Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Depositie van dioxines en PCB's

De VMM meet sinds 1995 de dioxinedepositie in Vlaanderen. Sedert 2002 meet VMM ook de depositie van de meest toxische PCB-verbinding nl. PCB126 en vanaf 2012 ook alle 12 dioxine-achtige PCB verbindingen.  Op de meeste locaties voert de VMM 4 tot 6 metingen van telkens één maand uit. In 2012 zijn er 34 meetposten. Bij de keuze van de meetlocaties wordt rekening gehouden met de gebiedsbestemming. Als een industriële meetpost dichtbij een agrarisch gebied of woonzone ligt, dan wordt in deze laatste gebieden een extra meetpost geplaatst. De industriële meetpost geeft informatie over de bron, de meetpost in woon- of agrarisch gebied geeft informatie over een mogelijk effect op de gezondheid.
D P S I R

Verloop

Regelgeving
De Europese Commissie heeft normen gedefinieerd voor dioxines en dioxineachtige PCB’s in voeding. Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van dioxines of PCB’s. Het Europees Wetenschappelijk Comité voor menselijke voeding heeft in 2001 een advies uitgebracht hoeveel dioxines en dioxineachtige PCB’s men wekelijks maximaal mag innemen. Dit bedraagt 14 pg TEQ/kg lichaamsgewicht per week. Deze dosis ligt binnen de toelaatbare dosis die de Wereldgezondheidsorganisatie voorstelt: 1 à 4 pg TEQ/kg.dag.

Vanaf 2010 past de VMM drempelwaarden toe die overeenstemmen met dit EU-advies van 14 pg TEQ/kg.week. Deze drempelwaarden zijn:

  • jaargemiddelde depositie 8,2 pg TEQ/m².dag
  • maandgemiddelde depositie 21 pg TEQ/m².dag

De drempelwaarden gelden voor:

  • voor de som van de dioxines en dioxineachtige PCB’s;
  • enkel in gebieden waar verhoogde deposities een impact op de gezondheid kunnen hebben, namelijk agrarische gebieden en woonzones (voor 2012 betreft het hier 20 meetposten waarvan 11 in agrarische gebieden en 9 in woonzones).

Deze drempelwaarden laten toe om de gemeten deposities te beoordelen en te beslissen welke regio’s extra aandacht verdienen.

Evaluatie van dioxines en PCB’s in 2012
In 2012 wordt de drempelwaarde voor de maandgemiddelde depositie van 21 pg TEQ/m².dag in één op 6 stalen overschreden: in 14 van de 87 stalen is de depositie van dioxines en dioxineachtige PCB’s hoger dan 21 pg TEQ/m².dag.

De VMM heeft ook een drempelwaarde voor het beoordelen van jaargemiddelde deposities. Vermits op geen enkele meetpost het jaar rond gemeten werd, is de toetsing slechts indicatief. Deze drempelwaarde van 8,2 pg TEQ/m².dag wordt op meer dan de helft van de meetposten overschreden. Veelal wordt op diezelfde meetposten ook de maandgemiddelde drempelwaarde overschreden.

Nabij een aantal meetposten in agrarisch- of woongebied, ligt een industriezone waar de VMM ook stalen collecteert. De meetperiodes lopen gelijk zodat we de resultaten van beide meetposten kunnen vergelijken. Hierbij valt op te merken dat de concentraties hoger liggen op de meetpost in het industriegebied dan op de meetposten in de aanpalende woonzones. Dit is niet onlogisch aangezien de industriële meetpost dichter bij de bron staat en het voor deze bronnen een uitstoot op lage hoogte betreft.

Heel wat meetposten staan opgesteld in functie van bedrijven waarvan gekend is, of vermoed wordt, dat ze dioxines en/of PCB’s uitstoten. Daarnaast voert de VMM veel depositiemetingen uit in de buurt van bedrijven die metaalhoudend schroot verwerken. Nabij deze schrootverwerkende bedrijven is er geen sprake van een algemene dalende of stijgende trend. De PCB-waarden zijn hoger dan de dioxinewaarden. Er zijn grote verschillen tussen de meetposten, vooral omdat de afstand en/of oriëntatie van de meetposten tot het schrootverwerkend bedrijf verschillend is. In een aantal gevallen is de depositie te hoog in woonzones of agrarische gebieden die grenzen aan de schrootverwerkende bedrijven.  Deze schrootverwerkende industrie blijft dus een probleemsector op vlak van dioxine- en PCB-depositie voor de onmiddellijke woonomgeving.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht