Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van ozonprecursoren (NMVOS, NOx, CO, CH4) door de energiesector

Deze indicator toont de emissies van ozonprecursoren door de energiesector, en dit zowel per deelsector als per stof (NMVOS, NOx, CO, CH4). Ozonprecusoren zijn stoffen die aanleiding geven tot de vorming van ozon in de omgevingslucht. Voorheen werden de emissies van deze ozonprecursoren gesommeerd en uitgedrukt in ton TOFP, dit aan de hand van wegingsfactoren voor omzetting naar ‘Troposferic Ozone Forming Potential’ (TOFP) (wegingsfactoren voor NMVOS 1; NOx 1,22; CH4 0,014 en CO 0,11). Uit recent onderzoek is echter gebleken dat het ozonvormend vermogen van de verschillende precursoren niet constant is en sterk kan verschillen naargelang de weersomstandigheden, de concentraties van andere precursoren, enz. Daarom worden de ozonprecursoren niet meer gesommeerd maar afzonderlijk beschouwd.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport Ć  la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* voorlopige cijfers

Bron: MIRA (VMM) op basis van EIL (VMM)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

DOELSTELLINGEN

Er zijn geen specifieke doelstellingen voor de emissies van deze verschillende polluenten voor de energiesector, wel voor de totale Vlaamse emissie van NOx en NMVOS, opgenomen in het MINA-plan 4 (2011-2015). De doelstelling voor de totale Vlaamse NOx-emissie bedraagt 110,4 kton tegen het jaar 2015. Dit emissieplafond bestaat uit 52,3 kton voor transport en 58,1 kton voor alle stationaire bronnen (waar de energiesector deel van uitmaakt) samen. De doelstelling voor de totale Vlaamse NMVOS-emissie bedraagt 67,9 kton tegen het jaar 2015. Dit emissieplafond bestaat uit 3,9 kton voor transport en 64,0 kton voor de stationaire bronnen (waarvan de energiesector een onderdeel is). CH4 behoort tot de broeikasgassen en voor de algemene doelstellingen hieromtrent verwijzen we naar de indicatoren van het thema Klimaatverandering. Voor CO zijn er geen doelstellingen geformuleerd.

De twee belangrijkste activiteiten van de energiesector zijn de elektriciteitsproductie en de petroleumraffinage. Voor deze twee deelsectoren zijn er wel specifieke milieubeleidsovereenkomsten (MBO's) en/of normeringen voor bepaalde emissies.   

STERK GEDAALDE UITSTOOT

In 2015 bedroegen de emissies van de precursoren door de energiesector respectievelijk 10 567 ton NOx, 5 837 ton NMVOS, 14 581 ton CH4 en 3 747 ton CO. Dit betekent dat de uitstoot sinds het jaar 2000 gereduceerd is met 73 % voor NOx, 60 % voor NMVOS, 55 % voor CO en 9 % voor CH4. Ten opzichte van 1990 is de emissievermindering nog veel groter. Enkel voor CH4 is de emissiereductie beperkt, de jaarlijkse CH4-emissie van de energiesector kent bovendien een schommelend verloop en bedraagt steeds 12 000 à 14 000 ton. Tussen 2014 en 2015 zijn de emissies terug gestegen (+ 17 % voor CO, + 11 % voor NMVOS, + 11 % voor NOx en + 5 % voor CH4).

62 % van de NOx-emissie in 2015 door de energiesector is afkomstig van de elektriciteits- en warmteproductie, 38 % van de petroleumraffinaderijen. Wat betreft de NMVOS-emissies (in 2015) is de petroleumraffinage verantwoordelijk voor 49 %, de elektriciteits- en warmteproductie voor 4 % en de deelsector aardgas voor 47 %.

De CH4-emissie komt bijna uitsluitend (94 %) van de deelsector 'aardgas'. De lekverliezen ontstaan bij de herverdamping van vloeibaar aardgas, bij herstelling en onderhoud, en bij transport door de, vooral oudere leidingen (uit gietijzer of asbestcement). De petroleumraffinage heeft een aandeel in de CO-uitstoot van 63 %, de elektriciteits- en warmteproductie 37 %.

 

VERMINDERING UITSTOOT OZONPRECURSOREN VOORAL ALS GEVOLG VAN NOX- en NMVOS-EMISSIE REDUCTIEMAATREGELEN

De sterke dalingen in de elektriciteitssector en bij de petroleumraffinaderijen zijn vooral het gevolg van de maatregelen voor het beperken van de NOx-emissie (in gebruik nemen van ontstikkingsinstallaties (DeNOx), hoog rendement centrales (STEG, STEG-WKK's), gebruik van minder milieubelastende brandstoffen, ...). Tal van deze maatregelen zijn een gevolg van de milieubeleidsovereenkomsten (MBO's) en strengere emissiegrenswaarden.

Voor petroleumraffinaderijen is er eveneens een sterke daling van de NMVOS-procesemissies, o.a. dankzij de vermindering van lekverliezen.

De CO- en CH4-emissies kennen sinds 2000 een eerder fluctuerend verloop. De CH4-emissies bij het aardgastransport kunnen nog verder worden teruggedrongen door vervanging van bestaande doorlaatbare leidingen (gietijzer, asbestcement) door leidingen in PVC of poly-etheen (emissiefactor 10 tot 100 maal kleiner).

Voor een bespreking van de NOx-uitstoot verwijzen we naar een andere indicatorfiche, meer bepaald ‘de emissie van verzurende stoffen door de energiesector’. Ook de emissies van CH4 komen al in de indicator ‘emissie van broeikasgassen door de energiesector’ aan bod.

Voor wat NMVOS betreft stoot de energiesector, en dan vooral de petroleumraffinage procesgebonden emissies uit. Het betreft dan vooral lekverliezen tijdens raffinageprocessen onder hoge druk, verliezen bij opslagtanks en overslaginstallaties, en verdampingsverliezen bij de afvalwaterbehandeling. Die procesemissies kunnen beperkt worden door implementatie van ‘Lek Detectie en Herstel’-systemen, door emissiestromen te verzamelen naar een fakkelsysteem, door de beperking van koolwaterstoffen in het (koel-, afval- en proces)water, door de beperking van niet-geleide emissies bij op- en overslag door te werken met tanks voorzien van een drijvend dak en door de inzet van een dampretoursysteem voor de terugwinning van verdampte producten bij het laden en ontladen.

Daarnaast zijn er de NMVOS-emissies door stookinstallaties. Deze zijn vooral te wijten aan een onvolledige verbranding van de brandstof, en wijst dus op een slechte verbranding. Door de verbrandingscondities (temperatuur, verblijftijd, ...) aan te passen en te verbeteren kunnen deze stookemissies in de toekomst nog verder teruggedrongen worden.

 

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht