Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Agromilieumaatregelen

Een agromilieumaatregel is een vrijwillige overeenkomst die de landbouwer afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) of het Agentschap voor Landbouw en Visserij voor een periode van 5 jaar, meestal op perceelsniveau. De overeenkomst kan betrekking hebben op het natuurbeheer op een landbouwbedrijf, het realiseren van bepaalde milieudoelstellingen, het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethodes of het behoud van de genetische diversiteit. In ruil voor deze extra inspanningen ontvangt de landbouwer een vergoeding van de overheid. Agromilieumaatregelen in samenwerking met de VLM, heten ook beheerovereenkomsten. Deze overheidssteun naar landbouwers toe, maakt deel uit van het Vlaamse plattelandsbeleid en de 2de pijler van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* oppervlakte beheerovereenkomst kleine landschapelementen (KLE) slaat enkel op oppervlakte van de KLE zelf. Vóór 2008 sloeg dit op het hele perceel.

Bron: MIRA op basis van Beleidsdomein Landbouw en Visserij
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

8 % van het landbouwareaal onder agromilieumaatregelen

In 2013 waren er 11 groepen agromilieumaatregelen mogelijk. De oppervlakte landbouwgrond waarop een of meerdere agromilieumaatregelen van kracht zijn (uniek areaal) bedroeg 47  114 ha, of 8 % van het Vlaamse landbouwareaal (15 meitelling/enquête) in 2013. Dus 8 % van het landbouwareaal werd milieuvriendelijker bewerkt dan wettelijk verplicht.

 

 

 

Sinds 2006 neemt het uniek areaal af, door afbouw van enkele breed toegepaste maatregelen: geïntegreerd pitfruit in 2003, groenbedekking in 2009. Omdat deze maatregelen eigenlijk deel uitmaken van de normale landbouwbedrijfsvoering, is er geen extra subsidiëring meer voorzien. Van de in 2006 78 000 ha gesubsidieerde groenbedekking, blijft in 2010 nog 5 233 ha over. Maar daarnaast wordt groenbedekking ook toegepast zonder extra steun, als onderdeel van een goede landbouwpraktijk. Vanaf 2012 is de maatregel terug gesubsidieerd, als flankerend beleid bij de uitvoering van het verstrengde mestactieplan (MAP4). Sinds 2010 daalde de toepassing van de beheerovereenkomst water ook sterk. Dit is een breed toegepaste maatregel ter compensatie van inkomstenverlies door bemestingsperkingen.

 

 

 

 

 

Alle maatregelen kenden in 2013 een stijgende areaal in vergelijking met 2010 behalve mechanische onkruidbestrijding, vlinderbloemigen en water.  De maatregelen water, verwarringstechniek, erosiebestrijding, vlinderbloemigen en biologische landbouw kennen het grootste succes met respectievelijk 38 %, 17 %, 11 %, 9 % en 9 % van het unieke areaal agromilieumaatregelen in 2013.

De uitgaven in 2013 zijn de betalingen aan landbouwers voor maatregelen genomen in 2012. In 2013 besteedde de overheid 17,0 miljoen euro aan agromilieumaatregelen. 37  % van dit budget ging naar de beheerovereenkomst water met verlaagde bemesting, 11 % aan verwarringstechniek, 10 % aan perceelsrandenbeheer, 7  % aan vlinderbloemigen, kleine landschapselementen en erosiebestrijding.

Wat motiveert een landbouwer voor agromilieumaatregelen?

Uit een studie naar de deelname van landbouwers blijkt dat, als een respondent steun ontvangen heeft voor een maatregel, in bijna de helft van de gevallen de maatregel ook zou uitgevoerd worden zonder steun. De meerderheid van de maatregelen zou identiek toegepast worden als de bestaande agromilieumaatregel. Maar de verschillen tussen de maatregelen zijn wel groot. Terwijl slechts een vijfde van de respondenten de maatregel groenbedekking niet meer zou uitvoeren zonder steun, zou bijna 90 % van de respondenten de natuurgerichte maatregelen botanisch beheer en akker- en weidevogelbeheer stoppen als de subsidies wegvallen.

“Geen interesse” is de vaakst voorkomende redenen waarom er geen steun aangevraagd wordt of waarom er een verbintenis verbroken wordt. Maar daarnaast geven ook veel landbouwers aan dat ze niet op de hoogte zijn of dat ze een tekort aan kennis hebben. Er moet dus nagedacht worden hoe de interesse van landbouwers voor agromilieumaatregelen kan aangewakkerd en hoe informatie over de bestaande mogelijkheden kan verbeterd worden. In iets mindere mate wordt ook het te veel aan papierwerk naar voor geschoven als belemmerende factor. Wat vooral opvalt, is dat de hoogte van de steunbedragen en de controles maar zelden als belangrijkste reden naar voor komen. 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht