Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Bronnen van ioniserende straling in effectieve stralingsdosis van de bevolking

In sommige elektriciteitscentrales wordt stroom opgewekt met behulp van splijtstoffen (kernbrandstof). De activiteiten in deze (kern)centrales kunnen leiden tot de verspreiding van radioactieve stoffen in het milieu. Deze indicator brengt het aandeel van de kerncentrales in de stralingsbelasting van de bevolking in beeld.
D P S I R

Figuren

Aandeel van de verschillende bronnen van ioniserende straling in de dosisbelasting van de bevolking in mSv/j (Vlaanderen, 2006)
Aandeel van de verschillende bronnen van ioniserende straling in de dosisbelasting van de bevolking in mSv/j (Vlaanderen, 2006)
Bron: UNSCEAR, 2000 omgerekend naar Vlaanderen
Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Beperkt aandeel in stralingsbelasting

Binnen Vlaanderen wordt de gemiddelde effectieve dosis aan radioactieve straling geschat op 4,1 mSv per jaar en per inwoner (figuur). Het overgrote deel daarvan is van natuurlijke oorsprong (2,1 mSv) of afkomstig van medische toepassingen (1,92 mSv).

Kerncentrales en nucleaire bedrijven geven bij normale werking slechts beperkte hoeveelheden straling vrij naar de omgeving. Hun bijdrage tot de bevolkingsdosis in Vlaanderen is dan ook zeer klein (< 1 %).

Aanhouding van de huidige nucleaire productiecapaciteit over een periode van 100 jaar zou leiden tot een toename van de individuele stralingsdosis van de wereldbevolking met 0,1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,002 %.

Blootstelling ten gevolge van ganse splijtstofcyclus

UNSCEAR, een wetenschappelijke instelling van de Verenigde Naties, raamt de collectieve dosis voor de lokale bevolking (straal van enkele tientallen km) als gevolg van emissie van kerncentrales op 0,44 manSv/GWj. Opwerking en transport voegen daar nog 0,13 en <0,1 manSv/GWj aan toe. De UNSCEAR-schatting van de wereldwijde collectieve dosis door de nucleaire brandstofcyclus is veel groter: 50 manSv/GWj. Dit is de som van alle doses over de ganse wereldbevolking voor de komende 10 000 jaar als gevolg van 1 GWj nucleaire elektriciteitsproductie. De voornaamste bijdragen komen van het geloosde koolstof-14 en van de emissie van het edelgas radon uit de grote hoeveelheden langlevend radiumhoudend afval van de uraniumwinning. UNSCEAR schat de bijdrage voor het bergen van het laag- en middelactief afval van de kerncentrales laag in: respectievelijk 0,00005 en 0,5 manSv/GWj. Voor het hoogactief afval geeft UNSCEAR geen cijfers omdat er bij de publicatie van het rapport in 2000 nog geen enkele geologische berging in gebruik was.

Een continue nucleaire elektriciteitsproductie van 250 GWj* zou op lange termijn resulteren in een toename van de individuele dosis van de wereldbevolking met 1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,02 %. Voor een beperkte productieperiode van 100 of 200 jaar wordt de mondiale toename geschat op respectievelijk 0,1 of 0,16 µSv/j.

* In 2009 werd mondiaal 292 GWj elektriciteit geproduceerd in kerncentrales, waarvan 5,1 GWj in België.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht