Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Emissie per eenheid geproduceerde stroom

Deze indicator berekent per jaar de uitstoot van broeikasgassen, verzurende stoffen, ozonprecursoren en zware metalen per eenheid netto geproduceerde stroom in Vlaanderen. In tegenstelling tot de andere emissie-indicatoren wordt deze indicator niet beïnvloed door de hoeveelheid stroomproductie. Zo kunnen de resultaten van emissiereducerende maatregelen genomen door de stroomproducenten en de effecten van wijzigingen in het productiepark beter in beeld gebracht worden.

D P S I R

Figuren

Emissies per eenheid geproduceerde stroom (Vlaanderen, 1990-2011)
Emissies per eenheid geproduceerde stroom (Vlaanderen, 1990-2011)
Bron: MIRA op basis van EIL (VMM) en Energiebalans Vlaanderen (VITO)
Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

De figuur van deze indicator zet op een gelijke schaal de emissies van alle broeikasgassen, verzurende stoffen, ozonprecursoren en zware metalen uit. Hieruit valt af te leiden dat per eenheid stroom geproduceerd in Vlaanderen en beschikbaar voor de eindgebruikers, de uitstoot (sterk) terug liep tussen 1990 of 2000 en 2011.

Concreet bedroeg de reductie in 2011 voor:
  • broeikasgassen 42 % ten opzichte van 1990 en 31 % ten opzichte van 2000. De uitstoot komt nu op 275 g CO2-eq per kWh;
  • verzurende stoffen 95 % ten opzichte van 1990 en 87 % ten opzichte van 2000. De uitstoot komt nu op 0,005 Zeq per kWh;
  • ozonprecursoren 87 % ten opzichte van 1990 en 76 % ten opzichte van 2000. De uitstoot komt nu op 204 mg TOFP per kWh;
  • zware metalen 65 % ten opzichte van 2000. De uitstoot komt nu op 44 µg per kWh.

Deze reductiepercentages per eenheid geproduceerde stroom liggen allemaal nog hoger dan bij de uitstootreducties die de gehele deelsector 'elektriciteit & warmte' wist te realiseren doordat de totale netto stroomproductie in Vlaanderen op zich ook toe nam van 37,6 TWh in 1990 over 46,4 TWh in 2000 naar 51,5 TWh in 2011. Bij de totale emissies van de deelsector 'elektriciteit & warmte' werd met andere woorden een deel van het beleidseffect en van de inspanningen van de sector opgeheven door een toegenomen elektriciteitsgebruik en de verhoogde stroomproductie die daarop volgt. Het stroomgebruik is, zeker in de periode sinds 2000, het sterkst toegenomen bij handel & diensten (+40 % of +3,5 TWh) en de huishoudens (+12 % of +1,2 TWh).

Voor een verdere bespreking verwijzen we naar de indicatorfiches voor emissies van broeikasgassen, verzurende stoffenozonprecursoren en zware metalen door de energiesector.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht