Deel deze pagina

Verzenden
NL EN

Bereikbaarheid van groen in stedelijk milieu

Bereikbaar en aantrekkelijk groen verhoogt de kwaliteit van het stedelijk milieu en de leefbaarheid van de stad. Elke groene ruimte heeft een aantrekkingszone (functieniveau) die overeenkomt met de gemiddelde afstand die bezoekers willen afleggen om een bepaalde groene ruimte te bezoeken. Deze aantrekkingszone verschilt naargelang de oppervlakte van de groene ruimte. Zo heeft een buurtpark (buurt als aantrekkingszone) een veel lagere oppervlaktenorm dan een stadspark (hele stad als aantrekkingszone). Aalst, Antwerpen, Brugge, Gent, Kortrijk en Leuven werden onderzocht.
D P S I R

Figuren

Bereikbaarheid van groene ruimten in 6 Vlaamse steden (% van de bevolking van de stadskern met minstens 1 bereikbare groene ruimte per functieniveau)
Bereikbaarheid van groene ruimten in 6 Vlaamse steden (% van de bevolking van de stadskern met minstens 1 bereikbare groene ruimte per functieniveau)
Bron: Vakgroep Menselijke Ecologie, VUB
Effect van barrières op bereikbaarheid van stedelijk groen
Effect van barrières op bereikbaarheid van stedelijk groen
Bron: Vakgroep Menselijke Ecologie, VUB
Antwerpen: (a) geen buurtgroen, (b) geen wijkgroen, (c) buurt- noch wijkgroen, steeds in rood weergeven (2004)
Antwerpen: (a) geen buurtgroen, (b) geen wijkgroen, (c) buurt- noch wijkgroen, steeds in rood weergeven (2004)
Bron: Vakgroep Menselijke Ecologie, VUB
Gent: (a) geen buurtgroen, (b) geen wijkgroen, (c) buurt- noch wijkgroen, steeds in rood weergeven (2004)
Gent: (a) geen buurtgroen, (b) geen wijkgroen, (c) buurt- noch wijkgroen, steeds in rood weergeven (2004)
Bron: Vakgroep Menselijke Ecologie, VUB

Verloop

Het Vlaamse groenbeleid (departement LNE) beoogt dat elke stadbewoner minstens 1 groene ruimte op elk functieniveau (buurt, wijk, stadsdeel, stad, stadsrand) binnen bereik heeft. Het Vlaamse bosbeleid beoogt voor elke stadsbewoner een stadsrandbos binnen bereik.

In 2003 hadden nagenoeg alle inwoners van de onderzochte centrumsteden stads- en stadsrandgroen binnen bereik. Op stadsdeelniveau had echter enkel in Aalst iedere inwoner minstens 1 groene ruimte binnen bereik. Vooral in Kortrijk en Gent waren er tekorten. In alle steden ontbrak groen op wijkniveau. Het probleem stelde zich des te scherper waar de tekorten op buurt- en wijkgroen samenvallen. Opvallend is dat de grote steden (Antwerpen en Gent) beter scoorden voor wijkgroen dan de regionale steden, met uitzondering van Brugge.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht