Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Afval & Materialen / Gestort afval

Hoeveelheid gestort afval

In een circulaire economie worden materialen zo lang en zo hoogwaardig mogelijk in een kringloop gehouden. Storten van afval moet dus zoveel mogelijk worden beperkt. Deze indicator toont hoeveel primair en secundair afval er wordt gestort op Vlaamse stortplaatsen. Primair afval omvat het afval geproduceerd door de huishoudens en de bedrijven, exclusief het afval van de afvalverwerkende sector. Bij de verwerking van primair afval ontstaat secundair bedrijfsafval. Het gaat onder meer om afval dat sorteerinstallaties verlaat, de restfracties van recyclageprocessen en de bodemassen en vliegassen van verbrandingsinstallaties.

Evaluatie: Icon onvoldoende informatie
Laatst bijgewerkt: april 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Hoeveel niet-brandbaar gestort afval gestegen

In 2017 werd 2,1 miljoen ton afval gestort (figuur 1). Dat is 11 % van de totale hoeveelheid primair afval die in Vlaanderen ontstaat (zie Hoeveelheid huishoudelijk afval en Hoeveelheid bedrijfsafval). De niet-brandbare stromen die werden gestort kwamen terecht op monostortplaatsen (54 % van het gestort afval) en openbare stortplaatsen (39 %). Monostortplaatsen zijn stortplaatsen voor specifieke homogene afvalstromen die in grote hoeveelheden ontstaan. Het brandbaar afval (7 %) werd afgevoerd naar openbare stortplaatsen.

Tussen 2013 en 2016 daalde de hoeveelheid gestort afval met 25 %. In 2017 daarentegen werd 42 % méér gestort dan het jaar voordien. Deze stijging is volledig toe te schrijven aan het niet-brandbaar afval. Meer specifiek was er een aanzienlijke toename van de aanvoer van baggerspecie (eind 2016 werd een nieuwe monostortplaats voor baggerspecie in gebruik genoemen). Ook de aanvoer van niet-brandbaar afval op openbare stortplaatsen steeg licht in 2017 (+8 %). Niet-brandbare fracties die afgevoerd worden naar openbare stortplaatsen zijn onder andere niet-reinigbare grond (16 % in 2017) en asbesthoudend afval (13 %). Deze twee stromen zijn een gevolg van de beleidsdoelstellingen om meer verontreinigde terreinen te saneren en om asbestcement actief te verwijderen. Andere belangrijke stromen zijn gevaarlijk gesolidificeerd afval (26 %), bodem- en vliegassen (20 %) en niet-brandbare recyclageresidu's (9 %). Huishoudelijk restafval was goed voor 2 % van het niet-brandbaar afval op openbare stortplaatsen.

Nog maar 7 % van gestort afval is brandbaar

De gestorte hoeveelheid brandbaar afval nam tussen 2006 en 2017 met 85 % af (figuur 2). In 2017 was nog maar 7 % van het afval dat op stortplaatsen terecht kwam brandbaar. Dit is onder meer het gevolg van de aanpassing van de heffingen op storten en verbranden op 1 januari 2007. In 2015 en 2016 was er wel een aanzienlijke stijging in de aanvoer. Deze was nagenoeg volledig toe te schrijven aan een toename van de hoeveelheid shredderafval, voornamelijk afkomstig van de sanering van één bedrijf. Shredderafval is de grootste fractie brandbaar afval die wordt gestort (47 % in 2017), gevolgd door recyclageresidu's (40 %) en ander niet-gevaarlijk niet-gesolidificeerd afval (12 %).

Oude stortplaatsen als bron van materialen?

Verschillende bedrijven en universiteiten doen onderzoek naar 'Landfill mining': het opgraven van oude storten om de waardevolle materialen te valoriseren. Deze projecten bieden de mogelijkheid om naast de materialen ook de ingenomen oppervlakte opnieuw in gebruik te nemen.

Sinds de startnota duurzaam voorraadbeheer in 2015 door de Vlaamse regering werd goedgekeurd, lopen er in Vlaanderen diverse initiatieven hierrond. In proefprojecten in Hasselt, Evergem en Zuienkerke werd de efficiëntie van een aantal scheidingstechnieken getest. Een voormalige kleiput in Turnhout, later gebruikt als lokale stortplaats, is gesaneerd en ontwikkeld als woongebied. Dit zijn voorbeelden van effectieve ontgravingen.

Vandaag is dit nog een druppel op een hete plaat. Bij OVAM zijn 3 300 voormalige stortplaatsen bekend in Vlaanderen. Samen vormen zij 167 km2 ongebruikt terrein. Hoewel vandaag de dag een ontginning zelden gebaseerd zal zijn op de materiaalwaarde van de stortplaats, biedt het hergebruik van deze verwaarloosde ruimte een enorm potentieel.

Na het catalogeren van de verschillende stortplaatsen gebeurt een eerste fase van mining:  datamining. De datamining bestaat uit een rangschikking van de stortplaatsen volgens hun potentieel voor landfill mining. Deze potentieelinschatting werd vertaald in het FLAMINCO-model. OVAM werkt momenteel aan een update van deze beslissingsondersteunende toepassing tegen midden 2020.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid