Deel deze pagina

Verzenden

Blootstelling aan lood: concentraties in navelstrengbloed van pasgeborenen

Lood (Pb) is een zwaar metaal aanwezig in oude loden drinkwaterbuizen, oude lagen loodhoudende verf, in de buurt van non-ferro industrie (zinksmelterijen) en drukke verkeersassen. Tegenwoordig zijn (worden) veel van deze bronnen aangepakt. Door de voortdurende circulatie van stof en water blijft Pb echter nog steeds verspreid aanwezig.

Loodblootstelling gebeurt door inademing van stofdeeltjes, en via water en voedsel (vnl. bladgroenten en fruit). Na opname via darm en longen stapelt Pb zich op in het bot en de tanden. Opname door planten is beperkt, maar loodpartikels in de lucht kunnen neerslaan op groenten. Kinderen, die vaker hun handen in hun mond steken, hebben meer kans om stof of bodem met verhoogde loodconcentraties in te slikken. Loodblootstelling heeft effecten op de intelligentie, en kan leiden tot concentratiestoornissen en achterstand van de fijne motoriek bij jonge kinderen. Andere gezondheidseffecten zijn schade aan de nieren, miskramen, vruchtbaarheidsproblemen, groeistoornissen, hoge bloeddruk, invloed op hormoonwerking en op gedrag. Lood wordt ook gelinkt met maag- en longkanker en wordt door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek erkend als waarschijnlijk carcinogeen.

Deze indicator toont de loodconcentraties gemeten in navelstrengbloed van pasgeborenen tijdens drie Vlaamse Humane Biomonitoringscampagnes (FLEHS I, 2002-2006; FLEHS II; 2007-2011 en FLEHS III; 2012-2015). Het geometrisch gemiddelde (GM) wordt gebruikt als maat voor de gemiddelde blootstelling. Lood in bloed weerspiegelt de blootstelling gedurende de laatste maanden. Trends in loodconcentraties worden besproken voor gezondheidskundige toetsingswaarden (GTW’s) afgeleid voor niet-kankereffecten (neurologische ontwikkelingseffecten).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Blootstelling aan lood: concentraties in navelstrengbloed van pasgeborenen (Vlaanderen, FLEHS I-III)

Bron: MIRA op basis van VITO



Verloop

Gemiddelde bloedloodconcentraties halveerden tussen FLEHS I en III

Gemiddelde bloedloodconcentraties (GM) daalden tijdens 2002-2015, met 34 % (tussen FLEHS II en I), 26 % (tussen FLEHS III en II) en 51 % (tussen FLEHS III en I). Verschillende beleidsmaatregelen speelden hierbij een rol, o.a. het verbod op loodhoudende benzine (1 januari 2000) en het gradueel vervangen van loden drinkwaterleidingen.

In Vlaanderen gelden voor Pb streefwaarden en bodemsaneringsnormen (bodem en grondwater), kwaliteitsnormen (oppervlakte- en drinkwater) en richtwaarden (waterbodems). Europees gelden maximumwaarden (voedingsmiddelen) en de Wereldgezondheidsorganisatie rapporteert advieswaarden voor Pb in fijn stof (PM10). Vlaamse loodemissies naar de lucht namen af met 70 % (2000-2009), om vervolgens te stagneren. Industrie (85 %) en transport (10 %) blijven de voornaamste bronnen. Loodconcentraties in de omgevingslucht van industriële bronnen vielen de laatste jaren (2009-2014) overal onder de Europese grenswaarde (500 ng Pb/m3).

Reëel risico op gezondheidseffecten

Bloedloodconcentraties liggen voor de meeste deelnemers (96 % in FLEHS I en 100 % in FLEHS II en III) boven de gezondheidskundige toetsingswaarde (GTW) afgeleid voor neurologische ontwikkelingseffecten (IQ-verlies). Voor deze deelnemers stijgt het risico op IQ-verlies bij huidige blootstellingsniveaus. Opvolging, bronnenanalyse en blootstellingsreductiemaatregelen zijn nodig. In de derde Vlaamse HBM-campagne werd een associatie gevonden tussen loodgehalten in het navelstrengbloed en een verstoring van het insulinemetabolisme. Voor een klein percentage (4 %) van de deelnemers in FLEHS I (blauwe balken) is de kans op gezondheidseffecten verwaarloosbaar.

Geen veilige waarde voor loodeffecten op intelligentie: opvolging en preventie nodig bij kinderen

Het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA) stelt dat er voor lood geen veilige waarde bestaat waar blootstelling niet geassocieerd is met invloed op de intelligentie (IQ-verlies). Er moet daarom gestreefd worden naar een zo laag mogelijke blootstelling. Dit is in het bijzonder belangrijk bij kinderen, die omwille van hun specifieke gedrag de hoogst blootgestelde bevolkingsgroep zijn. Hoewel de gemiddelde bloedloodconcentraties bij jonge kinderen in dalende lijn zijn, zijn ze nog steeds relatief hoog in sommige gebieden. Monitoring van de blootstelling is daarom noodzakelijk. Preventieve maatregelen om loodblootstelling te vermijden zijn o.a. een gevarieerde voeding, het wassen van groenten en fruit, het vermijden van stof in huis en lood in kraantjeswater.

Meer info

Alle info in deze fiche is gebaseerd op het onderzoeksrapport Ontwikkeling van milieu-indicatoren gebaseerd op Humane Biomonitoringsresultaten in Vlaanderen.  Details over de afleiding van de gezondheidskundige toetsingswaarden zijn te vinden in bijlage 2 van het rapport.

Het opzet van FLEHS I was verschillend van FLEHS II en III. In FLEHS II en III lag de nadruk op het identificeren van referentiewaarden voor Vlaanderen (spreiding van de deelnemers over geheel Vlaanderen), terwijl in FLEHS I metingen gebeurden in acht afgelijnde aandachtsgebieden in Vlaanderen (landbouw, industrie, stedelijk,…) met elk een verschillend type milieudruk. Om de evolutie na te gaan, worden de resultaten van de campagnes naast elkaar gelegd. Hierbij moet rekening gehouden worden met een aantal verschillen in meetmethode.

Meer over de blootstellingsmerker lood in Vlaanderen

Meer over loodblootstelling vermijden

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht