Deel deze pagina

Verzenden

Jaargemiddelde ozonconcentratie in omgevingslucht

Deze indicator toont het verloop van de jaargemiddelde ozonconcentraties in Vlaanderen, als maat voor de ozonachtergrondconcentratie.

De Europese doelstellingen voor de bescherming van de volksgezondheid zijn gebaseerd op mogelijke schadelijke effecten van ozon boven bepaalde concentratiedrempels. De indicatoren die het aantal ozonoverschrijdingsdagen en de jaaroverlast beschrijven zijn op deze drempelwaarden gebaseerd. 

De Wereldgezondheidsorganiatie (WGO) verklaart echter dat geen drempelwaarden kunnen worden vastgesteld waaronder chronische gezondheidseffecten door ozon kunnen worden uitgesloten.  Dus ook de lagere ‘alledaagse’ concentraties van ozon kunnen zorgen voor schadelijke gezondheidseffecten bij de (meest gevoelige groepen van de) bevolking. Dit betekent dat elke inspanning ter verlaging van de ozonconcentraties kan leiden tot gezondheidswinst. Er is echter nog onvoldoende wetenschappelijke basis voor een norm die gebaseerd is op het jaargemiddelde.

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Stagnatie tot lichte stijging van jaargemiddelde ozonconcentratie, ondanks emissiereductie ozonprecursoren

De jaargemiddelde ozonconcentratie in Vlaanderen steeg tussen 1991 en 1999 van 30,8 µg/m³ tot 45,4 µg/m³. Tussen 2000 en 2012 stagneerden de concentraties rond 42 µg/m3, met uitschieters in de ongunstige ozonjaren 2003 en 2006. Tussen 2012 en 2015 is terug een lichte stijging merkbaar. In 2015 bedroeg de jaargemiddelde concentratie 44 µg/m3.

In de periode dat in Vlaanderen de jaargemiddelde ozonconcentraties stagneerden werd een gelijkaardig patroon opgemerkt in het meest westelijke ozonmeetpunt in Europa (Mace Head aan de Ierse Westkust). Dit meetstation ligt ver van emissiebronnen en is een goed voorbeeld van een achtergrondstation in Europa. De metingen zijn een indicator voor de ozonachtergrondconcentraties in de aangevoerde lucht van over de Atlantische oceaan. Het is momenteel nog onduidelijk of de ozonconcentraties in Mace Head na 2012 dezelfde stijgende trend vertonen als in Vlaanderen.

Ondanks de dalende emissie van ozonprecursoren in Vlaanderen (zie de indicator: ‘Emissie van ozonprecursoren') en de licht dalende ozonpiekoverlast bij min of meer vergelijkbare meteorologische omstandigheden (uurgraden) (zie de indicator ‘Jaaroverlast van ozon (AOT60ppb-max8u)') in Vlaanderen en West-Europa blijkt de jaargemiddelde ozonconcentratie te stagneren en in de laatste jaren zelfs terug licht te stijgen. Het blijft afwachten of deze stijging zich de volgende jaren zal doorzetten.

Oorzaken van de evolutie in jaargemiddelde ozonconcentraties

Eén van de oorzaken van de vastgestelde evolutie in jaargemiddelde ozonconcentraties is de algemene toename van de emissies van ozonprecursoren in de noordelijke hemisfeer, onder meer in Azië. Globaal gezien is de ozonvormende verontreiniging in de noordelijke hemisfeer dus toegenomen en dit beïnvloedt de ozonconcentratie in Vlaanderen. Er wordt geschat dat ongeveer 50 % van het troposferische ozon toegewezen kan worden aan antropogene bronnen. Ongeveer de helft hiervan komt van bronnen binnen de regio, de andere helft wordt getransporteerd vanuit bronnen buiten de regio.

Een tweede mogelijke oorzaak is de toename van ozontransport uit de hogere luchtlagen (de stratosfeer) naar de omgevingslucht (troposfeer). Ongeveer een vijfde tot een kwart van het troposferisch ozon wordt getransporteerd vanuit de stratosfeer.

Ten derde speelt de complexe ozonchemie een rol. Ozonconcentraties hangen af van specifieke, lokale omstandigheden (inclusief meteorologie) en zijn een evenwichtsresultaat tussen ozonvorming en -afbraak. Dit evenwicht wordt onder meer beïnvloed door de concentratieverhoudingen van de ozonprecursoren stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) in de omgevingslucht.

Omwille van de heersende concentratieverhoudingen tussen NOx en VOS in de omgevingslucht is Vlaanderen een VOS-gevoelig gebied. Dit betekent dat een vermindering van VOS-emissies en -concentraties in de omgevingslucht steeds leidt tot minder ozonvorming en dus lagere ozonconcentraties. Een beperkte vermindering van NOx-emissies resulteert echter lokaal en initieel in hogere ozonconcentraties. De lokale aanwezigheid van NO (stikstofmonoxide) is namelijk sterk gelinkt aan ozonafbraak. NO breekt ozon af met vorming van NO2 (stikstofdioxide), dit wordt de ozontitratie genoemd. NO komt vooral voor op plaatsen met veel verkeer, bijvoorbeeld in steden en in de buurt van wegen. Omwille van de ozonafbraak door NO bedraagt de jaargemiddelde ozonconcentratie in Vlaanderen maar ongeveer twee derde van de achtergrondconcentraties gemeten in Mace Head (70 à 80 µg/m3).

Een beperkte reductie van NOx-emissies (bijvoorbeeld door het invoeren van bepaalde verkeersmaatregelen) leidt in Vlaanderen dus in eerste instantie lokaal tot minder ozonafbraak en hogere ozonconcentraties. Andere gebieden in Europa (bv. de zuidelijke gebieden) vertonen een andere concentratieverhouding tussen NOx en VOS in de omgevingslucht wat resulteert in NOx-gevoelige ozonregimes. In deze gebieden leiden NOx-emissiereducties het efficiëntst tot dalingen in de ozonconcentraties. Emissiereductiemaatregelen kunnen naargelang de aard van het ozonregime efficiënter zijn wanneer gefocust wordt op VOS-of NOx-emissiereductie of een combinatie van beide. Om tot een doeltreffende en kostenefficiënte emissiereductiestrategie te komen op Vlaams en Europees niveau is het dus belangrijk om kennis te bezitten over het complexe karakter van de ozonchemie en het lokaal heersende ozonregime.

De vastgestelde emissiedalingen van de ozonprecursoren in Vlaanderen en West-Europa zorgen er voor dat de piekconcentraties aan ozon in Vlaanderen dalen, maar nog niet tot op het niveau van de langetermijndoelstellingen (zie indicator: 'Aantal ozonoverschrijdingsdagen (NET60ppb-max8u)'). Om zowel de piekconcentraties als de jaargemiddelde ozonconcentraties blijvend te doen dalen is een verdergaande en globale daling van de emissies van alle ozonprecursoren in de noordelijke hemisfeer noodzakelijk.

 

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht