Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van NMVOS naar lucht door de industrie

Deze indicator toont de evolutie van de industriële uitstoot van niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) in de omgevingslucht (zie ook indicator: ‘Emissie van NMVOS naar lucht’). Diverse NMVOS komen onder andere vrij bij de op- en overslag van oplosmiddelen en brandstoffen en bij het gebruik van solventen tijdens de procesvoering.

Een aantal niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) zijn kankerverwekkend (benzeen, vinylchloride, 1,3-butadieen). Daarnaast spelen NMVOS als ozonprecursor (voorloper) een rol in de fotochemische luchtverontreiniging.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* voorlopige cijfers

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Doelstellingen NMVOS-emissie

In het MINA-plan 4 (2011-2015) zijn voor verschillende polluenten emissiedoelstellingen opgenomen tegen 2015. De doelstelling voor de totale Vlaamse NMVOS-emissie bedraagt 67,9 kton tegen het jaar 2015. Dit emissieplafond bestaat uit 3,9 kton voor transport en 64,0 kton voor de stationaire bronnen (waar de industrie deel van uitmaakt). Een herziening van het protocol van Göteborg in 2012 leidde tot aangescherpte emissieplafonds tegen 2020 voor België. In een beslissing van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) (27 april 2012) werd de verdeling van de inspanningen over de gewesten vastgelegd voor de stationaire bronnen, voor de niet-stationaire bronnen dient deze verdeling nog te gebeuren. Voor Vlaanderen bedraagt het NMVOS-plafond voor stationaire bronnen 63,5 kton tegen 2020.

Op 14/12/2016 werd een nieuwe Europese richtlijn gepubliceerd, 'Richtlijn 2016/2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen' (tegen 1 juli 2018 door de lidstaten in regelgeving op te nemen). De doelstellingen worden niet meer als een absoluut plafond uitgedrukt, maar als een procentuele emissiereductie t.o.v. 2005. Op niveau België wordt voor NMVOS uitgegaan van een emissiereductie van 35 % tussen 2005 en 2030. Uit de nationale plafonds werden gewestelijke plafonds afgeleid, die bekrachtigd werden door de ICL op 4/5/2017. Voor NMVOS-emissie in Vlaanderen bedraagt het plafond tegen 2030 59,5 kton.

Dalende industriële NMVOS-emissie

De industriesector blijft de grootste NMVOS-emissiebron (een aandeel van 28 % in 2015). De chemiesector is de belangrijkste deelsector, met een uitstoot van 10,6 kton of 44 % van de industriële NMVOS-emissie in 2015. De overige industrieën en de deelsector metaal leveren aandelen van respectievelijk 26 % en 12 %.

De industriële NMVOS-emissie daalde sterk vanaf de jaren 90 (- 74 % tussen 1990 en 2015), en ook na 2000 werd nog een aanzienlijke emissiereductie gerealiseerd (- 61 % van 2000 tot 2015). Door de sterke reductie daalde het aandeel van de industriële NMVOS-emissie in de totale NMVOS-emissie van ruim 43 % in 1990, 42 % in 2000 naar 28 % in 2015. In 2008 en vooral in 2009 was deze daling mee veroorzaakt door een verminderde activiteit door de financieel-economische crisis. Naast de economische activiteit kan ook de wisselende inzet van bepaalde producten een sterke invloed hebben op de industriële NMVOS-emissie. De sterkste emissiereducties tussen 2000 en 2015 werden genoteerd bij de textielsector (- 90 %), de papierindustrie (- 84 %) en de deelsector metaal (- 79 %).

De emissiedalingen zijn onder meer te danken aan het Vlaamse Nationale Emissiemaxima (NEM)-reductieprogramma, dat op 12 december 2003 door de Vlaamse Regering goedgekeurd werd in het kader van de Europese richtlijn Nationale Emissiemaxima. Dit programma gaf voor verschillende industriële sectoren een overzicht van bestaande en geplande maatregelen en geplande beleidsopties voor de emissiereductie van onder andere NMVOS. Deze maatregelen situeren zich o.a. in de verdere optimalisatie van het productieproces, end-of-pipe technieken en verbetering van de energie-efficiëntie.

Bovendien werd in 2008 de LDAR-wetgeving (lekdetectie en –herstelprogramma) opgenomen in VLAREM, met als doel fugitieve emissies te meten, te beheersen en te reduceren. Fugitieve emissies ontstaan door lekverliezen in leidingen, apparaten en (opslag)tanks.

Ook de Europese richtlijn 2004/42/EG droeg bij tot de emissieverlaging door het aan banden leggen van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde industriële verven, vernissen en coatings (bv. schilderwerken in de bouwsector, behandelen van wagens in de automobielassemblage en carrosseriebedrijven) en in producten voor oppervlaktereiniging. 

In de laatste jaren vlakten de emissiereducties af, doordat de deadlines van de verschillende richtlijnen voor 2010 afliepen. Tussen 2013 en 2015 werd nog de grootse emissiereductie gerealiseerd bij de textielnijverheid (- 51 %) en de deelsector metaal (- 31 %).

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht