Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Afhankelijkheid van import en aandeel decentrale/lokale energieproductie

Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen in zijn eigen energiebehoeften kan voorzien.

Bijkomend wordt ook nagegaan in welke mate de energievoorziening decentraal gebeurt: kort bij of door de eindgebruiker zelf.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Primair energiegebruik en importafhankelijkheid (Vlaanderen, 1990-2011)

Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen (VITO)
Cijfers in Excel.


Verloop

Import domineert invulling Vlaamse energievraag

Vlaanderen heeft geen gekende reserves van uranium, aardolie of aardgas, en voert daarom het gros van de benodigde primaire energiebronnen in: 92,8 % in 2011 (figuur). Voor uranium zijn geen specifieke importcijfers voor Vlaanderen beschikbaar, maar wereldwijd zijn Kazachstan, Canada en Australië de grootste leveranciers. Voor aardgas en petroleumproducten rekent Vlaanderen vooral op aanvoer uit andere Europese landen (Nederland en Noorwegen voor aardgas; Rusland en Noorwegen voor aardolie), aangevuld met leveringen uit het Nabije- en Midden-Oosten.

Vlaanderen beschikt in het Kempens bekken nog over zo’n 39 miljard ton steenkool. Circa 8 miljard ton daarvan zou technisch winbaar zijn. Door de veel goedkopere prijzen op de wereldmarkt, werd in 1992 de ondergrondse ontginning stopgezet. De teller van steenkool bovengehaald in Vlaanderen stond dan op 441 miljoen ton. Inmiddels voert Vlaanderen alle steenkool in, vooral uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Australië en Rusland.

De Kempense steenkoolreserves bevatten ook methaangas. VITO heeft deze reserves ingeschat op 50 à 127 miljard m³. Voorlopig wordt geschat dat 7 à 31 miljard m³ daarvan zich in de best winbare zones bevinden. Onder de naam Limburg Gas werd begin 2013 een opsporingsvergunning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, overeenkomstig de bepalingen van het Vlaams Decreet betreffende de diepe ondergrond. Deze aanvraag heeft tot doel in een afgebakende zone binnen de concessies van de NV Mijnen in het Kempens steenkoolbekken de praktische en economische haalbaarheid van methaangaswinning te onderzoeken. Verkennende proefboringen zouden vanaf 2014 mogelijk zijn, effectieve winning van methaangas op industriële schaal kan ten vroegste starten in 2019.

Hoewel Vlaanderen erg afhankelijk blijft van ingevoerde energiebronnen, neemt die afhankelijkheid jaar na jaar licht af: van 95,3 % in 2002 naar 92,8 % in 2011. Het gros van de eigen, primaire energieproductie bestond in 2011 vooral uit andere** brandstoffen (95 PJ), biomassa (34 PJ) en warmte (6 PJ). Elektriciteit uit wind, water en PV - weliswaar de snelst groeiende fractie van de laatste jaren - was nog altijd maar goed voor bijna 6 PJ op een primair energiegebruik van 1 956 PJ. Verder overschakelen op hernieuwbare energiebronnen is de sleutel voor een verhoogde zelfvoorzieningsgraad en een garantie op stabiele energievoorziening in de toekomst zoals beoogd in het Vlaamse Pact 2020.

Eén derde lokale energieproductie

In Vlaanderen is ook de beweging naar energieproductie dichtbij of door de eindgebruiker zelf ingezet. Installatie van WKK’s, PV-panelen, windturbines, zonneboilers, warmtepompen etc. deden zo het aandeel lokale energieproductie (stroom en warmte) in de totale Vlaamse energievraag (bruto binnenlands energiegebruik) stijgen van 32,9 % in 2008 naar 35,3 % in 2010. In 2011 kwam de lokale energieproductie wat lager uit: 33,4 %. Dit aandeel omvat ook de warmte geproduceerd in verwarmingsketels bij eindgebruikers vertrekkende van stookolie, aardgas, biomassa enz.. De verlaagde verwarmingsbehoefte in de milde wintermaanden draagt dan ook bij aan de daling in het laatste jaar.

** restbrandstoffen chemie en niet-hernieuwbare deel van de afvalverbranding

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht