Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Energiestromen in Vlaanderen

Deze indicator brengt alle energiestromen in Vlaanderen in beeld en omvat volgende energievormen:

  • kolen (incl. koolteer en cokes),
  • ruwe aardolie en petroleumproducten (o.a. raffinaderijgas, LPG, benzine, kerosine, huisbrandolie en diesel, stookolie, nafta, petroleumcokes …),
  • aardgas, hoogoven- en cokesovengas,
  • splijtstoffen ('nucleaire warmte'),
  • elektriciteit: zowel netto invoer als primair in Vlaanderen geproduceerde elektriciteit door middel van wind-, water- en zonne-energie,
  • warmte,
  • biomassa en biogas
  • en andere brandstoffen (voornamelijk restbrandstoffen van de chemische industrie en het niet-hernieuwbaar deel van restafval).
D P S I R

Figuren

Stroomschema energiegebruik en aandelen energiedragers in het primair energiegebruik (Vlaanderen, 2011)
Stroomschema energiegebruik en aandelen energiedragers in het primair energiegebruik (Vlaanderen, 2011)
Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen (VITO)

Verloop

Binnenlandse primaire energieproductie stijgt maar blijft beperkt

Het primaire (of totale) energiegebruik is de som van de binnenlandse primaire energieproductie en de netto invoer van energie. Vlaanderen voert het gros van de benodigde energie in. De binnenlandse energieproductie omvat vooral de energetische valorisatie van restbrandstoffen uit de chemische sector, restafval en biomassa, samen goed voor 7,4 % van het primair energiegebruik. De eigen primaire warmteproductie was goed voor 0,3 % en ook de elektriciteitsproductie uit wind- en waterkracht en PV-installaties leverden in 2011 een bescheiden bijdrage van 0,3 %.

Fossiele brandstoffen blijven energiemix domineren

Kernenergie had in 2011 een aandeel van 12,5 %. De invoer van elektriciteit vertegenwoordigde 1,2 % van het primair energiegebruik. Rekening houdende met de binnenlandse primaire energieproductie bleef Vlaanderen daardoor in 2011 nog voor 78,4 % van zijn energiegebruik rechtstreeks afhankelijk van fossiele brandstoffen.

Ruim een derde van de petroleumproducten (373 PJ) werd gebruikt voor de internationale scheep- en luchtvaart. Deze zogenaamde bunkerbrandstoffen of bunkers worden in feite uitgevoerd, en vertegenwoordigden in 2011 19,1 % van het primaire (of totale) energiegebruik in Vlaanderen.

Kolen worden steeds minder gebruikt, maar dat wordt in het primaire energiegebruik vooral gecompenseerd door een toename van het aardgasgebruik.

Energiesector gebruikt zelf een vijfde van de energie

Het bruto binnenlands energiegebruik (BBE) is op zijn beurt de som van het eigen energiegebruik en de verliezen van de energiesector enerzijds, en het eindgebruik door de overige sectoren anderzijds.

De energieverliezen bij transformatie, transport en distributie van energie en het eigen energiegebruik van de energiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen en aardgasdistributie) lopen op tot 23 % van het bruto binnenlands energiegebruik (of 19 % van het primaire energiegebruik).

Landbouw en huishoudens enige sectoren met gedaald energiegebruik

Het netto binnenlands energiegebruik bestaat uit twee delen: het energetische eindgebruik (voor verwarming, verlichting, aandrijving …) en het niet-energetische eindgebruik (gebruik van energie-dragers als grondstof: bv. aardgas voor de productie van ammoniak of nafta voor kunststoffen).

Dit niet-energetisch eindgebruik van energiedragers voor de aanmaak van andere producten of voor niet-energetische doeleinden, kende vooral in de jaren 90 een sterke stijging. Na enkele stabiele jaren begin 2000 vertoonde het niet-energetisch eindgebruik, waarvoor voornamelijk de chemische industrie verantwoordelijk is, opnieuw een stijgende trend tot in 2008. De economische crisis zorgde echter voor opmerkelijke daling in 2009 (-14% t.o.v. 2008). Maar in 2010 en 2011 bereikte het niet-energetisch energiegebruik nieuwe recordniveaus. Die stijging (respectievelijk 19 % en 20 % boven het niveau van 2009) lag in het verlengde van het verhoogde productieniveau van de chemische industrie.

Het energiegebruik per sector wordt besproken in een aparte indicatorfiche. Opmerkelijk hierbij is dat enkel de huishoudens en de landbouw er in slaagden hun energiegebruik in 2011 terug te dringen ten opzichte van zowel 1990 als 2000. Hierbij is ook het wijzigende (winter)klimaat een belangrijke verklarende factor.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht