Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Afval & Materialen / Bestemming huishoudelijk afval

Bestemming van huishoudelijk afval

Het Materialendecreet stelt een duidelijke hiërarchie voorop voor de omgang met materialen en afvalstoffen:

  1. De eerste prioriteit is om materiaalgebruik zoveel mogelijk te vermijden: preventie. Dit kan bijvoorbeeld door producten te vervangen door diensten, door productgebruik te intensiveren via multifunctionele producten of door producten te delen, en door minder materialen te gebruiken voor de fabricage het product zelf.
  2. Producten of onderdelen van producten moeten zoveel mogelijk worden hergebruikt, voor dezelfde of voor een andere functie.
  3. Wanneer hergebruik niet (meer) mogelijk is, moeten materialen uit afgedankte producten worden gerecycleerd.
  4. Wanneer recyclage niet mogelijk is, moet de afvalstof nuttig worden toegepast. In de praktijk komt dit vaak neer op energieterugwinning.
  5. Verwijdering via verbranding zonder energieterugwinning of storten zijn de minst wenselijke opties.

 De indicator toont wat de bestemming is van het huishoudelijk afval, inclusief vergelijkbaar bedrijfsafval dat ingezameld wordt door gemeenten. Daarnaast wordt getoond hoeveel goederen verkocht worden door kringloopcentra voor hergebruik.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: april 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Twee derde van huishoudelijk afval gaat naar materiaalrecuperatie               

In 2016 werd 69,0 % van het huishoudelijk afval selectief ingezameld. 95 % hiervan ging naar een inrichting voor materiaalrecuperatie: 64,7 % naar recyclage, 30,3 % naar compostering of vergisting. Daarnaast werd 3,2 % van het selectief ingezameld afval verbrand met energieterugwinning, 1,4 % werd gestort, minder dan 0,1 % ging naar een installatie voor mechanisch-biologische voorbehandeling en 0,4 % - het KGA – kreeg nog een andere voorbehandeling voor het werd gerecycleerd, gestort of verbrand. Bij storten ging het voornamelijk om asbesthoudend bouw- en sloopafval of bouw- en sloopafval waarvoor, door de samenstelling of verontreinigingsgraad, geen recyclagemogelijkheid voorhanden was. In 2016 werd 31 kton bouw- en sloopafval gestort, dat is minder dan een tiende van de totale hoeveelheid bouw- en sloopafval die wordt ingezameld op containerparken. Naast bouw- en sloopafval werd ook een zeer beperkte hoeveelheid  verontreinigd houtafval gestort. Bij verbranden ging het voornamelijk om (verontreinigd) houtafval: 65 kton, dat is bijna 40 % van het totale aanbod houtafval op containerparken, werd verbrand. Sinds enkele jaren wordt houtafval automatisch als verontreinigd aangeduid wanneer containerparken maar één container voor houtafval hebben. Het MIP-project OPT-I-SORT onderzoekt hoe technisch-economisch de meest optimale inzameling en sortering van post-consumer houtafval van huishoudens en bedrijven kan worden gerealiseerd met het oog op recyclage.

Van het huishoudelijk restafval ging 92,5 % naar verbranding met energieterugwinning, 6,1 % ging naar een mechanisch-biologische scheidingsinstallatie waar inerte materialen en metalen gescheiden worden van het restafval en ongeveer 1,2 % – voornamelijk niet-brandbaar grofvuil –  werd gestort. Een heel kleine fractie (0,3 %) ging naar recyclage (bv. recycleerbaar materiaal van sluikstorten) of werd gecomposteerd (bv. opgeveegde bladeren).

 Omgerekend betekent dit dat 65,6 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval naar een inrichting voor materiaalrecuperatie ging: 44,7 % ging naar recyclage, 20,9 % naar compostering of vergisting (figuur 1). 30,9 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval werd verbrand met energierecuperatie. Bijna 93 % hiervan was restafval. De overige 7 % was selectief ingezameld afval, voornamelijk verontreinigd houtafval (zie hoger). 1,0 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval werd gestort. 73 % hiervan was selectief ingezameld afval (asbesthoudend bouw- en sloopafval of bouw- en sloopafval waarvoor, door de samenstelling of verontreinigingsgraad, geen recyclagemogelijkheid voorhanden was, zie hoger). De overige 23 % van het gestorte huishoudelijk afval was restafval, voornamelijk niet-brandbaar grofvuil. Verder ging 1,9 % van het huishoudelijk afval naar een mechanisch-biologische scheidingsinstallatie en 0,3 % – het KGA – kreeg nog een andere voorbehandeling voor het werd gerecycleerd, gestort of verbrand.

Wanneer de gekende recyclageverliezen voor een aantal afvalstromen en de recyclagewinst van mechanisch-biologische scheiding in rekening gebracht worden, ligt het recyclagepercentage lichtjes lager (65,0 %).

… maar er is nog heel wat ruimte voor verbetering

Hoewel twee derde van het huishoudelijk afval naar een inrichting voor materiaalrecuperatie gaat, tonen sorteeranalyses duidelijk aan dat er nog ruimte is voor verbetering. Uit een sorteeranalyse van het aan huis ingezamelde grofvuil in 2011 bleek dat 37 % van dit afval volgens het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen mogelijk nog geschikt was voor materiaalrecuperatie. Sinds 1 juli 2013 moet de inzameling van grofvuil wettelijk gezien overal betalend zijn. Zo worden particulieren aangemoedigd om recycleerbare fracties apart aan te bieden en herbruikbare goederen naar een kringloopcentrum te brengen. In 2014 daalde de hoeveelheid grofvuil alvast met 2,7 kg per inwoner als gevolg van deze maatregel, in 2015 zelfs met 4,8 kg per inwoner.

 Ook het huisvuil kan nog beter worden gesorteerd. Een sorteeranalyse van de Vlaamse huisvuilzak en -container in de periode 2013-2014 toonde dat ruim de helft van het huisvuil bestond uit recycleerbaar of composteerbaar afval: 44,5 % was afval waarvoor er in elke gemeente selectieve inzamelmogelijkheden bestaan of dat thuis kan gecomposteerd worden, 10,5 % was recycleerbaar afval dat niet overal selectief wordt ingezameld. Bij de laatste fractie ging het om gemengd kunststofafval, de eerste fractie bevatte een aanzienlijk aandeel recycleerbaar verpakkingsafval (11,4 %)  en composteerbaar keuken- en tuinafval (14,9 %).

Hergebruik blijft stabiel

Hergebruik van goederen is een vorm van materiaalrecuperatie die zorgt voor een groter waardebehoud van materialen dan recyclage en compostering. In 2016 zamelden de erkende kringloopcentra 11,4 kg goederen per inwoner in. 5,0 kg hiervan werd verkocht voor hergebruik, eventueel na controle, herstel of opfrissing. Dit is evenveel als het jaar voordien. Op basis van gewicht maken afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA) een kwart uit van de ingezamelde goederen, maar slechts 11 % van deze instroom is herbruikbaar en verkoopbaar na herstel en revisie. Het geringe percentage hergebruik van AEEA is o.a. te wijten aan slechte kwaliteit, ontbreken van onderdelen en een tekort aan gekwalificeerd personeel. Voor meubelen, goed voor 29 % van het ingezamelde gewicht, is het percentage hergebruik het hoogst (66 %). Het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval stelt 7 kg hergebruik per inwoner als doel tegen 2022.

Naast kringloopcentra is er een gevarieerd aanbod aan herstelmogelijkheden in de private commerciële sector, en worden ‘Doe het zelf’ of ‘Upcycling’ cursussen aangeboden door commerciële en non-profitorganisaties, lokale verenigingen en lokale besturen.

 

 

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid