Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Aantasting ozonlaag / Ozonafbrekende stoffen

Emissie van ozonafbrekende stoffen

De uitstoot van ozonafbrekende stoffen veroorzaakt aantasting van de ozonlaag. De belangrijkste oorzaken zijn chloor- en broomhoudende verbindingen zoals chloorfluorkoolstoffen (CFK’s), chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK’s), halonen, methylbromide (CH3Br) en tetrachloorkoolstof (CCl4). Deze worden in verschillende toepassingen gebruikt. De emissie wordt uitgedrukt in CFK-11-equivalenten. 

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

Emissie neemt verder af

Tussen 1999 en 2017 daalde de totale emissie van ozonafbrekende stoffen in Vlaanderen met 88 % van 709 ton CFK-11-eq tot 83 ton CFK-11-equivalent (eq). Tussen 2008 en 2009 daalde de emissie zeer sterk (met meer dan 52 %) door het verdwijnen van CFK-11 als blaasmiddel in huishoudelijke koelkasten en diepvriezers.

Uitgedrukt in ton CFK-11-eq nemen in 2017 CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen) nog steeds het grootste aandeel in (71 %), gevolgd door halonen (16 %) en HCFK’s (gehydrogeneerde chloorfluorkoolwaterstoffen) (11 %). In ton per jaar uitgedrukt kenden de emissies van CFK’s en HCFK’s een sterke afname in de periode 1999-2017. Deze stoffen werden, als gevolg van de reglementering voor ozonafbrekende stoffen, gedeeltelijk vervangen door HFK’s (fluorkoolwaterstoffen), dit vooral bij koelingstoepassingen en in de productie van diverse schuimen. HFK’s zijn vooral ontwikkeld nadat de ozonafbrekende werking van CFK’s aan het licht kwam. HFK’s hebben geen schadelijke invloed meer op de stratosferische ozonlaag (ODP-waarde is gelijk aan nul), maar dragen – zelfs in kleine hoeveelheden – zeer sterk bij tot het broeikaseffect.

Het foutief verwijderen, inzamelen en verwerken van isolatiemateriaal bij de sloop van woningen blijft een belangrijke factor bij de emissie van blaasmiddelen. Het is technisch zeer moeilijk om het isolatiemateriaal netjes uit de muur te halen en het vrijgekomen gas bij verwerking op te vangen en voor vernietiging af te voeren. Hierdoor zal de emissie van blaasmiddel nog ettelijke jaren voortduren.

Ook de ontmanteling van oude airco-installaties, koelkasten en diepvriezers dient op een oordeelkundige wijze te gebeuren, dit om het vrijkomen van diverse koelmiddelen te voorkomen. Zo berekende Recupel dat er in 2018 meer dan 200.000 oude en afgedankte koelkasten en diepvriezers vermist geraakten. Deze werden bijgevolg niet op de juiste manier ontmanteld of gerecycleerd. Eén foutief verwerkt apparaat stoot het CO2-equivalent uit van een gemiddelde autorit met een dieselwagen van 7.500 kilometer (zo komen de meer dan 200.000 toestellen overeen met een kleine 1,8 miljard gereden voertuigkilometers).

In 2017 hebben (isolatie)schuimen een aandeel van 82 % van de totale emissies (CFK’s en HCFK’s), brandblussers 16 % (halonen) en koelmiddel gebruikt in airco-installaties, koelkasten en diepvriezers nog 4 % (HCFK’s).

Emissie in 2017 bijna 54 % onder de Vlaamse doelstelling van 2010; tegenwoordig bepaalt vooral Europese wetgeving de verdere afbouw

Het MINA-plan 4 (2011-2015) vermeldde geen nieuwe doelstelling. Het MINA-plan 3+ (2008-2010) beoogde de emissie tegen 2010 terug te dringen met ten minste 74,5 % ten opzichte van de emissie in 1999. Concreet moest de uitstoot tegen 2010 herleid worden tot 180,9 ton CFK-11-eq.

De doelstelling werd gehaald. De uitstoot van ozonafbrekende stoffen lag in 2010 al meer dan 33 % onder dit doel. In 2017 daalde de emissie verder tot bijna 55 % onder het doel voor 2010.

Nu bepaalt vooral de Europese regelgeving het verdere verloop van de afbouw van deze emissie; deze regelgeving is zeer ambitieus. De Europese regelgeving is ondergebracht in Verordening (EG) nr. 1005/2009 die afbouwschema’s en verboden voor de productie, het op de markt brengen en het gebruiken van ozonafbrekende stoffen bevat. Het doel van het Montreal-protocol  is het gebruik van ozonafbrekende stoffen eerst te beperken en uiteindelijk volledig te stoppen. Meer bepaald gaat het om de versnelde eliminatie van CFK’s (ook in ontwikkelingslanden) waarvan de productie moet beëindigd zijn tegen 2020. Montzka et al. (2018) wezen echter op een onverwachte, persistente toename van CFK11-emissies na 2012. Ondertussen is bevestigd dat deze stijging te wijten is aan niet-gerapporteerde nieuwe productie in China, wat een inbreuk is op het Montreal Protocol.

Tussen 1986 en 2017 is de wereldwijde consumptie van ozonafbrekende stoffen, gereguleerd door het Montreal Protocol, desalniettemin gedaald met bijna 98,5 % (EEA, 2019).

Om de historische schade aan de ozonlaag helemaal ongedaan te maken, kunnen de volgende algemene initiatieven genomen worden. Deze zijn erop gericht om de emissie van resterende ozonafbrekende stoffen te verminderen (EEA, 2019): 

  • De sterke groei van HCFK-productie en -consumptie in ontwikkelingslanden aanpakken;
  • De grote hoeveelheden ozonafbrekende stoffen in oude uitrusting en gebouwen verzamelen en veilig wegdoen;
  • Ervoor zorgen dat de beperkingen op ozonafbrekende stoffen afdoende nageleefd worden en dat het overblijvende wereldwijde gebruik verder afneemt;
  • De onwettige handel in ozonafbrekende stoffen voorkomen;
  • De internationale en Europese wettelijke kaders versterken: bijvoorbeeld andere gekende ozonafbrekende stoffen toevoegen, uitzonderingen beperken.

Industrie- en energiesector verantwoordelijk voor bijna 49 % van de ozonafbrekende stoffen in 2017

De industrie (incl. de energiesector) heeft een aandeel van bijna 49 % van de emissies van ozonafbrekende stoffen. De sector handel & diensten heeft in 2017 een aandeel van meer dan 32 % in de emissies van ozonafbrekende stoffen. Vanaf 2009 is deze sector niet langer de grootste uitstoter van ozonafbrekende stoffen. De sector huishoudens en de transportsector zijn in 2017 zijn respectievelijk verantwoordelijk voor meer dan 9,5 % en meer dan 8 % van de totale emissies. In de landbouw is het gebruik methylbromide als bodemontsmettingsmiddel in Vlaanderen sinds 2006 verboden. Bijgevolg stoot deze sector niet langer ozonafbrekende stoffen uit.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid