Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Afval & Materialen / Huishoudelijk restafval

Hoeveelheid huishoudelijk restafval

Deze indicator omvat het niet-selectief ingezamelde deel van het huishoudelijk afval en bestaat uit het huis-aan-huis ingezamelde huisvuil, het grofvuil dat huis-aan-huis en op het containerpark wordt ingezameld, en het afval van straatvuilbakjes, sluikstorten en veegvuil.

De indicator omvat ook het vergelijkbaar bedrijfsafval dat samen met het afval van huishoudens door of in opdracht van de gemeenten ingezameld wordt. Vergelijkbaar bedrijfsafval is bedrijfsafval dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afval naar aard, samenstelling en hoeveelheid. Dit wordt ofwel ingezameld door de gemeenten, samen met het huishoudelijk afval, ofwel door privaatrechtelijke inzamelaars. Voor deze indicator is enkel het vergelijkbaar bedrijfsafval ingezameld door de gemeenten mee opgenomen.

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: februari 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Hoeveelheid huishoudelijk restafval blijft dalen

In 2017 werd 145,7 kg huishoudelijk restafval per inwoner ingezameld, 4,3 kg minder dan het jaar voordien. 80 % daarvan was huisvuil, 15 % grofvuil en de overige 5 % afval van straatvuilbakjes, sluikstorten en veegvuil. Tussen 1995 en 2003 verminderde de hoeveelheid restafval met de helft dankzij een toename van de selectieve inzamelgraad. Sindsdien zwakte de daling sterk af. Tussen 2013 en 2017 daalde de hoeveelheid restafval per inwoner met 8 % (figuur 1).

De grootste daling in die periode werd gerealiseerd voor het grofvuil. In 2017 werd bijna een derde minder grofvuil ingezameld dan in 2013, met de sterkste afname in 2014 en 2015. Dit komt vermoedelijk doordat de inzameling van grofvuil sinds 1 juli 2013 wettelijk gezien overal betalend moet zijn. Op die manier worden particulieren aangemoedigd om recycleerbare fracties apart aan te bieden en herbruikbare goederen naar een kringloopcentrum te brengen. Uit een sorteeranalyse van het aan huis ingezamelde grofvuil in 2011 bleek immers dat, volgens de criteria van het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen 2008-2016, 37 % van het geanalyseerde afval mogelijk geschikt was voor materiaalrecuperatie.

Toch is er nog heel wat ruimte voor verbetering

De hoeveelheid huisvuil per inwoner daalde veel minder sterk dan de hoeveelheid grofvuil (-3 % versus -29 % tussen 2013 en 2017). Nochtans zit er in de Vlaamse huisvuilzak- en container nog heel wat afval dat selectief zou kunnen ingezameld worden. Een sorteeranalyse in 2013-2014  toonde dat ruim de helft van het huisvuil bestond uit recycleerbaar of composteerbaar afval: 44,5 % was afval waarvoor er in elke gemeente selectieve inzamelmogelijkheden bestaan of dat thuis kan gecomposteerd worden, 10,5 % was recycleerbaar afval dat niet overal selectief wordt ingezameld. De grootste fracties waren recycleerbaar verpakkingsafval (15 %),  composteerbaar organisch keukenafval (9 %), tuinafval (6 %) en recycleerbaar papier- en kartonafval (exclusief verpakkingen; ruim 4 %).

Uit de sorteeranalyse blijkt ook dat 15,4 % van het huisvuil bestaat uit voedselafval (composteerbaar en niet-composteerbaar). 8,6 % (9,5 kg per inwoner) is niet te vermijden afval zoals koffiedrab, schillen van aardappelen, pitten, beenderen, enz. De overige 6,7 % (7,4 kg per inwoner) is voedselverlies dat kan vermeden worden. Bijna driekwart van deze vermijdbare fractie bestaat uit brood en banket, groenten en fruit.

Grote verschillen tussen gemeenten

In 2017 varieerde de hoeveelheid restafval per gemeente van 67 tot 315 kg per inwoner, met een mediaan van 130 kg per inwoner (figuur 2). Driekwart  van de 308 gemeenten haalde minder dan 150 kg restafval per inwoner op, 5 % zamelde meer dan 180 kg per inwoner in.

In het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2016-2022, zijn doelstellingen opgenomen voor de hoeveelheid restafval tegen 2022 op niveau van gemeenten. De 308 Vlaamse gemeenten werden ingedeeld in 11 clusters van gemeenten met een gelijkaardig sociaaleconomisch profiel. Elke cluster heeft een doelstelling op maat. Zo krijgen kustgemeenten een minder strenge doelstelling omdat ze omwille van toerisme meer restafval produceren dan bijvoorbeeld landelijke gemeenten. 175 gemeenten zamelden in 2016 een hoeveelheid restafval in die lager is dan de doelstelling voor de cluster waartoe ze behoren. Deze gemeenten hebben hun restafvalcijfer van 2016 als doel: de ingezamelde hoeveelheid restafval moet de volgende jaren gelijk blijven of verder dalen.

In 2017 waren er 155 gemeenten die hun doelstelling haalden. In 42 van de 175 gemeenten die in 2016 hun doelstelling haalden, steeg de hoeveelheid restafval waardoor ze net boven hun doelstelling kwamen. Van de 133 gemeenten die in 2016 hun doelstelling niet haalden, zijn er nu 22 waarvan de hoeveelheid restafval voldoende gedaald is om de doelstelling te realiseren.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid