Deel deze pagina

Verzenden

Potentieel verzurende depositie

Potentieel verzurende depositie wordt gedefinieerd als de totale aanvoer van stikstof (N) en zwavel (S) vanuit de atmosfeer. Dit gebeurt via verschillende processen, namelijk natte, droge en occulte depositie, en onder verschillende vormen: geoxideerde zwavelverbindingen of SOx (SO2 en SO42-), geoxideerde stikstofverbindingen of NOy (NOx (= NO + NO2), NO3-, HNO3 …) en gereduceerde stikstofverbindingen of NHx (NH3 en NH4+). De term ‘potentieel’ slaat op het feit dat gereduceerde stikstof (NHx) pas verzurend is in bodem of water na microbiële omzetting tot nitraat. 

Deze indicator toont gemiddelde gemodelleerde depositiewaarden, berekend met behulp van het atmosferisch verspreidingsmodel VLOPS. VLOPS staat voor de Vlaamse versie van het Operationeel Prioritaire Stoffen model. Het model berekent concentraties en deposities van verzurende stoffen met een geografische resolutie van 1 x 1 km2. Invoergegevens voor het model zijn: meteorologische gegevens, emissiegegevens van punt- en oppervlaktebronnen binnen en buiten Vlaanderen en gegevens over receptorgebieden. Grensoverschrijdend transport van emissies (import en export) wordt hierbij in rekening gebracht. Alle voorgestelde depositieresultaten zijn berekend met het VLOPS-model versie 17. De depositieresultaten worden jaarlijks geactualiseerd t.e.m. het jaar x-2. Dit is het meest recente jaar waarvoor emissiecijfers van Vlaanderen beschikbaar zijn. De emissies van buiten Vlaanderen zijn beschikbaar tot jaar x-3. Voor jaar x-2 worden bijgevolg Vlaamse emissie en meteogegevens van jaar x-2 gecombineerd met niet-Vlaamse emissies van jaar x-3. De emissiedata zijn afkomstig van EMEP (European Modelling and Evaluation Programme).

Er zijn verschillende verbanden tussen het thema verzuring en andere milieuthema’s. De stikstof- en/of zwavelverbindingen die leiden tot verzurende depositie spelen ook een rol bij het thema vermesting (enerzijds NH3-emissie vanuit mest en anderzijds vermestende depositie van NH3 en NH4+), het thema fotochemische luchtverontreiniging (stikstofoxiden hebben een rol als ozonprecursor) en het thema zwevend stof (aerosoldeeltjes zoals ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat die als reactieproducten ontstaan uit de verzurende emissies dragen bij aan de concentraties secundair fijn stof).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Modelberekeningen uitgevoerd met model Vlops versie 17 Elk zichtjaar werd gemodelleerd op basis van niet-Vlaamse emissies (EMEP), Vlaamse emissies en meteodata van het betreffende jaar zelf, behalve het zichtjaar 2015 waarvoor niet-Vlaamse emissies (EMEP) van het jaar 2014 gebruikt werden omdat geen recentere data beschikbaar zijn.

Bron: VMM (www.milieurapport.be)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Gemiddelde verzurende depositie daalt licht verder

Als gevolg van verzuring neemt de bodemkwaliteit af, wordt schade berokkend aan vegetatie en wordt de biodiversiteit aangetast. De mate waarin ecosystemen schade ondervinden door verzuring hangt af van de hoeveelheid verzurende depositie, de aard van de vegetatie en van het type bodem waarop de verzurende componenten terechtkomen.

Gemiddeld over Vlaanderen werd de totale verzurende depositie tussen 1990 en 2015 met 60 % gereduceerd. Deze positieve evolutie ligt in lijn met de daling van de verzurende emissie in Vlaanderen en de omringende gebieden (zie indicator: ‘Potentieel verzurende emissie’). Vooral de SOx-depositie nam in deze periode zeer sterk af (-85 %). De NOy- en NHx-deposities daalden met respectievelijk 46 % en 51 %. De laatste 3 jaren stagneerde de NHx-depositie terwijl de SOx en NOy-deposities nog daalden met 17 en 12 %. In 2015 staat NHx in voor 47 % van de verzurende depositie, NOy voor 26 % en SOx levert met 14 % de kleinste bijdrage. De halogeenzuren en organische zuren dragen voor 13 % bij.

 

Verzurende depositie nog te hoog op verschillende plaatsen in Vlaanderen

Uitgemiddeld over Vlaanderen bedroeg de verzurende depositie in 2015 2 087 Zeq/ha. VLAREM II vermeldt streefwaarden voor totale verzurende depositie die naargelang het vegetatie- en bodemtype variëren van 1 400 tot 2 400 Zeq/(ha.j).

Om de nadelige effecten van de verzurende depositie op vegetatie en bodem in te schatten is niet zozeer de gemiddelde depositiewaarde over Vlaanderen richtinggevend, maar wel de spreiding van deze waarden. Uit de spreidingskaart voor 2015 blijkt dat de depositiewaarden sterk variëren over Vlaanderen. De hoogste depositiewaarden worden teruggevonden in de Antwerpse agglomeratie, maar vooral ook in landbouwintensieve gebieden zoals het centrum van West-Vlaanderen en het noorden van de provincie Antwerpen.  

Op verschillende plaatsen zijn de huidige depositiewaarden nog te hoog voor diverse vegetatiesoorten. Dit blijkt ook uit de overschrijdingen van de kritische last verzuring (zie indicator: oppervlakte natuur met overschrijding van de kritische last verzuring). De kritische last is een natuurgerichte depositienorm, die weergeeft wat de maximaal toelaatbare depositie per eenheid van oppervlakte is voor een bepaald ecosysteem zonder dat er – volgens de huidige kennis – schadelijke effecten optreden. In sommige Natura 2000-gebieden vormen de huidige depositiewaarden een hindernis voor de instandhoudingsdoelstellingen. Om hieraan te verhelpen dienen gebiedsgericht emissiebronnen met een te grote impact op nabijgelegen natuurgebieden  gereduceerd te worden. 

 

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht