Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Emissie van dioxines naar lucht

 

Dioxines is een verzamelnaam voor zo’n 210 verschillende scheikundige stoffen. Tot deze groep behoren de polychloordibenzo-p-dioxines (PCDD’s) en de polychloordibenzofuranen (PCDF’s). Het zijn vlakke molecules met 2 benzeenringen, 4 chlooratomen en 1 of 2 zuurstofbruggen voor respectievelijk de PCDF en PCDD. Er bestaan 17 dioxines met chlooratomen op de 2,3,7- en 8-plaatsen. Deze groep staat bekend als de dirty seventeen. Deze 17 verbindingen hebben een verschillende toxiciteit die weergegeven wordt door de toxische equivalentiefactor of TEF. De meest toxische en meest bestudeerde dioxine is het 2,3,7,8-tetrachloordibenzo-p-dioxine(2,3,7,8-TCDD) (met TEF=1). De totale toxiciteit van een mengsel van dioxines wordt uitgedrukt in toxische equivalenten (TEQ), dit is de som van de concentratie van elke afzonderlijke verbinding vermenigvuldigd met zijn respectievelijke toxische equivalentiefactor (TEF). Dioxines zijn zeer persistent, weinig oplosbaar in water, wel oplosbaar in vetten en weinig vluchtig.

Ze ontstaan bij onvolledige of niet-efficiënte verbranding van organisch materiaal in aanwezigheid van een chloorbron. De verbrandingsprocessen kunnen van diverse aard zijn: motoren, stookinstallaties, verwarmingstoestellen, verbranding van afval in tonnetjes en open vuren ... De uitgestoten dioxines binden zich aan fijn stof in de lucht en kunnen neervallen op gewassen die als voedsel dienen voor mens en dier.

De mens neemt dioxines en PCB’s vooral op via de consumptie van dierlijke producten (bv. zuivel). De gezondheidseffecten van dioxines zijn: immuunverstoring, defecten van de neurale ontwikkeling en verstoring van de hormonale huishouding en vruchtbaarheid. 2,3,7,8-TCDD is door het IARC (International Agency for Research on Cancer) geklasseerd als ‘kankerverwekkend voor de mens'.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Laatste jaren weinig evolutie in dioxine-emissie

Tussen 2000 en 2007 daalde de emissie van dioxines in Vlaanderen met 40 %, maar sindsdien is er weinig evolutie.

In de jaren 90 was de dioxine-emissie een factor 10 tot 15 keer hoger dan de laatste jaren (in 1990 bedroeg de dioxine-emissie 414 g TEQ, in 1995 nog 246 g TEQ en in 2013 nog slechts 28 g TEQ). Deze forse emissiedaling situeert zich hoofdzakelijk bij de industriële activiteiten, dit dankzij drastische saneringen in de jaren 90 vooral in de non-ferro industrie, de ijzer- en staalnijverheid en de afvalverbrandingsinstallaties.

Huishoudens belangrijkste bron van dioxine-emissie

Huishoudens hebben de laatste jaren het grootste aandeel in de dioxine-emissie (78 % in 2013). 39 % van de huishoudelijke dioxine-emissie in 2013 is afkomstig van de particuliere illegale verbranding van diverse soorten afval in open vuurtjes en tonnetjes. 61 % van de emissie is afkomstig van de gebouwenverwarming op vaste brandstoffen (kolen maar vooral hout). Deze emissie door de verwarming van woningen ligt in 2013 11 % hoger dan in 2012. Mogelijke reden hiervoor is de toename van het stoken van behandeld hout in zogenaamde allesbranders voor gebouwenverwarming. Dit laatste ongecontroleerd verbranden door een zeer klein deel van de particulieren doet een deel van het gunstige effect – op vlak van emissiereductie – door de overschakeling van vaste op vloeibare en gasvormige brandstoffen teniet.

Overtuigende sensibilisatie van de bevolking, ondersteuning van een ambitieuze en kosteneffectieve productnormering op federaal en Europees niveau, en het (fiscaal) stimuleren van milieuvriendelijke technieken zijn de belangrijkste instrumenten om de huishoudelijke uitstoot verder aan banden te leggen. Zo zette de Vlaamse overheid in 2012 een grootschalige sensibilisatiecampagne (Stook Slim) op touw die de bevolking bewust moet maken van het vrijkomen van schadelijke stoffen bij de afvalverbranding in open vuren en de verbranding van behandeld hout in kachels voor gebouwenverwarming.

De industrie is de tweede belangrijkste bron voor dioxine-emissie (een aandeel van 18 % in 2013). Nagenoeg de volledige industriële dioxine-emissie is afkomstig van de ferro-nijverheid.

De andere sectoren hebben nauwelijks een aandeel in de dioxine-emissie (in 2013: energie: 2,5 %; transport: 1,7 %; landbouw en handel & diensten: 0,3 %).

 

 

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht