Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Aantasting ozonlaag / Ozonafbrekende stoffen

Emissie van ozonafbrekende stoffen

De uitstoot van ozonafbrekende stoffen veroorzaakt aantasting van de ozonlaag. De belangrijkste oorzaken zijn chloor- en broomhoudende verbindingen zoals chloorfluorkoolstoffen (CFK’s), chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK’s), halonen, methylbromide (CH3Br) en tetrachloorkoolstof (CCl4). Deze worden in verschillende toepassingen gebruikt. De emissie wordt uitgedrukt in CFK-11-equivalenten. 

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: oktober 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

Emissie neemt verder af

Tussen 1999 en 2016 daalde de totale emissie van ozonafbrekende stoffen in Vlaanderen met 88 % van 709 ton CFK-11-eq tot 83 ton CFK-11-eq. Tussen 2008 en 2009 daalde de emissie aanzienlijk door een correctie van de levensduur van de laatste huishoudelijke koelkasten met CFK-11 als blaasmiddel.

Uitgedrukt in ton CFK-11-eq nemen CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen) nog steeds het grootste aandeel in (74 %), gevolgd door halonen (17 %) en HCFK’s (gehydrogeneerde chloorfluorkoolwaterstoffen) (8 %). In ton per jaar uitgedrukt kenden de emissies van CFK’s en HCFK’s een sterke afname in de periode 1999-2016. Deze stoffen werden, als gevolg van de reglementering voor ozonafbrekende stoffen, gedeeltelijk vervangen door HFK’s (fluorkoolwaterstoffen), dit vooral bij koelingstoepassingen en in de productie van diverse schuimen. HFK’s zijn vooral ontwikkeld nadat de ozonafbrekende werking van CFK’s aan het licht kwam. HFK’s hebben geen schadelijke invloed meer op de ozonlaag (ODP-waarde is gelijk aan nul), maar het zijn nog wel broeikasgassen.

Het foutief verwijderen, inzamelen en verwerken van isolatiemateriaal bij de sloop van woningen blijft een belangrijke factor bij de emissie van blaasmiddelen. Het is technisch zeer moeilijk om het isolatiemateriaal netjes uit de muur te halen en het vrijgekomen gas bij verwerking op te vangen en voor vernietiging af te voeren. Hierdoor zal de emissie van blaasmiddel nog ettelijke jaren voortduren. Ook de ontmanteling van oude airco-installaties, koelkasten en diepvriezers dient op een oordeelkundige wijze te gebeuren, dit om het vrijkomen van diverse koelmiddelen te voorkomen.

In 2016 hebben (isolatie)schuimen een aandeel van 81 % van de totale emissies (CFK’s en HCFK’s), brandblussers 17 % (halonen) en koelmiddel gebruikt in airco-installaties, koelkasten en diepvriezers nog 1 % (HCFK’s).

Emissie in 2016 meer dan 54 % onder de doelstelling van 2010

Het MINA-plan 4 (2011-2015) vermeldt geen nieuwe doelstelling. Het MINA-plan 3+ (2008-2010) beoogde de emissie tegen 2010 terug te dringen met ten minste 74,5 % ten opzichte van de emissie in 1999. Concreet moest de uitstoot tegen 2010 herleid worden tot 180,9 ton CFK-11-eq.

De doelstelling werd gehaald. De uitstoot van ozonafbrekende stoffen lag in 2010 al bijna 33 % onder dit doel. In 2016 daalde de emissie verder tot bijna 55 % onder het doel voor 2010. Nu bepaalt vooral de Europese regelgeving het verdere verloop van de afbouw van deze emissie en is daarbij zeer ambitieus. De Europese regelgeving is ondergebracht in Verordening (EG) nr. 1005/2009 die afbouwschema’s en verboden voor de productie, het op de markt brengen en het gebruiken van ozonafbrekende stoffen bevat. Het doel van het Montreal-protocol  is het gebruik van ozonafbrekende stoffen eerst te beperken en uiteindelijk volledig te stoppen. Meer bepaald gaat het om de versnelde eliminatie van CFK’s (ook in ontwikkelingslanden) waarvan de productie moet beëindigd zijn tegen 2020.

Industrie- en energiesector verantwoordelijk voor bijna 51 % van de ozonafbrekende stoffen in 2016

De industrie (incl. de energiesector) geeft aanleiding tot bijna 51 % van de emissie van ozonafbrekende stoffen. De sector handel & diensten is in 2016 voor meer dan 31 % verantwoordelijk voor de emissie van ozonafbrekende stoffen. Vanaf 2009 is deze sector niet langer de grootste uitstoter van ozonafbrekende stoffen. De transport sector en de huishoudens zijn in 2016 verantwoordelijk voor bijna 8,5 % van de emissie. In de landbouw is het gebruik methylbromide als bodemontsmettingsmiddel in Vlaanderen sinds 2006 verboden. Bijgevolg stoot deze sector niet langer ozonafbrekende stoffen uit.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid