Deel deze pagina

Verzenden

Eco-efficiëntie van handel & diensten

De indicator ‘Eco-efficiëntie van handel & diensten’ geeft weer in welke mate de milieudruk gelijke tred houdt met het activiteitsniveau. Er wordt gesproken van ontkoppeling wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (bv. emissie van broeikasgassen) lager is dan de groeisnelheid van de activiteitindicator (bv. bruto toegevoegde waarde). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van SVR (HERMREG), OVAM, VMM, VITO
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Groot economisch belang, kleine milieudruk

De sector handel & diensten is goed voor net geen 70  % van de totale bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen. Tussen 2000 en 2014 nam de bruto toegevoegde waarde van handel & diensten toe met 26,3 %. Deze sector is eveneens goed voor 77,6 % van de Vlaamse werkgelegenheid, het aantal werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) steeg in 2014 ten opzichte van 2000 met 22,3 %. Handel & diensten heeft een groot economisch belang, maar slechts een geringe milieudruk als dit wordt vergeleken met de andere sectoren. De milieudruk vindt vaak stroomopwaarts in de keten plaats. Veel producten die bijvoorbeeld worden verkocht in de sector handel & diensten worden vervaardigd in de sector industrie, de milieudruk voor het vervaardigen van de producten wordt dan toegewezen aan de sector industrie.

 

Daling energiegebruik en broeikasgassen door milde winters

De sector handel & diensten neemt 6,4 % van het totale energiegebruik en 4,4 % van de emissie van broeikasgassen voor zijn rekening binnen Vlaanderen. Het energiegebruik bij handel & diensten in 2014 is sinds 2000 gestegen met 8,4 %, in 2013 was dit nog een stijging van 24,7 %. In de eerste jaren van het vorige decennium groeide het energiegebruik sterker dan de economische activiteit, daarna schommelde het gebruik rond hetzelfde niveau. De milde winters van 2011 en 2014 liggen hoofdzakelijk aan de basis van de sterke daling van het energiegebruik in die jaren. In 2011 en 2014 werd minder energie gebruikt per productie van een eenheid toegevoegde waarde als in 2000. In deze jaren lag ook het energiegebruik per werknemer lag lager dan in 2000. Voorlopig kan er niet echt gesproken worden van een ontkoppeling van het energiegebruik in de sector handel & diensten, gezien de daling in energiegebruik grotendeels kan worden toegeschreven aan de recente milde winters.
De emissie van broeikasgassen, die sterk afhankelijk is van het energiegebruik, hield voor 2005 gelijke tred met de economische activiteit. Na 2005 daalde de emissie van broeikasgassen en sindsdien schommelde deze emissie rond de waarde van het jaar 2000.

Absolute ontkoppeling ozonafbrekende stoffen, NMVOS en afval

De emissie van NMVOS van handel & diensten neemt slechts 2,3 % van de totale emissie van niet-natuurlijke NMVOS voor haar rekening. Tussen 2000 en 2005 daalde de emissie van NMVOS met 60 %. Na 2005 bleef deze waarde relatief stabiel, maar de laatste jaren zien we opnieuw een verdere daling. Ten opzichte van 2000 is de emissie van NMVOS in 2014 gedaald met net geen 70 %. De emissie van NMVOS van de benzinetankstations werd sterk teruggedrongen vanaf 1990 doordat de Europese Richtlijn 94/63/EG Damprecuperatie fase I en Damprecuperatie fase II in VLAREM werd opgenomen. Tussen 1990 en 2000 werden de emissies van NMVOS in de sector handel & diensten reeds gehalveerd. In 2014 neemt de benzinedistributie 63 % van de totale emissie van NMVOS in de sector handel & diensten voor haar rekening, op- en overslag 31,6 %, de overige uitstoot van NMVOS is hoofdzakelijk afkomstig van gebouwenverwarming.

De emissie van ozonafbrekende stoffen daalde met 86 % ten opzichte van 2000. Tussen 2008 en 2009 daalde de emissie aanzienlijk door een correctie van de levensduur van de laatste huishoudelijke koelkasten met CFK-11 als blaasmiddel. In 2012 was 80 % van de emissie afkomstig van blaasmiddel uit kunststof schuimen. De sector handel & diensten is verantwoordelijk voor 35 % van de totale uitstoot aan ozonafbrekende middelen, in 2000 was dit nog 43 %. Zowel bij de emissie van NMVOS en ozonafbrekende stoffen kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Tussen 2004 en 2012 daalde de hoeveelheid primair afval voortgebracht door de sector met net geen 20 %. De hoeveelheid afval per werknemer en afval per eenheid bruto toegevoegde waarde daalden beiden met net geen 30 %. De sector handel & diensten produceert 14 % van het primaire afval. Ook bij de productie van primair afval kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht