Deel deze pagina

Verzenden

Afhankelijkheid van import en aandeel decentrale/lokale energieproductie

Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen in zijn eigen energiebehoeften kan voorzien.

Bijkomend wordt ook nagegaan in welke mate de energievoorziening decentraal gebeurt: kort bij of door de eindgebruiker zelf.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* restbrandstoffen chemie en niet-hernieuwbare deel van de afvalverbranding

Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Import domineert invulling Vlaamse energievraag

Vlaanderen heeft geen gekende reserves van uranium, aardolie of aardgas. Voor uranium zijn geen specifieke importcijfers voor Vlaanderen beschikbaar, maar wereldwijd zijn Kazachstan, Canada en Australië de grootste leveranciers. Voor aardgas en petroleumproducten rekende Vlaanderen in 2014 vooral op aanvoer uit andere Europese landen (vooral Nederland en Noorwegen en in mindere mate het Verenigd Koninkrijk voor aardgas; vooral Rusland en in mindere mate Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk voor aardolie), aangevuld met leveringen voornamelijk uit het Nabije- en Midden-Oosten.

Door de beperkte aanwezigheid van economisch winbare energievoorraden in de Vlaamse bodem (zie ook verder) voert Vlaanderen het gros van de benodigde primaire energiebronnen in: 91,2 % in 2014 (figuur). Toch neemt die afhankelijkheid van ingevoerde energiebronnen jaar na jaar licht af: van 95,3 % in 1990 naar 91,2 % in 2014.

Het gros van de eigen, primaire energieproductie bestond in 2014 vooral uit andere** brandstoffen (89,9 PJ), biomassa (41,1 PJ) en warmte (10,6 PJ). Die andere brandstoffen betreft trouwens recuperatie van energiedragers als restbrandstof, nadat die eerst werden ingezet als grondstof of 'feedstock' in de productieprocessen van vooral de chemische industrie. Het betreft vooral butaan, propaan, LPG, koolteer, zware stookolie en nafta.

Elektriciteit uit wind, water en PV - weliswaar veruit de snelst groeiende fractie van de laatste jaren - was nog altijd maar goed voor 11,3 PJ op een primair energiegebruik van 1 730 PJ. Verder overschakelen op hernieuwbare energiebronnen is de sleutel voor een verhoogde zelfvoorzieningsgraad en een garantie op stabiele energievoorziening in de toekomst.

Eén derde lokale energieproductie

In Vlaanderen is ook de beweging naar energieproductie dichtbij of door de eindgebruiker zelf ingezet. Installatie van WKK’s, zonnepanelen, windturbines, zonneboilers, warmtepompen etc. deden zo het aandeel lokale energieproductie (stroom en warmte) in de totale Vlaamse energievraag (bruto binnenlands energiegebruik) stijgen van 32,7 % in 2008 naar 35,6 % in 2013. In 2014 kwam de lokale energieproductie wat lager uit: 33,9 %. Dit aandeel omvat ook de warmte geproduceerd in verwarmingsketels bij eindgebruikers vertrekkende van stookolie, aardgas, biomassa enz.. De verlaagde verwarmingsbehoefte in de milde wintermaanden droeg dan ook bij aan de daling in het laatste jaar.

Energie uit de Vlaamse ondergrond?

Vlaanderen beschikt in het Kempens bekken nog over zo’n 39 miljard ton steenkool. Circa 8 miljard ton daarvan zou technisch winbaar zijn. Door de veel goedkopere prijzen op de wereldmarkt, werd in 1992 de ondergrondse ontginning stopgezet. De teller van steenkool bovengehaald in Vlaanderen stond dan op 441 miljoen ton. Inmiddels voert Vlaanderen alle steenkool in, vooral uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Australië en Rusland.

De Kempense steenkoolreserves bevatten ook methaangas, soms mijngas of steenkoolgas genoemd. VITO heeft deze reserves ingeschat op 50 à 127 miljard m³. Voorlopig wordt geschat dat 7 à 31 miljard m³ daarvan zich in de best winbare zones bevinden. Winning kan vrij eenvoudig gebeuren door het water uit de steenkoollagen te pompen en het methaangas dat dan vrijkomt te collecteren. Onder de naam Limburg Gas - een samenwerking tussen de Limburgse Reconversiemaatschappij LRM en een buitenlandse partner - werd begin 2013 een opsporingsvergunning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, overeenkomstig de bepalingen van het Vlaams Decreet betreffende de diepe ondergrond. Een vergunning werd afgeleverd om in een afgebakende zone binnen de concessies van de NV Mijnen in het Kempens steenkoolbekken de praktische en economische haalbaarheid van methaangaswinning te onderzoeken. Daarbij zou de buitenlandse partner (Dart Energy / IGas Energy) instaan voor een deel van het startkapitaal en operationele know-how inbrengen. Maar door gewijzigde marktomstandigheden moet LRM op zoek naar een nieuwe operationele partner. In afwachting ligt het project stil, waardoor de toekomst van de ontginning van mijn- of steenkoolgas in Vlaanderen erg onzeker geworden is.

Nog dieper in de Vlaamse bodem komt ook schalielagen voor waaruit mogelijks (fossiel) schaliegas zou kunnen gewonnen worden. Maar in tegenstelling tot de winning van mijngas uit steenkoollagen die van nature een goed ontwikkeld netwerk van spleten en barsten vertonen, vereist de winning van schaliegas de inzet van de omstreden fracking-techniek. Daarbij wordt water vermengd met chemicaliën en soms ook zand en vloeibare stikstof door het gashoudende gesteente geperst om deze hydraulisch te verbrijzelen en het zo vrijkomend gas af te voeren. Onder andere de mogelijke impact van die chemicaliën op waterwinning uit watervoerende lagen is reden van bezorgdheid. Het potentieel aan schaliegas in de Vlaamse ondergrond is nog totaal onbekend. Bovendien is momenteel een moratorium in Vlaanderen van kracht op de winning van schaliegas tot er meer duidelijkheid is over de voorwaarden ter bescherming van mens en milieu waaronder schaliegaswinning in Vlaanderen mogelijk zou zijn.

Een laatste gekende mogelijkheid om energie te winnen uit de Vlaamse ondergrond betreft diepe geothermie of aardwarmte. Die warmte betreft deels restwarmte uit de tijd dat de aarde gevormd werd, maar deels ook warmte die ontstaat door natuurlijk verval van radioactieve elementen in de aardkorst en door de wrijving van aardplaten. In de bodem neemt de temperatuur gemiddeld toe met 3 °C per 100 meter diepte. Zo heeft de bodem op een diepte van 1 kilometer een gemiddelde temperatuur van 35 à 40 °C. In gebieden met bijzondere geologische omstandigheden (bv. vulkaangebieden) kan deze temperatuur veel sneller en hoger oplopen. Maar ook in Vlaanderen is diepe geothermie mogelijk, al moeten we daarvoor wel diep boren. Met name in de regio van de Antwerpse en Limburgse Kempen zijn op meer dan 3 km diepte grondwaterlagen beschikbaar die een voldoende hoge temperatuur hebben. Vanuit een menselijk tijdperspectief verloopt de aanvoer van warmte traag, maar constant in de tijd en is ze haast onuitputtelijk. Daarom is wordt aardwarmte net als zonne-energie aanzien als een hernieuwbare energiebron. Het gebruik van aardwarmte kan zowel direct (bv. voor verwarming van gebouwen) als indirect voor de productie van elektriciteit met water dat warmer is dan 90 °C. Boren op grote diepte is echter erg duur. In 2016 heeft VITO de eerste 2 proefboringen uitgevoerd als opstap naar een eerste geothermiecentrale die vanaf midden 2017 warmte en elektriciteit kan leveren aan omliggende bedrijven en woningen. Op langere termijn zou bij volledige benutting van het potentieel in de Kempische regio meer dan 10 % van de Vlaamse elektriciteitsproductie kunnen ingevuld worden door geothermie, naast de warmteleveringen via een warmtenet.

** restbrandstoffen chemie en niet-hernieuwbare deel van de afvalverbranding

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht