving becijferde dat een gebouw in een verspreide bebouwing voor 4,5 keer meer verharding (en dus verlies van open ruimte) zorgt dan een gebouw in een stadskern. Er is tien keer meer infrastructuur voor nodig. Ook de maatschappelijke kost van mobiliteit per huishouden is dubbel zo groot. Mensen die verder van de stadsrand wonen gebruiken immers vaker en over een langere afstand de auto.

Klimaat als ruimtelijke uitdaging

Versnippering en verspreide (lint)bebouwing in Vlaanderen zijn niet enkel nadelig voor natuurfuncties (o.a. verlies aan biodiversiteit en ecologische verbinding) en land- en bosbouwfuncties. Ook de klimaatverandering zal bijkomende uitdagingen zoals neerslagextremen, overstromingen  en hittegevolgen met zich meebrengen. Deze nieuwe ruimte-behoevende functies (overstromings- en infiltratiegebieden,  windmolenparken, voedselbossen,…) halen eveneens voordeel uit relatief grote aangesloten gebieden.

Nieuw beleidsplan Ruimte in opmaak

Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), moet een beter antwoord bieden op maatschappelijke veranderingen zoals klimaatverandering. De druk op de open ruimte verminderen is één van de krachtlijnen van het BRV. Tegen 2025 wil men de inname van open ruimte terugdringen van 6 naar 3 hectare per dag, tegen 2040 zou dit 0 hectare per dag zijn.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid